Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
nederlands examen - Coggle Diagram
nederlands examen
humor
-
-
humor en grappen bestaan in allerlei vormen
meestal humor = het breken van een maatschappelijke norm of verwachting
soorten humor
situatiehumor
situatiehumor komt voort uit alledaagse situaties het is fysiek of ongewone gedrag in normaal, de reactie van mensen, misverstand
-
-
"erge" humor
ironie
tegenovergestelde zeggen of overdrijven
(ondertoon: speels, positief of neutraal)
cynisme
negatiever dan sarcasme
(ondertoon: diep wantrouwen en hopeloosheid, pessimisme)
sarcasme
scherper of bijtende --> tegenovergestelde zeggen of overdrijven
(ondertoon: negatief, met een directe spottende ondertoon)
zwarte humor
leedvermaak, schokeffect creëeren om bewust te maken
-
-
-
-
-
-
taalvariatie
standaardnederlands
mensen die je niet kent
in het onderwijs
in de media
in officiële teksten
bij de mensen die we niet goed kennen
-
-
taaldiscriminiatie, vooroordelen en stereotypen
-
-
woordsoorten
-
zelfstandig naamwoord
persoon, dier, ding, plaats, abstract begrip (gevoel, toestand) of gebeurtenis
-
werkwoord
woorden die een handeling (lopen, spelen), toestand (zijn, worden) of gebeurtenis (sterven, regenen) uitdrukken en veranderen van vorm (vervoegen) afhankelijk van tijd, persoon en getal
begrippen
- Dialect: een streekgebonden manier van spreken
- groepstaal: de taal die typisch is voor een bepaalde groep
- jargon/vaktaal: taal die gebruikt wordt binnen een bepaald beroep of vakgebied
- sociolect: de manier van spreken die typisch is voor een bepaalde groep
- vooroordeel: een hardnekkig en overdreven beeld over een groep mensen
- taaldiscrminatie: iemand ongelijk of oneerlijk behandelen omdat die persoon anders praat of een ander accent heeft dan hijzelf
- taalregister: de manier van spreken die je kiest
werkwoorden
engelse werkwoorden
1) zelfde regels van toepassing als Nederlandse werkwoorden
2) Bij de 3de laatste letter van de IN F KIJKEN en LUISTEREN naar de letter en de klank
3) moet de letter -E bij de stam of niet?
- indien het fout gelezen kan worden --> ja
- indien het niet fout kan gelezen worden --> nee
- plot = korte samenvatting van wat er allemaal in het verhaal gebeurt
- thema = centrale boodschap
- motief = terugkerend element