Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H8 - Sportpsychologie - Aandacht en concentratie - Coggle Diagram
H8 - Sportpsychologie - Aandacht en concentratie
Modellen van aandacht
Selectie IV
Capaciteitsmodellen = hoe meerdere taken tegelijk mogelijk zijn
Modellen v regulerende aandacht = modulaire benadering, hoe IV georganiseerd is
Selectiemodellen = hoe info w geselecteerd
Aandacht: gecontroleerde vs automatische
Capaciteitsmodellen: verdeelde aandacht
Beperkte verwerkingscapaciteit --> niet door bottelneck, wel doordat IV mentale energie kost en die beperkt en variabel is
Voldoende energie, meerdere tegelijk uitvoeren >< onvoldoende E, prestatie taken verslechteren (via dubbeltaken onderzocht) :zap:
Verklaren hoe mensen meerdere infostromen tegelijk kunnen verwerken
Multipele resource-theorie = meerdere bronnen v aandacht en elk eigen capaciteit, taken verschillende bronnen zijn combineerbaar
Aandacht is dus flexibel georganiseerd
Exp dichotische luistertaak: target in zelfde series (L en R) minder opgemerkt dan als het verschillende series woorden waren (L dieren en R lichaamsdelen) :headphones:
Resource = eenheid voor IV
Steeds meer bronnen moeten verondersteld w
Modellen regulerende aandacht
Hierarchische organisatie schema's - aandacht zorgt ervoor dat juiste schema's actief w en elkaar niet verstoren
Duaal controlesysteem
Contention Scheduling (CS) = automatische selectie schema's, permanent werkzaam, snel en onbewust (routinebewegingen)
Supervisory Attentional System (SAS) = bij nieuwe of moeilijke taken, bewuste aandacht stuurt welke schema's actief w
Verstoringen: nog niet geautomatiseerde taak - crosstalk (= verwarring tss gelijkaardige prikkels leidt tot verkeerde reactie)
Meerdere schema's tegelijk actief = mogelijk
Modulaire benadering = IV via gespec eenheden, schema's of modules en leidt tot spec handeling - aandacht reguleert samenwerking tss schema's
Activatie schema's door prikkels (intern/extern)
Capaciteitsmodellen en filtermodellen houden geen rekening met interne prikkels!
Taken combineren: taakintegratie (delen samenvoegen tot 1 grote taak door oefening) + taakwisseling (minder efficient)
Meer volledige verklaring, focus op hoe aandacht zorgt voor samenwerking mentale processen
Selectiemodel: Filtermodel Broadbent
Filter selecteert welke info verwerkt w (want beperkte capaciteit)
Niet-geselecteerde info in KTG kort en evt later aandacht
Input - KTG - Filter - LTG en output
Probleem: kan cocktailpartyfenomeen niet verklaren --> aandacht is flexibeler
Bottleneck idee = smal IV-kanaal kan niet alles verwerken, dus filter nodig :baby_bottle:
Cognitieve efficientie
Via EEG
Alfa - 8-13Hz - ontspanning, lage mentale activiteit
Beta I - 13-18Hz - alert, aandacht, concentratie
Beta II - 18-35 Hz - sterke emoties (angst, woede)
Mentale toestand sporter tijdens taak
Studie Hatfield et al
Hersenactiviteit schutters, verschil L en R hersenhelft
Vlak voor schot toename alfa in L hemisfeer
Bewuste, analytische denkprocessen uitschakelen en automatisch proces gebruiken
= vermogen van sporters (experts) om mentale processen zo te sturen dat enkel meest noodzakelijke hersenactiviteit er is tijdens prestatie.
