Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H6 - POLITIEKE PARTIJEN
Partijsystemen
"hoe alle partijen met…
H6 - POLITIEKE PARTIJEN
- Partijsystemen
"hoe alle partijen met elkaar interageren" (samenwerken of strijden).
6.1 OMSCHRIJVING EN INDELINGEN
Een partijsysteem is meer dan een simpele optelsom van de partijen in een land. Het gaat om het systeem van interacties dat ontstaat door de onderlinge strijd (competitie) en samenwerking tussen partijen.
Partijen beïnvloeden elkaar: ze reageren op elkaars standpunten en strategieën.
Parten beïnvloeden het systeem (zie eerder)
-> Wat ook weer zichzelf beïnvloed*
2. Indeling volgens Aantal (De Kwantitatieve Kijk)
De meest gebruikte indeling, kijkt naar hoeveel partijen er toe doen in de strijd om de macht.
Eenpartijsysteem:
Hier is geen echte competitie. Er is maar één partij toegestaan die de staat controleert.
Kenmerk: Komt voor in autoritaire regimes (bv. China of voormalige Sovjet-Unie) of dictaturen waar de partij een instrument van de leider is.
Als zeer strict toegepast, dan is een éénpartijsysteem geen partijsysteem; gezien het niet in interactie kan gaan met andere partijen.
Dominant partijsysteem:
Er zijn meerdere partijen en vrije verkiezingen, maar één partij wint systematisch de verkiezingen (vaak decennialang) en regeert alleen.
Voorbeelden: De LDP in Japan (1955-1993) of het ANC in Zuid-Afrika
NK:-> Nadelen: De grens tussen partij en staat vervaagt; wat kan leiden tot corruptie, arrogantie, corruptie en een gebrek aan vernieuwing omdat de macht verzekerd lijkt en er gebrek is aan degelijke/relevante opposietie.
Variant: Iliberale democratiën
vb. Centraal- Oost EU.;
Deze partijen werden electoraal steeds dominanter en gebruiken hun bestuursmacht om de staat naar hun hand te zetten.
-> Dit leidt tot democratische achteruitgang. Ze hollen de liberale component van de democratie uit, zoals individuele rechten, vrijheden en de grondwettelijke beperkingen op de uitvoerende macht (checks and balances).
De vrees: Sommige politicologen vrezen dat dit systeem uiteindelijk omslaat naar competitief autoritarisme: er zijn wel verkiezingen, maar het speelveld is zo scheefgetrokken door de dominante partij dat eerlijke concurrentie bijna onmogelijk is
Risico's: Dit sluit aan bij de algemene nadelen van een dominant systeem: het onderscheid tussen de staat en de partij verdwijnt, en ambtenaren passen zich aan de wil van de partij aan, wat leidt tot verstarring en soms corruptie.
Tweepartijensysteem, eigenlijk 2.5:
Twee grote partijen domineren het veld (samen +/- 80% van de stemmen) en wisselen elkaar af aan de macht.
Eén partij haalt meestal de absolute meerderheid, waardoor coalities niet nodig zijn. NK: *- Voordeel: Stabiliteit, duidelijkheid en de kiezer kiest direct de regering.
- Nadeel: Minder keuze, de stemverhoudingen worden scheefgetrokken (winner-takes-all) en partijen kruipen vaak naar het midden (zo groot mogelijk kiespubliek aanspreken; voter seeking).*
Maar eigenlijk geen echte dergelijke sytemen meer. VS en UK komen dichtst in de buurt. Echter ook daar vaak extra deelenmers, die wel invloed hebben op de twee grote partijen (vandaar 2.5).
VS; Soms derde kandidaat die ideologisch dicht bij democraten of republiekenen aansluit. Die neemt van die ene grote partij dan stemmen weg, waardoor toch de andere grote partij wint.
UK; zelfde, echter daar nog meer echt 3e partijen in het spel. Vaker coalities gevormd.
Meerpartijensysteem:
Er zijn meerdere partijen relevant en geen enkele partij haalt alleen de meerderheid. Coalities zijn noodzakelijk om te regeren. Gaat om een competitie tussen partijen.
NK :- Voordeel: Betere representatie van diverse meningen en interne controle binnen de regering (partijen houden elkaar in de gaten).
- Nadeel: Regeringsvorming duurt lang, is complex en compromissen kunnen kiezers teleurstellen omdat verkiezingsbeloften verwateren, voeren geen extreme politiek.
vb: België en Nederland
Bipolaire systemen
Zitten nog wat in logica tweepartijsysteem; vormen echter wel coalities maar in blokvorm. Vb: links vs. Rechts; en halen samen 80% van de stemmen/zetels.
= Electorale allianties
Waarom ene land 2 partijen en het andere 10?
- Kiesstelsels hebben invloed:
°Meerderheidsstelsel (The winner takes it all) leidt tot een tweepartijensysteem.
°Evenredige vertegenwoordiging (Proportioneel) leidt tot een meerpartijensysteem.
-> Wet van Duverger
- Ook breuklijnen hebben een invloed:
Hoe meer diepe conflicten (breuklijnen) een samenleving kent (bv. religieus, taalkundig, sociaal-economisch), hoe meer partijen er zullen ontstaan om die specifieke belangen te verdedigen (heterogene structuur).
6.2.5 Aantal partijen gekwalifiveerd
Hoe meten we het systeem? (Fragmentatie & Volatiliteit)? Hoeveel partijen doen er toe?
Omdat simpelweg partijen tellen niet alles zegt (is een partij met 1% even belangrijk als een met 30%?), gebruikt de politicologie verfijndere meetinstrumenten om te kijken naar relevantie.
Het Effectief Aantal (Number) Partijen (ENP): Politicologen gebruiken het concept "effectief aantal partijen" om rekening te houden met de grootte van partijen. Een partij met 30% weegt zwaarder dan een met 5%.
De trend in België: Na WOII hadden we effectief ongeveer 3 relevante partijen (twee grote en één middelgrote).
-> Vandaag is dat gestegen naar meer dan 7. Het landschap is dus enorm versnipperd (gefragmenteerd).
-
-