Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
DE MIDDELEEUWEN (500-1500) - Coggle Diagram
DE MIDDELEEUWEN (500-1500)
HET ONTSTAAN VAN STEDEN en hun poorter
s
geen riolering --> veel ziektes (de Pest)
Een pestmasker is het kenmerkende snavelvormige masker gedragen door pestdokters (pestmeesters) tijdens pestepidemieën, met name vanaf de 17e eeuw in Europa; de 'snavel' werd gevuld met kruiden en specerijen om de "slechte lucht" te filteren en te zuiveren, aangezien men dacht dat de pest zich via miasma (zieke lucht) verspreidde, en het diende ook om afstand te houden en de dokter te beschermen tegen de stan
De meeste mannen hadden een ambacht
smids,bakkers en klompenmakers, hoedenmaker, metselaar, timmerman, ...
ze organiseerden zich in gilden die de regels bepaalden en zorgden voor bescherming en kwaliteitscontrole en een goede opleiding voor nieuwelingen in het vak
handelaars= de mannen die met de producten van de ambachten op reis gaan om ze te verkopen.
arme mensen wonen in houten huizen in nauwe straatjes --> gevaar voor ziektes en brand
geen afvalophaling =>stank/ziektes/ratten
KLASSENPIRAMID
E: hoe hoger hoe machtiger en hoe minder mensen ertoe behoren (bovenaan smal= weinig mensen die heel machtig zijn)
3 ridders
2 de adel : koning, hertogen/graven
4 vrije boeren en later ook ambachtslui en arbeiders
5 lijfeigenen (vooral buiten de stad werkzaam of land van leenheren) wonen in lemen huizen met rieten dak of strooienn dak. De vloer is aangestampte aarde.
1 de geestelijken
VROUWEN: vroeg in de middeleeuwen : beheerden de domeinen van de landheer als hij er niet was. Later in de steden: geen macht meer. Adellijke vrouwen spinden en borduurden. Minder rijke vrouwen hadden geen macht.
BURCHTEN
de burcht zelf bood BESCHERMING tegen de vijand
hoge stenen muren met kantelen en schietgaten
slotgracht
ophaalbrug
kokende olie uitgieten over de vijand
*een belegering= een aanval gedurende een hele periode
ROND DE BURCHT wonen lijfeigenenen in lemen hutjes met strooien daken. Ze bewerkten het land van de kasteelheer en moesten het grootste deel van hun oogst afgeven in ruil voor een woning.
De burchtheer was meestal en ridder graaf of hertog
ABDIJEN- monniken
bidden
lezen
werken in de tuin
schrijven
Een miniatuur is een mooie versierde wtekening rond de eerste letter van een bladzijde (een "monnikenwerk" betekent: een taak die veel geduld vraagt)
ze vertaalden de Bijbel door alles over te schrijven met een ganzenveer
kledij: tuniek, kap en lange wollen zwarte of witte pij (bovenmantel tot aan de voeten)
Abdij= verzameling van gebouwen (bakkerij, brouwerij, ziekenzaal, bib, kerk,...)
bekommeren zich om de zieken uit de omgeving in de ziekenzaal
lesgeven
Hieruit zijn later de kloostercholen gegroeid
wapens van de vijand
stormram
katapult
pijl en boog
RIDDERS
Ridder < het woord "paardrijder": zijn altijd te paard bijna
Vaak land rond de burcht dat ze laten bewerken door boeren die bescherming van de ridders krijgen in ruil voor dit werk
Hun harnas beschermt hen
Ze hebben meerdere knechten
Ze houden steekspelen: daar rijden ze op elkaar af met een grote lans. Ze oefenen vaak met zwaarden, lansen of andere wapens
KLEDIJ
RIJKEN: zijden stof met parels en edelstenen. Dienaren helpen bij het aankleden
GEWONE MENSEN: linnen broek met korte tuniek (winter: wollen tuniek met kap)
MONNIKEN: pij
KRUISVAARDERS
: vanaf 1096 grote groepen Christenen --> jerzuzalem, de Heilige Stad omdat de paus hen had opgeroepen de stad te bevrijden waar de Arabieren de baas waren
stierven onderweg of kwamen heel vermoeid aan
brachten nieuwe dingen mee die ze bij de Arabieren hadden gezien
hadden rood kruis op hun kledij
G. van Bouillon = een van de leiders van 1ste kruistocht