Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H17 - Taalperceptie en -begrip - Coggle Diagram
H17 - Taalperceptie en -begrip
Lezen en luisteren
Overeenkomsten
Betrokken processen bij taalbegrip bij beide ongeveer dezelfde
Verschillen
Verschillende modaliteiten - Lezen = visueel en luisteren = auditief
Luisteren intensiever voor geheugen dan lezen (kan je terugkijken, spraak is transitief, vluchtig)
Luisteren groter beroep op segmentatieproces (gesproken woorden zijn minder afgescheiden dan tekst)
Tekst meer ambigue dan spraak (heeft prosodie, tekst via leestekens) --> vnl cynisme en ironie
Taalpreceptie is modaliteitsspecifiek (lezen is visueel en luisteren auditief- >< taalbegrip is over modaliteiten heen
Zinsontleding
Prosodie en leestekens
Prosodie = nadruk, intonatie en duur woorden --> daardoor gesproken taal minder ambigu dan geschreven taal (volledig patroon is effectie, niet indiv cue)
Leestekens als equivalent voor prosodie, maar minder efficient
Prosodische cues richten luisteraar op relevante details
Theorieën zinsontleding
Constraint-based theorieën
= alle infobronnen parallel verwerkt (syntax en semantiek) en juiste interpretatie is obv toevoegen beperkingen ad zin tijdens luisteren/lezen zin
Connectionistisch model: obv activatiesterkte competitie tss verschillende interpretaties
4 eig om ambiguiteit op te lossen
kennis grammatica beperkt mogelijke interpretaties
verschillende info-vormen met bepaald woord vaak geassocieerd
soort ambiguiteit kan varieren (qua tijd, niet qua grammatica bv)
mogelijke interpretaties verschillen in frequentie en waarschijnlijkheid (ervaring)
Verb bias = zinsdelen volgend op bepaald werkwoord gaan we proberen interpreteren als lijdend vw
Invloed semantiek!!
Meer moeite met verwerken zinnen waarbij bij homofonen de minst voorkomende betekenis past id zin
Exp met ERP: Zowel schending van achtergrondkennis als van semantiek roepen zelfde N400 op --> zins- en woordbetekenis w parallel verwerkt :bullettrain_side:
Unrestricted race-model
= alle infobronnen tegelijk gebruikt om syntactische structuur op te bouwen, maar er w maar 1 gekozen en blijft zolang geen conflict
Bij conflict 2e analyse nodig
Ambigue zinnen werden sneller verwerkt dan niet-ambigue zinnen --> beide syntactische structuren zijn correct bij ambigue zinnen waardoor herinterpretatie nooit nodig is
Samenvoegen model 1 en 2
Garden path-model :sunflower:
= syntactische analyse voll vooraf aan semantische analyse
Ambigue zinnen: 1e analysestap - Meest eenv syntactische structuur w eerst verwerkt en semantiek speelt geen rol bij selectie
Assumpties
Minimal attachment
= voorkeur voor zinsstructuur die minst complex is, minste knopen bevat
Late closure
= nieuwe woorden w aan bestaande syntactische structuur toegevoegd
Bij conflict tss beide principes is minimal attachment dominant
Conflict met semantiek zin --> 2e analysestap - revisie syntactische structuur
Tegenstrijdige evidentie (exp die gn gebruik semantiek lieten zien en die dat wel al in vroeg stadium lieten zien - handdoek appel :apple: )
Invloed syntax en semantiek
Ambiguiteit
Globaal = ambiguiteit blijft bestaan na zinsontleding
Lokaal = ambiguiteit lost op na voll zinsontleding
Leesgedrag bestuderen bij ambigue zinnen om te zien wnr syntactische en wnr semantiek gebruikt w (ervoor, erna, tegelijk?)