Studie 2 Hatfield en Kerick
Reactieve taken = pp moet zo snel mogelijk reageren --> alfa-toename vlak voor respons
Experts kunnen aandacht sturen zodat automatische processen optimaal functioneren op cruciale momenten
Self-paced taken = pp bepaalt wnr hij schiet --> verhoogde alfa-activiteit
Neuropsychologie: geheugen, leren en visuele stroom
Vaardigheden
Impliciet leren = via ervaring en doen, zonder bewuste uitleg --> procedurele kennis, minder belastend en sterker onder druk
Expliciet leren = via bewuste instructie --> declaratieve kennis en WG
Visuele informatiestromen
Ventrale stroom = bewuste verwerking en herkenning --> expliciet leren, declaratieve kennis en interne focus - objectherkenning
Dorsale stroom = automatisch aansturen beweging --> impliciet leren, procedurele kennis, externe focus - spatiale afstemming - gn beroep op WG, onbewust
Kennis
Declaratieve kennis = over de beweging, bewust en verwoordbaar
Procedurele kennis = vd beweging zelf, hoe je handeling uitvoert
Declaratieve kennis heeft WG nodig, dit is beperkt in capaciteit en gevoelig voor verstoring. WG werkt samen met CS en SAS
Trainen WG - concentratie en capaciteit verbeteren --> betere prestaties
Liefst zo specifiek toegepast mogelijk, is er vaak niet
Bv. Concentration grid-training
Aandachtsfocus
Intern = gericht op lichaam en beweging --> bewuste en gecontroleerde aansturing (V stroom)
Extern = gericht op effect of omgeving --> automatische uitvoering en betere prestatie (D stroom)
Sport: beste = externe focus, D stroom, impliciet leren en procedurele kennis
Gecontroleerde en automatische informatieverwerking (IV)
Automatische IV/aandacht = zonder veel mentale energie, meerdere taken tegelijk mogelijk, snel en moeilijk verstoorbaar (bv lopen, dribbelen) - niet flexibel eens gestart :runner:
Gecontroleerde IV/aandacht = wel aandacht nodig/bewuste sturing, bij nieuwe of moeilijke taken, wel eenv verstoorbaar en minder taken tegelijk :skier:
Schneider en Shiffrin
Oefening en training --> taken evolueren van gecontroleerd nr automatisch --> ruimte voor andere taken zoals strategie
Verschil beginnende en ervaren sporters
Meten van aandacht
Alternatieven
Eye tracking - kijken is niet zelfde als aandacht
Psychofysiologische metingen - EEG,HF,ERP --> inspanning verstoort metingen
Andere vormen zelfrapportage
Gedachten vastleggen
Schriftelijke rapportage (gedachten)
Concept mapping = ervaringen in schema gieten, waar aandacht?
Methodes combineren
Alg moeilijk, vnl zelfrapportage bij VL zoals TAIS --> zijn mentale processen toegankelijk voor bewustzijn?
Zeker automatische aandacht is ontoegankelijk
Easterbrooks cue utilization theory
Arousalniveau
Laag = brede aandacht, veel prikkels verwerkt (ook irrelevante)
Matig = smallere aandacht, focus op taakrelevante info (cues)
Hoog = zeer smalle aandacht, ook relevante info gemist
Inverse U-vorm relatie arousal en prestatie
= stijging arousal zorgt voor versmalling vd aandacht
Effect op prestaties
Positief effect - tot bepaald punt
Negatief effect - bij te hoge arousal
Bevestiging via exp: fietsers en lampjes (hoe hoger arousal/HF, hoe hoe tragere reactie op prikkels)
Kanttekeningen
Volgorde vd effecten onzeker = niet altijd eerst irrelevante en dan relevante prikkels die wegvallen
Sporters zijn niet passief = aandacht kan actief gestuurd w, strategieen om arousalniveau ~
Niet alleen minder aandacht, ook verkeerde aandacht = irrelevante interne prikkels bij bv angst
Ook interne afleiding en actieve controle spelen dus een rol
Nideffers aandachtstheorie
TAIS
Vormen van aandacht meten en omgang met info
VL met 17 subschalen (PH, vermogen zelfsturing, aandachtsprocessen)
Aandachtsprocessen (breed intern en extern, overload intern en extern, smalle en verminderde aandachtsfocus)
= Test of Attentional and Interpersonal Style
