Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H3 - Psychometrische modellen - Coggle Diagram
H3 - Psychometrische modellen
Steekproef v intelligentie
Cogn sterktes en zwaktes inschatten onder gestandaardiseerde omstandigheden --> w psych testen
3 aspecten veelvoorkomend in IQ-testen
Visueel-ruimtelijk redeneren
Perceptie vs redeneren
Mathematisch redeneren
= secundaire ment capaciteit
Belang Westen/ industr sml
Taal
Taalvertrouwdheid vs taalbegrip
Primaire (orale taal) vs secundaire (geschreven taal) mentale capaciteit --> dyslexie vs alg laag IQ
Deductief en inductief redeneren
Syllogistisch = deductief --> deze redeneermogelijkheid is maat van Gf, sterk gecorreleerd met g-factor
In test toch meer inductief redeneren (bv matrix en verbale analogieën)
Want deductie mist soms complexiteit realiteit, meerdere antw mogelijkheden en cultuurverschillen
Geschiktheid- en prestatietesten
SAT-I = alg kennis
SAT-II = kennis schoolcurriculum
ACT General Intelligence test = meet verbale, numerieke en abstracte vaardigheden
Conceptueel verschillend, sterk gecorreleerd --> voorspellen beide even goed
Testconstructie en testgebruik
Constructie items
Maximale prestatietest
Oplopende moeilijkheidsgraad (samenhang vaardigheidsniveau)
Verdeling testscores
Afhv moeilijkheid vragen én vaardigheid populatie (4e lj vs 4e mb)
Bv WAIS (voll populatie land) vs SAT (selectie bovenzijde spectrum) vs AFQT (leger, makkelijker dan WAIS, lage IQ's eruit halen) --> Scores persoon: SAT < WAIS < AFQT
Item Respons Theorie (IRT) = Psychometrisch modelleren itemresponsen
Normaalverdeling is assumptie
Sommige moeilijkheden w miss niet goed ingeschat
= moeilijkheid items zo construeren dat ze normaalverdeling volgen
Belang normering
Test is obv referentiepopulatie
Beste differentiatie in middenmoot
Relatieve scores (betekenis adhv referentiepop)
Andere populaties afnemen = kans op vloer- en plafondeffecten
Positive Manifold :!:
= Pos corr van diverse intelligentietesten en diverse subtests van testen
Gn artefact tgv constructie test (want Raven sterk geladen en is later geconstrueerd)
Meta-analyse Carroll ('93): robuust fenomeen
Eerst: pos corr tss punten schoolvakken --> pos corr subtesten WISC --> idem diverse testbatterijen (bv Woodock-Johnson)
Bewijs dat intelligentie GEEN zak knikkers is :explode:
Minstens 1 dominante factor waarop alle factoren laden vd subtests, wnr alles pos gecorreleerd is
Factoranalyse
Theorie
= stat techniek om onderliggende/gemeensch factoren te zoeken die scores op verschillende testen verklaren = structuur v intelligentie zoeken
Veel mensen veel verschillende subtesten geven --> 2. Welke testen scoren samen hoog of laag (corr) --> 3. de testen groeperen in factoren (onderliggende vaardigheden)
Correlatiematrix intelligentie(sub)testen --> factoren (hvh, rotatie, interpretatie?)
Exploratorische vs confirmatorische FA
Exploratieve FA = Factoren bep obv de data, structuur ontdekken (BV Spearman g-factor)
Confirmatorische FA (CFA) = Klopt mijn theorie van x factoren met de data?, structuur toetsen (BV. CHC-model toetsen)
CFA modellen
g-factor model = 1 factor bep scores op alle testen
Model meerdere gecorr factoren = meestal verbale, VR en Gf
Hiërarchisch model = meerdere factoren aangestuurd door 1 g-factor (bv CHC-model)
Bifactor-model = g-factor + spec niet-gecorr factoren
VRAAG: Ingenieurs vs advocaten (studenten) --> ingenieurs score: g-factor meer bep door verbale subtest (want homogeniteit in variabilieit VR) evv advocaten (meer homogeniteit verbale subtests) --> g-factor verschilt tss beide groepen en vergt andere interpretatie! --> Score IQ-test w bep door waar de variabiliteit ie populatie zit. :question:
Beperkingen
Validiteit hangt af van gebruik in juiste populatie (bv WAIS als selectie geneeskunde is niet valide)
FA bepaalt door subtesten, andere testen id batterij EN variabiliteit populatie
G-factor model
Theorie v Spearman
Overkoepelende maat voor complex denken (~Binet)
Onderzoek schooluitslagen vs cogn test --> 1-factormodel fits perfect
Sluit 'knikkers' niet uit!