Goed-genoegrepresentaties
= Alternatief model, we maken mentale representaties die goed genoeg zijn voor ons doel, niet te gedetailleerd (te veel belasting WG)
Mozes-illusie: Hoeveel dieren vervoerde Mozes id ark? Veel geantwoord: 2 (Was Noah, dus 0!) :boat:
We maken gebruik v vuistregels
NVN = noun-verb-noun --> onderwerp is actief en lijdend vw ondergaat actie
Bij conflict syntax met achtergrondkennis, zal onze kennis domineren --> vaak oppervlakkige verwerking
Wanneer we gedetailleerde vragen verwachten, verwerken we de syntax en semantiek dieper
Ambigue zinnen sneller gelezen bij opp vragen verwacht en trager gelezen wnr diepe vragen verwacht
Lezen losse woorden
Positiecodering
Interactieve activatiemodel veronderstelt vaste letterposities bij woordherkenning, maar we zijn flexibeler daarin
Overlapmodel
= toekennen probabilistische positie ae letter ve woord
Modellen waarbij woordherkenning gebaseerd is op bayesiaanse inferentie :corn:
LTRS-model (letters in time and retinotopic space)
BR-model (Bayesian reader)
= info over ID en positie letters accumuleren met tijdsverloop, statistische berekening waarbij ook woordfreq, betekenis en verwachting meewegen
Invloed betekenis en verwachting
Strooptaak - inferentie betekenis en kleur zorgen voor tragere respons :red_circle:
Interactieve activatiemodel
= woordherkenning op 3 niveaus die met elkaar interageren en tegelijk bepaalde letters of woorden activeren/inhiberen
3 niveaus
Woordniveau
Letterniveau
Eigenschapsniveau
Pseudowoordsuperioriteitseffect - verklaring door overlap met echte woorden
Tijd woordherkenning afhv
orthografische buren (= alle woorden die slechts 1 letter verschillen vh doelwoord) --> hoe meer buren, hoe meer competitie
hoe vaak woord ie taal voorkomt (niet teruggevonden in Engels)
Priming en verwachting
Priming-effect = sneller woord herkennen als woord wnr semantisch vglbaar woord eraan vooraf gaat (verpleegster - dokter)
Neely: prime-woorden en doelstimulus :hearts: :bird:
Semantiek helpt snellere en automatische verwerking kort na aanbieding (250ms)
Verwachting helpt snellere verwerking iets later na aanbieden (traag en taakafhankelijk) (700ms)
We gebruiken context als voorspeller al ie vroeg stadium (na 200ms, einde visuele verwerking)
Rol fonologie :ear:
Van Orden: homofonen zorgden voor inferentie en meer fouten bij beantwoorden vragen dan wnr dit niet was :rose:
Fonologische buren = alle woorden die 1 foneem verschillen v doelwoord
Hoe meer fonologische buren, hoe sneller woordherkenning als voldoende distinctieve buren. Anders inferentie
Fonologisch model v Frost = verwerking fonologische info gebeurt automatisch tijdens lezen, belangrijke rol bij woordherkenning :snowflake:
Fonologische priming-studies: snellere herkenning wnr prime fonologisch identiek non-woord is als doelwoord
Fonologische code activeert lokale dialect (exp limericks lezen - langer blijven hangen bij woorden wnr ze in jouw dialect niet rijmen)
Niet noodzakelijk voor woordherkenning! (resultaten patient PS en Chinese YGA, spraakproductiestoornis) :flag-cn:
Taaleigenschappen :card_file_box:
Fonologie = uitspraak, woordklank
Orthografie = spelling
Semantiek = woordbetekenis
Syntax = grammatica, taalregels structuur
Hogere-ordediscoursintegratie
Puur bottom-up model :arrow_up:
= visueel systeem detecteert letter-elementen en genereert letterrepresentaties --> sequentiele vglm intern lexicon tot match met woord
Onmogelijk want woordsuperioriteitseffect :first_place_medal:
= woorden herkennen wnr tijd tekort was om afzonderlijke letters te herkennen
Pseudowoordsuperioriteitseffect = pseudowoorden brengen dit effect ook al teweeg
Rol orthografie
Hardop lezen geschreven woorden
Dyslexie
Oppervlaktedyslexie
vnl moeite met onregelmatige woorden --> problemen met verwerken thv intern lexicon
