Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H10. VERKIEZINGEN
Inleiding
Kiesstelsels
Kiesstelels en…
H10. VERKIEZINGEN
- Inleiding
- Kiesstelsels
- Kiesstelels en partijsystemen
1. Inleiding
Verkiezingen zijn een cruciaal kenmerk voor de democratie.
-> Legitimering vh politiek systeem
Belangrijk: Kiessystemen zijn niet neutraal!
Kiesstelsel
Alle regels die bepalen hoe kiezers stem kunnen uitbrengen en hoe de vertaling naar zetelverdeling gebeurt.
Bevatten 3 componenten:
- Electoral formula:
Volgens welke mathematische formule wordt de stemmenverdeling omgezet in een zetelverdeling?
Leidt de formule ertoe dat:
-> Stemmen-en zetelverdeling dicht bij elkaar aansluiten? of integendeel dat bep. partijen méér zetels halen dan proportioneel gezien recht op?
= De electorale formule ('saus') die over de stemmen gebruikt ('gegoten') wordt bepaald mee mate van proportionaliteit.
- District magnitude
Kieskringgrootte
-> Kieskring: geografische omschrijving waarbinnen een bep. # zetels wordt verkozen.
-> De kieskringgrootte: geeft de gemiddelde grootte (gem. # zetels) aan van een kiesdistrict in een land.
= het aantal zetels dat per kieskring (kiesdistrict) wordt verdeeld, dus hoeveel politici er per kieskring kunnen verkozen worden.
Een heel land kan uit één kiesdistrict bestaan, maar ook één kieskring per zetel is mogelijk. Meestal ligt men tussen deze uitersten.
• Lage DM (bijv. 1): In systemen met één zetel per district (zoals in het Verenigd Koninkrijk) gaat de zetel naar de grootste partij en krijgen de verliezers niets. Dit is typisch voor meerderheidsstelsels.
In België verschilt de district magnitude per provincie; in Antwerpen zijn er bijvoorbeeld veel meer zetels te verdelen dan in Luxemburg, wat de kiesdrempel in de praktijk beïnvloedt.
(Luxemburg kent een hogere effectieve kiesdrempel dan Antwerpen)
• Hoge DM: Hoe meer zetels er per district te verdelen zijn, hoe makkelijker het voor partijen is om een zetel te bemachtigen. Dit zorgt voor een zetelverdeling die beter overeenkomt met de stemverhoudingen (proportioneel).
-
- Ballot structure
Op welke manier kan de burger een stem uitbrengen?
= Hoe ziet het stemformulier eruit dat de kiezer voor zich krijgt?
- Alleen stemmen op individuele kandidaten? Alleen op lijsten? of zowel voor lijst als kandidaten?
- Kiezen voor één kandidaat? of meerdere kandidaten? Of rangschikking op voorkeur?
3 basistypes
Combinatie van de keuzes voor elk vd 3 componenten (hiernaast) bepaalt welk om welk type het kiesstelsel gaat
-> meest gebruikte typologie v kiesstelsel op basis van criterium proportionaliteit.
-
-
-
3 gekende kiesstelsels
Proportionele stelsels
Kent verschillende soorten;
-> Zorgen min of meer voor proportoineel resultaat (partijen krijgen zetels in verhouding tot stemprecentage).
Gemeten via Gallagher index of last squares-index
Keuze tss verschillende lijsten
- List proportional-systeem (BE)
Per kieskring verschillende zetels en kiezer kan 1 keuze maken tss verschillende lijsten
3 Soorten lijststelsels:
- Gesloten lijsten: Keuze tss verschillende lijsten, volgorde licht vast.
- Open lijsten: Keuze tss één of meer kandidaten, geen lijsten.
- Flexibele lijsten: keuze tss of lijststem of één/meer voorkeursstem
Mate (determinanten) van proportionaliteit
- Electorale formule
- Grootte vd kieskringen
- Fromele kiesdrempel
Grote kieskringen
Belang #/kieskring
-> Zetelverdeling wordt proportioneler naarmate # te verdelen zetels /kieskring toeneemt.
