Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Anker 6 - Coggle Diagram
Anker 6
5
4
naaldbos bestaat vooral uit bomen met naalden die het hele jaar groen blijven, zoals dennen en sparren.
-
Een loofbos bestaat vooral uit bomen met brede bladeren die in de herfst hun bladeren verliezen, zoals eiken en beuken.
2
Biodiversiteit betekent de verscheidenheid aan leven op aarde, zoals verschillende planten, dieren en kleine organismen. Hoe meer verschillende soorten er in een gebied leven, hoe groter de biodiversiteit.
-
1
-
-
Kruidlaag: lage planten zoals varens, bloemen en grassen; dieren zoals slakken, insecten en muizen.
Moslaag (bodemlaag): mossen en paddenstoelen; dieren zoals wormen, kevers en andere kleine bodemdieren.
6
Delen van een boom: wortels, stam, takken en bladeren.
Delen van een blad: bladsteel, bladschijf en nerven.
Delen van een bloem: kelkbladeren, kroonbladeren, meeldraden en stamper.
Delen van een paddenstoel: hoed, plaatjes (of buisjes), steel en zwamvlok (onder de grond).
2
1
Planten die op plekken met veel wind groeien zijn vaak laag bij de grond, hebben stevige stengels en kleine of smalle bladeren om minder wind te vangen. Dit helpt ze om niet te breken of uit te drogen.
DUINDOREN
Planten die anders door dieren worden opgegeten hebben vaak stekels, giftige stoffen of een vieze smaak om zichzelf te beschermen.
roos
waterlelie
Planten die in een nat milieu leven hebben dunne bladeren, vaak luchtkanalen om zuurstof te vervoeren en wortels die goed tegen water kunnen.
edelweiss
Planten die op grote hoogte leven zijn vaak klein, groeien dicht bij de grond en hebben dikke bladeren om zich te beschermen tegen kou en harde wind.
cactus
Planten die in een droog milieu leven hebben dikke bladeren of stekels, slaan water op en hebben diepe wortels om water te vinden.
Planten die op voedselarme bodem leven groeien vaak langzaam, hebben speciale wortels of vangen soms insecten om extra voedingsstoffen te krijgen.
zonnedauw
-
-
3
1
Goudvis: leeft in water (zoals een vijver); heeft kieuwen om te ademen, vinnen om te zwemmen en schubben ter bescherming.
Konijn: leeft op het land (in holen en graslanden); heeft sterke achterpoten om te springen, vacht tegen kou en scherpe tanden om planten te eten.
Dolfijn: leeft in de zee; heeft een gestroomlijnd lichaam om snel te zwemmen, vinnen en een blaasgat om te ademen aan het wateroppervlak.
Mol: leeft onder de grond; heeft sterke graafpoten, kleine ogen en een goed reuk- en tastvermogen.
Zwaluw: leeft in de lucht en op het land; heeft vleugels om te vliegen, een licht lichaam en een scherpe snavel om insecten te vangen.
2
Sommige dieren leven in meer dan één leefomgeving (zoals water en land) en hebben daarom speciale kenmerken om zich in beide goed te kunnen bewegen. Bijvoorbeeld kikkers hebben zwemvliezen om te zwemmen en sterke achterpoten om te springen op het land.
1
-
-
1
voedselpiramiden
Een voedselpiramide laat zien welke dieren onderaan en bovenaan de voedselketen staan, met planten onderaan en roofdieren bovenaan. Onderaan zijn er veel planten en dieren, maar bovenaan zijn er maar weinig, omdat elk dier energie nodig heeft om te leven.
voedselweb
Een voedselweb laat zien wie wie eet in de natuur, bijvoorbeeld dat een konijn gras eet en een vos het konijn eet. Zo zie je hoe alle planten en dieren met elkaar verbonden zijn en van elkaar afhankelijk zijn.
-
voedselketen
-
Een voedselketen laat zien wie wie opeet in de natuur, bijvoorbeeld: gras → konijn → vos. Zo gaat de energie van het ene levende ding naar het andere.
:
-
De voedselkringloop laat zien hoe voedsel en energie in de natuur steeds opnieuw worden gebruikt, van planten naar dieren en weer terug. Als planten en dieren doodgaan, helpen kleine organismen ze afbreken zodat de voedingsstoffen weer in de grond komen voor nieuwe planten.
-