Fonologische dyslexie
vnl moeite met non-woorden --> beperking regelgebaseerd systeem
Centrale vs perifere dyslexie (stoornis hogere-ordeleesprocessen vs visuele info omzetten nr linguistische code)
Theoretische benaderingen
TRIANGLE-MODEL :small_red_triangle:
Per niveau is er netwerk met input/tussen/outputlaag waarbij knopen geactiveerd w obv gewicht vd connecties
= connectionistisch model met driehoeksverbindingen (=FB-connecties) tss betekenis, orthografie en fonologie ve woord (eerst enkel orthografie en fonologie, later kwam betekenis er pas bij)
Gereviseerd model PMSP - realistischere in- en output (ook verklaren wrm we non-woorden kunnen lezen en wrm dyslexie ontstaat)
Betekenis geactiveerd via 2 routes
Directe route = via orthografie, sneller
Indirecte route = via orthografie naar fonologie en naar betekenis
DUAL-ROUTE CASCADE-MODEL
Grafeem = basiseenheid geschreven taal, letter(s) die overeenkomen met foneem (spraakklank)
Basisassumptie: 2 routes waarlangs grafemische info omgezet w nr fonologische
Lexicale route :orange_book:
1a. Route semantisch systeem
1b. Route enkel fonologische en orthografische info
Regelgebaseerde route :memo:
= grafeem-foneem conversieroute - REGELMAAT
Cascadeprincipe = verwerking volgende niveau kan al starten als vorige nog bezig is
Verklaring oppervlaktedyslexie (lexicon minder togankelijk) + fonologische dyslexie (schade grafeem-foneemconversieroute)
Analogiemodellen
= 1 proces dat uitspraak woorden bepaalt obv activatie gelijkaardige woorden --> kan onderscheid lexicale en non-lexicale effecten niet verklaren
Grafeem-foneemconversie (route 2) :memo:
Schade aan lexicaal systeem --> problemen met onregelmatige woorden lezen - zullen ze regulariseren >< geen problemen met regelmatige non-woorden
Oppervlaktedyslexie - schade lexiconroutes
Lexicale routes (1a en 1b) :orange_book:
Schade regelgebaseerde route --> moeite met nieuwe woorden en non-woorden die conversieregels volgen, niet met onregelmatige woorden (uitzonderingen)
Fonologische dyslexie: schade regelgebaseerde route
Diepe dyslexie
= problemen met semantische verwerking, moeite uitspreken onbekende en non-woorden + woorden vervangen door semantisch gerelateerd woord (schip-boot) :boat:
Schade route 1a en 2
Taalfuncties overgenomen door R hemisfeer
Convergerende ideeën
Beide modellen convergeren
AFB p539 - overlappende hersengebieden beide modellen :!!:
Beperkingen dual-route cascade-model :red_flag:
Foute assumptie dat fonologische verwerking langzaam gebeurt met beperkte invloed op woordherkenning
Niet universeel (ongeschikt voor langere woorden of Aziatische talen)
Model kan leren van woordenschat niet verklaren
Te complex (30 vrije parameters)
Kan diepe dyslexie niet voll verklaren, semantiek onvoldoende uitgewerkt
Woorduitspraak :speaking_head_in_silhouette:
Intern lexicon = spec info over uitspraak individuele woorden opgeslagen (verwerken dan ook uitzonderingen op uitspraakregels zoals politie) :female-police-officer:
Obv uitspraakregels - zeker voor nieuwe en non-woorden toegepast
Lezen van zinnen
Oogbewegingen :eyes:
Moving window-techniek = tekst onleesbaar behalve klein venster rond fixatiepunt - tijdens fixatie kunnen we 3-4 letters L en max 15 letters R opnemen (wnr lezen L-->R)
80% fixaties op inhoudswoorden en 20% op functiewoorden
Lezen: saccades van 8 letters/spaties en dan fixatie van 20-30ms
Spill-overeffect = Fixatietijd afhv woord zelf en voorafgaande woord, hoe lagere freq dat woord heeft hoe langere fixatie op huidige woord :ocean:
E-Z-Reader (easy reader)
Parallelle vs seriële processen
Parafoveale-op-foveale effect = eig vorige woord én volgende woord beinvloeden fixatietijd op huidige woord
Parallelle verwerking meer wss hierdoor
Saccade-generation with inhibition by foveal targets (SWIFT)- model