-> #zetels/kieskring bepaalt de hoogte van de effectieve drempel = Het stemmenpercentage dat de facto vereist is om een zetel te halen.
(hoeveel % stemmen nodig om een eerste zetel te verkrijgen?)
De formele kiesdrempel
Wet bepaalt vast % die moet gehaald worden om mee te tellen in de zetelverdeling.
-> BE: 5% per kieskring
Effectieve kiesdrempel vaak hoger dan formele in BE!
De electorale formule = delerreekstechniek
Om verdeling zetels in verhouding met verdeling vd stemmen te brengen; Stemcijfers vd partijen wordt gedeeld door vooraf bepaalde reeks van cijfers.
-> Verschillende delerreeksen kunnen tot verschillend resultaat leiden.
-> Mate van proporionaliteit hangt af vd afstand tss de delers.
-> Hoe kleiner verschil tss delers, hoe meer grote partijen bevooroordeeld worden.
Delerreeks-D'Hondt; bekendst en eenvoudigst.
Stemcijfers worden actereenvolgens gedeeld door 1, 2, 3, 4, .. . Tot er geen zetels meer overblijven.
-> In alle verkiezingen behalve lokaal! (BE)
Delerreeks-Imperiali
De afstand tss de delers wordt verkleind tot een half: 1;1.5;2;2.5;3;3.5;...
-> Hierdoor worden grote partijen bevooroordeeld, kleine benadeeld.
-> Bedoeling: Via bevoordeling van grotere lijsten de bestuurskracht vd gemeenten versterken.
-> Enkel in lokale verkiezingen toegepast. (BE)
Voor-Nadelen:
- Representatiever parlement
- Minderheden komen aan bod
- Grotere bewegingsvrijheid vd partijleiding
- Versterkte legitimiteit door compromisvorming
- Diffusere verantwoordelijkheid
- Fragmentering vh partijlandschap
- Participatie
- Lossere band tss principal en agent
Gemende stelsels
Combineren zowel een meerderheids- als proportionele component; deel zetels verdeeld volgens ME-stelsel en deel zetels volgens PR-stelsel.
Onderscheid tss 2 Paralelle stelsels (NK)
Kiezer krijgt 2 stemmen:
- Erststimme: Wie vertenworodigt je streek? (= wie komt in parlement) -> Direktmandate (kopstem) = vult de EERSTE zetels in
- Zweitstimme: Welke partij vertegenwoordigt je? (= Verhouding tss partijen) -> Landesliste-Mandate ((gesloten) lijststem) = bepaalt TOTAAL # zetels
De erststimme bepaalt welke kanditaat er in de eigen kieskring wint (via FPTP-stelsel) = meeste # stemmen wint zetel.
(299 zetels vd totaal 630 liggen al vast)
De lijst vult de REST aan (Lijstmandaten) Nu wordt er gerekend. De partij heeft recht op 200 zetels (door de Zweitstimme), maar heeft er pas 150 gevuld met lokale winnaars. De overige 50 zetels worden "bijgevuld" met mensen van de partijlijst. Dit zijn de lijstmandaten (Landesliste-Mandate)
DUS: Samengevat: De Zweitstimme bepaalt de grootte van de taart voor de partij. De Erststimme bepaalt welke gezichten als eerste een stuk taart krijgen. Zijn er dan nog stukken taart over? Dan gaan die naar de mensen op de lijst.
Zweitstimme bepaalt het TOTAAL aantal zetels Eerst kijkt men naar de Zweitstimme (de partijstem via gelsoten lijst). Dit percentage bepaalt op hoeveel zetels de partij in totaal recht heeft in het parlement (proportionaliteit) vb: X krijgt 25% vd zetels (=458 vd 630)
(hier wordt bepaald hoeveel van de 630 zetels onder welke partij verdeeld worden)
-
In Duitsland heeft de kiezer twee stemmen.
- Met de Erststimme wordt via FPTP een kandidaat verkozen in de kieskring (districtsmandaat).
- Met de Zweitstimme wordt proportioneel bepaald hoeveel zetels elke partij in totaal krijgt in de Bundestag.