Indifference of indicator = alles geladen op 1 factor --> maakt niet uit met welke subtests je intelligentie meet
Jensen ('98): pleidooi g-factor
Positive manifold
g beste voorspeller school- en werkprestaties
g samenhang IVfuncties en hersenindicatoren
Stabiliteit g-factor
3 batterijen bijna perfecte corr tss g-scores
Mensen classificeren obv alg intelligentie = OK
Aard v G (interpretatie!)
g = mentale trek cogn sterkte
Als er 1 alg mentaal vermogen is, moeten we positive manifold vinden. Als we pos manifold vinden, wil dit niet zeggen dat er 1 alg vermogen is.
Ook meerdere factoren mog, allemaal gecorr (gen/omg)
Mutualisme = interacties tss spec factoren, 1 ontwikkelen, andere ontw mee
Aard testen die hoog op g laden?
Inductief red + compl visualisatie + kwant red + verbale vaard
Niet per se 1 cogn proces! (cfr mutualisme; partiële overlap processen)
IVmodellen + hersenfunctioneren + genoomvariaties
Experimentele psychometrie
Mutualisme = training een type taak zal andere type taak beïnvloeden
Bv. telraam Sudan vs studenten fysica
Richting effecten
Bedenkingen - Thurstone
Minder evidentie bij gespecialiseerde populaties (vnl in alg pop gevonden)
Thurstone: versch taken --> versch mentale vaardigh (knikker-theorie; meerdere onafh intelligentiefactoren)
g-factor verklaart meer vd variabiliteit id lagere zones dan de hoge zones
Minder predictieve variabiliteit spec/losse factoren dan g-factor
Spec factoren minder betrouwb schatten dan g-factor (want obv minder subtesten)
Spec factoren verklaren minder voor pop want zijn meer van belang in hoge zones en lagere deel vnl g-factor
Cattell-Horn-Carroll model
Eerst: V 1e laag (bv begrijpen zinnen, KTG...) + V 2e laag (Gf, Gc, Gv)
Daarna: extra V 2e laag (Gq, Glm, Gsm, Gs, Gt...)
Nieuwe instrumenten obv dit model
Kaufman Adult Intelligence Test (econ minder winst dus niet op de markt in NL/BE)
Woodcock-Johnson test batterij (WJ-III)
Nieuwe versie model (Schneider en McGrew): Alle V opgedeeld volgens levels en snelheid
= Specifieke vaardigheden (V) clusteren met hiërarchische belangrijkheid met relatie tot g. (Gf en Gc hoger geladen op g dan Gs)
Wnr is een taak een maat voor Gf en wnr voor Gc?
Onderscheid niet te maken!
Probl voor selectieprocedures
Cattell: Niet nodig, Gc is gekristalliseerde Gf
Jensen: Gf wel versch v Gc --> Differentiële leeftijdseffecten
G-VPR-model
Vernon ('64): alg g-factor + 2 extra factoren
general factor
Verbal:educational factor
Perceptual:motor factor
Johnson & Bouchard (2005): via tweeling- en adoptiestudies
Niv 3: Verbale, perceptuele en rotatieV
Niv 4: Alg intelligentie g
Niv 2: Spec V
Niv 1: indiv testen
Beste relatieve fit voor de data, minder gebruikt id praktijk
Gn afzonderlijke geheugenfactor
Onderscheid Gf en Gc is vaag (MAAR erfelijkheid Gf niet groter dan Gc, wat je we verwacht wnr Gc gekristalliseerde Gf is)
Neurowet bevindingen
zinvolheid g-factor
Aandachtsctrl, neurale geleiding, plasticiteit neurale connecties
Adolescentieperiode: hersen-hermodellatie (eff en sneller bij intelligentere personen)
zinvolheid VPR
Verschillende hersendelen betrokken
Onderscheid man-vrouw vnl op rotatietaken (nat onderscheid)