Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
De industriële revoluties - Coggle Diagram
De industriële revoluties
de golven van industrialisatie
revolutie
2e IR (1850/1870 - interbellum) ⇒ Duitsland, VS → staal, chemie, elektriciteit, motoren
3e IR: na WOII
1e IR (1750-1850/1870) ⇒ Groot-Brittannië → textiel, stoomkracht
4e IR: nu bezig
industriële revolutie = grote, geleidelijke maatschappelijke verandering
oorzaken
bevolkingsgroei → goedkope arbeid
enclosure-beweging → landbouwproductiviteit & kapitaal ↑
liberaal economisch beleid → weinig overheidsinmenging, vrije investeringen
vraag consumptiegoederen ↑ ⇒ stimuleert productie
oorsprong
koloniale grondstoffen
veel steenkool & ijzererts
start: VS, Engeland
Eerste industriële revolutie
kenmerken
Mechanisering →
textiel
als motor van de revolutie
Overgang
huisnijverheid
→
fabriekssysteem
Steden & fabrieken groeien rond steenkoolbekkens
grondstoffen
katoen, ijzer, steenkool
energiebron
stoomkracht
uitvinding & uitvinder
stoommachine - James Watt (1787)
sectoren
textiel
steenkool
ijzer/hoogovens
transport (kanalen & spoor)
gevolgen
prodcutiviteitsstijging
meer steenkoolontginning
groei ijzerindustrie
transport:
kanalen, spoorwegen, stoomtreinen
verschijnen
hoogovens, schoorstenen, mijntorens
Tweede industriële revolutie
kenmerken
snellere,
wetenschappelijke
ontwikkeling
nieuwe energiebronnen & materialen
grootschalige industrie (chemie, metaal)
ontstaan: algemene economische crisis
grondstoffen
staal
(verfijnd ijzer)
olie
electriciteit
energiebronnen
verbrandingsmotor
electriciteit
uitvindingen
elektrische dynamo
transformator
verbrandingsmotor
gloeilamp
auto, telegraaf, telefoon
landen
Duitsland, VS, VK
industrialisatie België en Ninove
industriële pioniers Zuidelijke Nederlanden
actoren/pioniers
William Cockerill → machines Verviers, Luik
John Cockerill → staal/ijzer Seraing
Lieven Bauwens → katoenspinnerij Gent
belangrijkste regio's
factoren
arbeidsoverschot
pre-industriële tradities
centrale ligging
Britse knowhow
grondstoffen (steenkool, ijzer)
troeven belgische industrie
inversteringen in spoorwegen (vanaf 1835)
waterwegen tussen industriepolen
zeer geavanceerd transportnet
vlaamse armoede vs. waalse industrie
Ninoofse tram, draad en stekskes
1898 stoomtram Brussel-Ninove → later elektrisch
textielsector
luciferfabrieken (1880-1890)
lage lonen, lange werkdagen, giftige zwaveldamen
dagelijkse leven in de industriële samenleving
werkomstandigheden
ondergang vd ambachtelijke huisnijverheid
boeren trokken naar de stad ⇒ loonarbeiders
vrouwen- en kinderarbeid
strenge arbeidsdicipilne
12u werkdagen + nacht- en zondagsarbeid
ritme wordt bepaald door machines
dagelijkse ongevallen
leef- en woonomstandigheden
verpaupering ⇒ armoede, alcoholmisbruik, criminaliteit
sloppenbuurten (cités, beluiken)
slechte hygiëne → cholera, tyfus
verstedelijking
lonen en oneerlijke contracten
kloof tussen de burgerij & proletariaat ↑
patroons (werkgevers) hebben volledige macht
truckstelsel
werkboekje (livret)
halverwege 19e eeuw → arbeidsbeweging ⇒ strijd om bescherming en emancipatie