E-Z-Reader: verwacht seriele verwerking woorden
SWIFT-model
= alle waargenomen woorden tijdens fixatie krijgen aandacht ipv 1 woord (aandacht is gradient)
Toch lijkt parallelle verwerking bij lezen beperkt
= programmeren saccade gebeurt al als we woorden thv fixatiepunt nog ah verwerken zijn
Maar 1 woord per keer verwerken, maar wel 2 woorden per keer fixeren
Gefixeerde eerste woord: hoog frequent --> zorgen voor ruimte al verwerken woord 2 --> verklaring spill-overeffect
Na frequentiecheck woord wordt planning volgende saccade gestart
Activatie semantische en fonologische code vh woord zorgt voor switch aandacht nr volgende niet-gefixeerde woord
Aandacht = zoeklicht
Korte functiewoorden w vaak overgeslaan omdat ze kort en verwacht zijn en dus al verwerkt bij fixatie vorige woord
Parafoveale informatie = info die net buiten fovea valt, w al verwerkt en helpt bij snellere verwerking tijdens werkelijke fixatie :guitar:
Luisteren naar spraak :ear:
Belangrijke perceptuele fenomenen
Contexteffecten
Lipbewegingen helpen spraakinterpretatie :lips:
Visuele info beinvloedt spraakinterpretatie
Plaatjes met woorden die leken op uitgesproken woord werden bekeken (behalve wnr voorgaande woorden het gebruik uitsloten) :radio_button:
Coarticulatie
= contextafhankelijke uitspraak van fonemen (afhv in welk woord ze worden uitgesproken)
Doordat motorsysteem spreeksnelheid niet kan volgen, w fonemen parallel geprogrammeerd --> contextafhankelijk
+: helpen voorspellen volgende foneem / -: meer variabiliteit spraaksignaal
Segmentatieprobleem
= complex om continu spraaksignaal correct om te zetten naar gesegmenteerde woorden
Onze taal samengesteld uit beperkt aantal fonemen, dus veel gelijkaardige woordklanken
Predicitve coding-processen = verwachting volgende woord creeeren dmv motoprocessen (subvocaal mee-articuleren met spraak) of context
Accenten en individuele verschillen kunnen verstaan
We identificeren ze als akoestische varianten
We doen aan perceptueel leren = door ervaring leren we ambiguiteiten in perceptuele input herkennen
Aversieconditie
= iedere factor die zorgt voor verminderde spraakverstaanbaarheid (vglm optimaal)
Energetische markering = afleidende geluiden interfereren met spraaksignaal - bottom-up (bv verkeerslawaai)
Informationele markering = verminderde verstaanbaarheid door uitvoering 2e aandachtsbelastende taak - top-down (bv koken)
Toch spreken en verwerken we makkelijk 10 fonemen/sec
Verbeteren spraakherkenning
Segmentatie
Obv 3 niveaus
Segmentale cues (bv coarticulatie)
Lexicale cues (woorden, syntax, kennis)
Metrische cues (nadruk, intonatie)
Voorkeur voor lexicale cues
Fonemisch restauratie-effect
= foneem dat vervangen/overstemt w door geluid (bv kuch) is perfect verstaanbaar, w niet opgemerkt (stilte wel)
Woorden w wel gehoord die in context en verwachting passen (bv the meal on the table) :green_salad:
Categorische perceptie en lexicale identificatieshift (Ganong-effect)
Categorische perceptie = we nemen fonemen waar als categorieen en niet als overgangen, tussenvormen w geclassificeerd
Lexicale identificatieshift = Ganong-effect = een klank w eerder als woord dan als non-woord geinterpreteerd als het foneem ambigu is
Overzicht spraakherkenningsprocessen
Woordherkenning - activatie lexicale kandidaten, competitie, ophalen lexicale info
Segmentatie - zeer complex en gevoelig voor fouten
Interpratie spraakuiting - syntactische analyse en thematische verwerking
Decoderingsstadium - Transformatie nr abstracte representatie (fonemen extraheren)
Integratie in discoursmodel (vorige zinnen)
Decoderingsstadium - Selectie spraaksignaal uit akoestische achtergrond
Link met auditieve scèneanalyseprocessen
Neuropsychologie: gesproken-woordherhaling
Drie-routeraamwerk (~ dual-route cascademodel)
Auditieve analysesysteem