-> De reeds gewonnen districtsmandaten worden afgetrokken van dit totaal.;
-> Indien een partij minder districtsmandaten heeft dan haar proportionele zetelaantal, wordt het verschil aangevuld met lijstmandaten.;
-> Indien een partij meer districtsmandaten heeft dan haar proportionele recht, verliest zij de overtollige districtsmandaten (sinds de hervorming van 2023).
-
Meerderheidsstelsel
Beperkt # zetels per kieskring
-> Zetels gaan naar de kandidaat met meest # stemmen.
- Relatieve meerderheid: meest aantal stemmen dan om het even welke andere kandidaat.
- Absolute meerderheid: Helft van de stemmen + 1
- Kan Uninominaal: slechts één zetel/kieskring
- Kan Pleurinominaal: meerdere zetels/kieskring (VS met kiesmannen, winners takes it all)
First Past The Post (Brits)
Per kiekkring één zetel (Uninominaal), gaat naar kandidaat die meest stemmen haalt. Relatieve meerderheid voltstaat.
= Erg disproportioneel, kleine partijen halen moeilijk zetels (tenzij zeer geconcentreerde stemmen!! cf. Scottisch National Parti).
VB: UK!
Aanzienlijk disproportioneel.
Gevolg: vaak eenpartijregeringen.
Als geen absolute meerderheid van die partijen = hung parliment.
Invloed van geografische concentratie of spreiding
Door geografische concentratie toch heel wat zetels halen tav stemmenpercentage.
Geografische spreiding kan er dus voor zorgen dat je met relatief meer stemmen alsnog minder zetels haalt.
zie ook: niet benutte surplus (partij haalt meerderheid stemmen, maar geen meerderheid zetels. (p. 490)
Manipulatie via kiesdistricten
= Gerrymandering!
In een FPTP-stelsel speelt electorale geografie belangrijke rol.
= Als kieskringen opzettelijk zodanig worden uitgetekend dat ze bepaalde partij bevoordelen of benadelen -> Gerrymandering
-
-
Voor-nadelen van meerderheidsstelsels
- Eenvoud
- De kiezers beslist wie regeert (maar richten op modale kiezer; programma finaal niet sterk verschillend..?
- Rem op vervrokkelig partijlandschap
- Duidelijke band tss kiezer en gekozene (doordat: per kiesdistrict 1 zetel, zorgt vr duidelijk identificeerbare vertegenwoordiger)
- Kleinere partijen nauwelijks aan zet
- Legitimiteit vd besluitvorming
- Risico manipulatie
- minderheidsgroepen id kou
- Vertegenwoordiging vd vrouw is lager
5. Kiesstelsels en partijsystemen
Keuze voor bepaald keusstelsel heeft belangrijke impact op partijsysteem en # partijen.
-> Relatie tss die variabelen beschreven in de wet van Duverger.
= Proportionele stelsels leiden tot meerpartijensystemen, meererheidsstelsels leiden tot tweepartijsystemen, MAAR het meerderheidsstelsel met twee
rondes neigt naar een meerpartijenstelsel dat wordt getemperd door allianties
Sterk verband tss proportionaliteit vh kiesstelsel en aantal politieke partijen.
Gradueel verband: hoe disproportionelere het kiesstelsel, hoe kleiner het aantal partijen.
- Psychologische factor (bij kiezers): kiesgedrag. Kiezers in mvstelsel weten vooraf dat kleine partijen geen kans maken (=verloren stem). Dus strategisch stemmen!
- Psychologische factor (bij partijen/elite): Hoe disproportioneler het stelsel, hoe groter verleidnig voor kleine partijen om kartel of alliantie te vormen met grotere partij + kleinere kans eigen nieuwe partij op te richten.
Verklaringen:
- Mechanische factor: manier waarop kiesstelsel de verdeling van de stemmen omzet in zetelverdeling. kleine partijen hebben in meerderheidsstelsel louter mathematisch minder kans om een zetel binnen te halen, als ze gespreid electoraat hebben.
-