Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Talstelsels - Coggle Diagram
Talstelsels
Getallenlijn tot 100: 2de leerjaar
Volgorde:
0 en 100
50
10 en 60
40 en 90
de overige tientallen
Waarom deze volgorde?
mentaal beeld ontwikkelen van begin, einde, midden, plaats tientallen, afstanden tussen getallen
Tientallen als referentiepunten
Exploratie binnen tientallen
Interne en externe structuur
Een getal kan vanuit het lagere of het hogere tiental worden gesitueerd.
Interne structuur: je vertrekt vanuit lager tiental
Externe structuur: je vertrekt vanuit hogere tiental
Honderdveld
Volgorde-aspect
Wijs hokje 33 aan
Hoeveelheidsaspect
Kleur 33 hokjes
Sprongen op honderdveld
Horizontale sprong: vakje naar links of rechts
Verticale sprong: rij naar beneden of naar boven
Wat leren lln uit tiensprongen?
Bij een sprong van tien blijft het cijfer van de eenheden gelijk. Voorbereiding op hoofdrekenen
Oefeningen op honderdveld
Type 1: Getallen positioneren
Type 2: Plaatsen benoemen
Didactiek
Handelen: groeperen met materiaal
Correct verwoorden
Voorstellingen koppelen: voortdurend schakelen tussen materiaal, tekening, positietabel, getal, verwoording
Referentiepunten gebruiken: op getallenlijn werk je vanuit 0, midden, tientallen of honderdtallen, nabije ankerpunten
Hulpmiddelen afbouwen: MAB, getallenlijn en honderdveld = tijdelijke ondersteuning
Didactische volgorde van voorstellingen
Stap 1: Concreet materiaal: kubussen, plakken, staven
Stap 2: Materiaal in positietabel
Stap 3: Alleen cijfers in positietabel
Stap 4: Abstracte notatie
Tiendelig stelsel als positiesysteem
Cijferwaarde en plaatswaarde
Cijferwaarde: het cijfer zelf
Plaatswaarde: bepaalt door plaats van het cijfer
Rangen
E = eenheid
T = tiental
H = honderdtal
D = duizendtal
TD = tienduizendtal
HD = honderdduizendtal
Groeperen per 10
10 elementen van een rang vormen samen 1 element van de volgende rang
10E=1T
10T=1H
10H=1D
Introductieverhalen
Slimme schaapherder: groepeert schapen per 10. 25 schapen: 2 groepen van 10 en 5 losse schapen. Wordt vertaald naar positietabel.
Sultanverhaal: 3de leerjaar uitbreiding tot 1000. Goudstukken worden per 10 in een koker gestopt, 10 kokers worden in een pak gebundeld en de stand wordt bijgehouden op een abacus. = inzicht in eenheden, tientallen, honderdtallen en duizendtallen
Getallenlijn tot 1000: 3de leerjaar
Volgorde
0 en 1000
500
100 en 600
400 en 900
de overige honderdtallen
Exploratie binnen honderdtallen
Wat is een talstelsel?
Een systeem waarmee we getallen voorstellen en noteren.
Tiendelig/decimaal talstelsel
0,1,2,3,4,5,6,7,8,9 en vanaf 10 combineren we cijfers.
Didactische opbouw
Van concreet naar abstract
Concreet ongestructureerd materiaal
gewone voorwerpen die nog geen vaste rekenstructuur hebben: snoepjes, dopjes, blokjes
Concreet gestructureerd materiaal
Specifiek rekenmateriaal waarin structuur talstelsel zichtbaar is: MAB, tienzakken en schijven
Schematische voorstelling
Positietabel
Abstracte notatie
3D 1H 1 T 2 E
Andere talstelsels
Romeinse cijfers
Rangen
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Regels
Groot symbool voor klein symbool
Optellen
Klein symbool voor groot symbool
Aftrekken
Gelijke symbolen na elkaar
Optellen
Maximale herhaling
Max. 3 keer na elkaar
Toegelaten aftrekkingen
IV = 4
IX = 9
XL = 40
XC = 90
CD = 400
CM = 900