Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
AGOGIEK - Coggle Diagram
AGOGIEK
DE 10 KENMERKEN
Duidelijk gedefinieerde relaties en formele rollen:
professionele relatie met duidelijke grenzen en rollen, maatschappelijk werker biedt hulp, cliënt ontvangt hulp, functieprofiel bepaalt verwachtingen, taken en bevoegdheden
Bewust:
cliënt moet helder en nuchter zijn om keuzes en veranderingen bewust te maken, ook rekening houden met jonge kinderen, personen met dementie of mentale beperking
Kwaliteitsvol en verantwoord:
kwaliteitsvol via organisatie, opleiding en richtlijnen voor gelijke behandeling; verantwoord via zelfreflectie van hulpverlener, beoordelen en bijsturen van handelen en stappenplan
Eigen verantwoordelijkheid en veranderkracht:
cliënt blijft verantwoordelijk voor keuzes en stappen, bepaalt tempo en inzet, maatschappelijk werker geloof in stap-voor-stap verandering naar het doel
Methodisch:
stappenplan uitstippelen om doel te bereiken, samenwerken met cliënt, tussenstappen duidelijk maken
Verandering is gewenst:
cliënt ervaart situatie als ongewenst, zoekt en aanvaardt hulp voor verandering
Doelgericht:
samen met cliënt duidelijk doel bepalen, acties van cliënt en begeleider afspreken, zorgt voor voorspelbaarheid en structuur
Vrijwillig:
cliënt kiest zelf voor begeleiding en verandering, geen gedwongen hulpverlening
Gericht op psycho-sociale verandering:
focus op de cliënt en zijn beleving van gedachten, gevoelens en emoties bij problemen en de interactie met en gevolgen voor de omgeving
Asymmetrisch:
hulpverlening is eenzijdig, maatschappelijk werker helpt de cliënt, niet omgekeerd
12 VELDENSCHEMA
Op
groepsniveau
= max. 20 à 25 personen
Bv: workshops in een klasgroep
Op
organisatieniveau
= grotere groepen
Bv: actieplannen binnen Thomas More Geel
Op
individueel niveau
= cliënt of directe omgeving
Doelgericht begeleiden met focus op wat we willen bereiken via
preventieve doelstellingen
(problemen voorkomen),
curatieve doelstellingen
(problemen verminderen/ oplossen) en
doelstelling gericht op kwaliteit
(aanwezige kwaliteiten versterken)
Op niveau van
grotere samenlevingsverbanden
Bv: campagnes op alle scholen van Thomas More
AGOGISCH PROCES
Handelingsschema's:
na doelbepaling volgt handelen via trial and error (uitproberen en bijsturen), algoritme (vaste stappen die tot een oplossing leiden) of heuristiek (richtlijnen die kans op goede oplossing vergroten)
Fasen agogisch handelen lineair:
kennismaken en vertrouwensrelatie opbouwen, verwachtingen en afspraken verduidelijken, huidige situatie analyseren, doelen bepalen, doelen uitwerken in handelingsplan met planning en methode
Iteratief proces:
fasen beïnvloeden elkaar en worden herhaald, contact en authentieke verbinden vormen de basis
Simpel agogisch proces:
cyclisch proces met wat is er aan de hand, waar willen we naartoe en hoe gaan we dat realiseren, voortdurend terugkoppelen en bijsturen
GRONDHOUDING
Begeleidersstijl:
rollen, posities en functies, rituelen, gewoonten, omgangsvormen, relatiefdefinities beïnvloed door eerdere ervaringen en betekenis van relaties
Expliciete uitgangspunten:
intuïtief (buikgevoel, persoonlijkheid), aangeleerd (opleiding, normen, waarden-, geëxpliciteerd bewust maken en toepassen
Methodisch werken:
werkingsprincipes (manier, methode), doeloriëntaties (preventief, curatief, kwaliteit via 12-veldenschema), technieken (enkelvoudig), methode (combinatie van technieken), methodieken (uitgangspunten en denkwijzen)
Patronen en reflexen:
reflexen als spontane acties, patronen als terugkerende actiereactieketens gevormd door ervaring
Kenmerken:
dynamisch, contextueel en sociaal geconstrueerd, voortdurend aangepast aan mensen en situatie
Impliciete vooronderstellingen:
dieperliggende waarden en overtuigingen die onbewust gedrag en keuzes beïnvloeden
4 DILEMMA'S/ SPANNINGSVELDEN
Nabijheid vs afstand:
betrokken blijven zonde professionele grenzen te overschrijden
Inpassen in vs aanpassen van structuren:
regels en procedures volgen, maar soms de structuur aanpassen aan unieke situaties
Ideaal vs werkelijkheid:
hoe een situatie ideaal opgelost zou worden, is in praktijk niet altijd haalbaar
Loyaliteit naar organisatie vs naar cliënt:
kiezen tussen belangen van de organisatie of het welzijn van de cliënt