Kritiek: niet spec voor sport, ZR en inzicht in mentale processen?, BH en validiteit, facevalidity ok, maar onvoldoende constructvaliditeit
Onderscheid proces- en resultaatgericht
Procesvariabelen = aandacht gericht op externe/interne prikkels gelinkt aan taakuitvoering, complexe en geautomatiseerde reacties, emotioneel neutraal
Outcome-variabelen = prikkels en gedachten gelinkt aan resultaat taak en gevolgen ervan (winnen/verliezen), meer stress en mindere prestatie
Voor wedstrijd: outcome-gericht en tijdens wedstrijd best procesgericht --> juiste vorm v aandacht op de juiste moment + schakelen tss stijlen nodig
4 hypotheses/assumpties
Verschillende sportsituaties vragen verschillende aandachtsstijlen
Aandachtsvaardigheden - persoonlijke voorkeur en verschil in vaardigheden
Aandachtsfocus varieert op 2 dimensies
Breedte: smal - breed
Richting: intern - extern
4 aandachtsstijlen
Aandachtsfocus en arousal-niveau - te hoge/lage arousal zorgt voor minder flexibiliteit en terugvallen op voorkeursstijl
Attention Control Training (ACT) :tada:
Associatieve en dissociatieve aandachtsstrategieen
Associatieve strategie
= aandacht richten op taakinfo, prestatie monitoren en bijsturen
Dissociatieve strategie
= aandacht gericht op afleidende prikkels, zware inspanning minder bewust
Morgan en Pollock: waar richten duursporters hun aandacht tijdens inspanning
Wanneer welke strategie?
Ervaren marathonlopers: associatief >< onervaren: dissociatief
Wedstrijd meer associatief >< training meer dissociatief
Zwaardere inspanning: meer associatief (via Rating of Percieved Exertion - Schomer)
Veel wisseling en variatie, geen eenduidig gebruik
Bekendheid met taak speelt ook rol en meetproblemen vertekenen resultaten ond
Monniken: dissociatieve (mantra's)
Verschillende vormen mogelijk binnen beide strategieen! (extern/intern, bewust/onbewust)
Nu: meta-cognitieve benadering
Concentratie en aandachtstraining
5 kenm concentratie
Alertheid = open om relevante informatie op te nemen en verwerken
Flexibiliteit = kunnen schakelen tussen soorten aandacht en prikkels
Capaciteit = voldoende mentale energie beschikbaar voor concentratie
Volledige betrokkenheid in hier en nu (procesgericht; geen resultaatgerichtheid of zelfreflectie)
Selectiviteit = aandacht gericht op enkel de relevante info voor taak
Concentratie opbouwen en houden - 2 regels
Belang intenties (bv intentional blindness = exp passen tellen en gorilla tijdens basketmatch) - procesgerichte beter
Actief sturen aandacht (bewust kiezen voor taakrelevante info--> automatische IV)
Sturen aandacht bemoeilijkt door: persoonsrelevante info, saillante prikkels, aandacht dwaalt af
Concentratie = verzamelterm
Gebrek = met je hoofd elders zitten (aandachtsrichting) OF gebrek aan interesse (mentale inspanning)
Verlies = vermoeidheid (aandachtscapaciteit) OF verkeerde focus (selectiviteit aandacht)
Overconcentratie = te sterke aandachtsrichting; te eenzijdig of te veel belang (stress)
Aandachtstraining
Adviezen Bond en Sargent (2004)
Switching on and off = aandacht bewust richten op sport en bewust loslaten (focus en herstel)
Obv praktijkervaring als sportpsychologen
Parkeren v gedachten
Trainen onder afleidende omstandigheden
Visuele aandachtstraining
Beste empirische evidentie
Waarnemen stuurt handelen en handelen beinvloedt waarneming
Education of attention (onderscheid relevante en irrelevante info)
Beter leren anticiperen in sport (voorspellen balbaan, beweging dmv kijkgedrag)
Bv. Basketbalschieten: verre worp langer kijken en korte worp veel korter kijken --> beter scoren wnr juiste kijkgedrag
Nideffers ACT :tada:
Training moet situatiespecifiek zijn
4 vormen v aandacht, afhv situatie, persoon en arousal
Oefeningen: oef aandachtstijlen, bewust w voorkeursstijl, intenties formuleren, ontspanning, omgaan met afleiding, herstellen conc (centreren), verbeteren focus