= extraheert fonemen en andere geluiden vh spraaksignaal uit alle geluid
Pure woorddoofheid = schade aan dit systeem leidt tot verstoring perceptie woorden en non-woorden; andere geluiden en spraakproductie intact
Lexicons en semantische systemen
Auditief inputlexicon = bevat de klank van woorden, niet de betekenis (spaak vh spaak- en hubmodel semantisch geheugen) :ferris_wheel:
Semantisch systeem = hub ih hub- en spaakmodel, bevat woordbetekenis
Spraakoutputlexicon = bevat info over gesproken vorm ve woord
Fonemische responsbuffer
= bevat info over indiv uitspraakeenheden en hoe omzetten nr motorcommando's
Drie routes :three:
Route 2 = Aud inputlexicon --> spraakoutputlexicon --> spraak (zonder sem systeem) (bekende woorden, maar betekenis niet kennen)
Route 1 = Aud inputlexicon --> semantisch systeem --> spraakoutputlexicon--> spraak (bekende woorden)
Route 3 = Auditief analysesysteem --> Foneemniveau - spraak (voor onbekende woorden en non-woorden)
Stoornissen in woordherhaling
Transcorticale sensorische afasie
= schade aan route 1 + 2, herhalen woorden/non-woorden intact, weinig woordbegrip, sterk verminderde lees- en luistervaardigheid (schade semantisch systeem)
Diepe dysfasie
= problemen met spraakproductie en - perceptie, herhalen semantisch verwante woorden, abstract moeilijker dan concreet en weinig herh non-woorden, moeite met rijmwoorden of fonemen weglaten (foneemsubstractietaak)
? Schade alledrie de routes of 3 + semantisch systeem of alg verwerkingsprobleem fonologische info
Woordbetekenisdoofheid
= schade aan routes 1 + 3 --> woorden correct kunnen uitspreken maar niet begrijpen, geen onbekende of non-woorden reproduceren, wel onderscheiden woord/non-woord
Gesproken-woordherkenning - theorieën
Cohortmodel :confetti_ball:
= selectie kandidaat-woorden obv auditieve input zorgt voor woord-initiele cohort, er treedt eliminatie op tot 1 woord overblijft (thv punt v uniekheid)
Punt v uniekheid
Alle infobronnen parallel verwerkt om punt v uniekheid te bereiken
Exp: punt v uniekheid kan vroeg/laat liggen en N400 ligt dan ook vroeg/laat (100ms verschil)
Competitie binnen cohort (vd kandidaatwoorden)
Exp: Engels 'panda' trekt op NL 'pen'--> werd nr pen gekeken tot laatste deel panda uitgesproken was :panda_face:
Ook over meerdere talen
Wijzigingen
Woorden konden varieren van activatieniveau als ze bij cohort horen (ervoor wel/niet, nu gradueel)
Context vnl bij integratie woord in zin (ipv bij woordselectie)
Context pas invloed NA punt v uniekheid
Exp: zonder context én met context even snelle reactie bij geld en schip (activatie kapitaal en kapitein) bij uitspraak 'kap' - viel weg wnr woord verder werd uitgesproken (deactivatie kapitaal), dan bij context wél effect :boat:
Exp: zin afmaken met woord - ERP-effect van betekenis (220ms) en van vorm (250ms)
MAAR: als context sterk genoeg is kan contexteffect WEL optreden voor punt v uniekheid ('mercy')
Trace-model
Auditieve tegenhanger interactieve activatiemodel
Assumpties
'Knopen' op 3 niveaus (eigenschapsniveau, fonemisch en woordniveau)
Connecties tss niveaus zijn stimulerend en binnen niveaus inhiberend --> continue interacties! (verschil cohortmodel) :warning:
Activatiewaarde knopen en sterkte connecties zijn doorslaggevend voor output
Trace = Activatie en inhibitie leidt tot activatiepatroon --> gehoorde woord is hoogst geactiveerde op woordniveau
Auditieve variant v woordsuperioriteitseffect gevonden + verklaart lexicale identificatie-shifteffect + categorische spraakperceptie-effect
Motortheorie :tongue:
= spraakverstaanbaarheid faciliteren door spraak mee te articuleren subvocaal --> consistent motorsignaal
Fysische beperkingen spraaksysteem(stembanden, spieren) beinvloeden onze interpretatie (bv 't' zorgt voor pauze)
Motorcortex is actief tijdens spreken én luisteren
Onderdeel v predictive coding-systeem