Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H4: MACHT IN WEINIG HANDEN
De studie van elites (= studie van macht ->…
H4: MACHT IN WEINIG HANDEN
De studie van elites (= studie van macht -> studie samenleving).
(cf. Italian school of Elitists: "Two classes of people appear - a class that rules and a class that is ruled).
-> Opnieuw
Opnieuw vaag en complex begrip!
= Studie van elities is dus de studie van machtsverdeling in een samenleving, en dus vd samenleving.
1.2 Politieke elites, niet per definitie problematisch
- Politieke elite niet steeds zo machtig: Nog andere (economische, financiële, culturele, juridische, media, ...) elites! + ook onzichtbare politieke leiders.
pol. elite niet altijd zo machtig als ze lijkt.
- Concurrentie van niet-verkozenen: cf. supra; bedrijfsleiders, 4e macht: media, rechtbanken, ...
1.3 België is een elitair politiek systeem!
= uitstekend voorbeeld van machtsconcentratie in weinig handen...
België als een particratische neocorporatistische federale pacificatiedemocratie
- Passifiactiededemocratie (= consociationalisme): spanningen tss verschillende partners vreedsaam advh compromis regelen.
Dit via overkoepelende overlegorganisaties waar leiders van deelgroepen in zetelen ->
- Neocorporatisme: In ruil voor het mee aan tafel zitten van dergelijke partners bij het bestuur 'belooft' men dat de achterban van die organisaties compromissen zullen respecteren.
"Hoe moeten elites ons regeren?"
- Theoretisch-filosofisch; normatieve beschouwing over elites. bespreking grondleggers en belangrijkste denkers over elites via toebehorende 'school'.
- Concreet elite onderzoek concreter; beschrijvend antwoord op basis van parcours naar de macht.
2. Elite; Beschrijving, criteria en onderzoek
Criteria James Meisel
De 3 (4) C's; kenmerken van de Elite
-> Een groep van mensen met gemeenschappelijke kenmerken die in staat is om macht uit te oefenen over anderen.
2. Coherance (samenhang): vertonen op grond van een bewustzijn van gedeelde groepssolidariteit en- verbondenheid zekere samenhang
1. Group consciousness (eigen identiteit en belang: de leden ervan zien zichzelf als een groep met een eigen identiteit en eigen belangen.
- Conspiracy (wil tot gemeenschapelijk handelen): er is eveneens sprake van een wil tot gemeenschappelijk handelen. Lidmaatschap van een elite kan dus niet zomaar gelijkgesteld worden met het bekleden van hoogste machtsposities.
-
Onderzoek rond elites:
Eltitheonderzoek sinds 2008 terug in opmars.
- Robert Putnam: verzamelde verschillende werken.
- Van biografische, demografische studies (wie zijn ze, wat zijn hun kenmerken?) --> impact van elites (wat doen ze eens gevormd zijn?).
- Twee versies binnen de elite-theorie:
- Neo-elitisme: benadrukt de autonome werking en eigenbelang van elites en beperkingen die hun machtsconcentratie hebben op de mogelijkheden van andere actoren.
Elites opereren grotendeels onafhankelijk van de rest van de samenleving en hebben hun eigen doelen, die niet noodzakelijk overeenkomen met die van het volk.
- Demo-elitisme: benadrukt het belang van allianties en wederkerigheid. tussen elites en niet-elites, het simultaan voorkomen van bottum-up en top-down en het belang van elites als bewakers van democratische samenleving.
Erkennen dat er invloedrijke elites zijn, maar ze geloven ook dat deze elites vaak deskundig en goed geïnformeerd zijn.
Ze zien elites als waardevolle bijdragers aan de besluitvorming omdat ze expertise en ervaring hebben op bepaalde gebieden. Volgens demo-elitisten kan de deelname van elites positief bijdragen aan de democratie door te helpen bij het nemen van effectieve beslissingen. Ze benadrukken dat gewone burgers nog steeds een belangrijke rol spelen in democratische processen, zoals het kiezen van hun leiders
Beschrijving
- Diegenen die het best presteren (sport, economisch, kunst ..).
-> Vertolken daarom niet persé een belangrijke rol in politieke aangelegenheden ==> onderscheid tss, niet-politieke en politieke elite nodig!
- Relatie tussen elite en niet-elite: Geen permanente elites, iedereen kan er toe behoren, invloed is dus tijdelijk en voorwaardelijk...
-> De elite kan een land niet alleen besturen, vele handen voor nodig = hierin ligt ook macht.
= relatie tss elite en de niet-elite (waaronder massa) is dus ook van belang.
3. Wie heerst? Iedereen, velen of sommigen?
Wie heeft d emacht in handen? -> 3 verschillende scholen met eigen methodologie en antwoord.
NK: Marxisme:
Macht zit altijd bij de heersende (bezittende) klasse.
3. Neo-corporatisme = Rule by many -> Overheid als volwaardige partner
= samenwerking tss regering en (voornamelijk) sociaal-economische belangengroepen. Dergelijke groepen kunnen mee beleid bepalen, in ruil voor verregaande betrokkenheid respecteren ze fundamentele spelregels en 'conformeren' achterban, leveren ze diensten, steun en kennis.-> Oorsprong en Rerum-Navorum (L14e): samenleving als orgaan .
- Diepe integratie van selectie belangengroepen (peak associations) id politieke systeem
- Verschillen tss NC en pleuralisme: pleuralisme kent vele groepen, elk een enkel belang vertegenwoordigen. NC is beter georganiseerd (peak associations) en vertegenwoordigen veel belangen.
- Vooral in EU
=> Peter Katzenstein (Small States in World Markets): Neocorporalisme voornamelijk in kleine staten omdat die zeer gevoelig zijn aan internationale schommelingen, en er dus een baken van stabiliteit via sterke belangengroepen moeten zijn.
Op deze manier van samenwerken is de staat geen black-box meer, geen neutrale arbiter, geen verlengstuk van een overheerstende klasse. -> Overheid ondersteunt en stimuleer deze organisaties zelfs (want dan groter aantal leden, meer mensen vertegenwoordigd bij beslissing, mogelijk meer 'rust').
- Deze elite is dus ook deel vh politieke systeem, maakt mee beleid, zorgt voor beheer systeem (sociale zekerheid, sociaal overleg, ..).
Verschil Pluralisme en neo-corporatisme
- Pluralisme kent vele groepen, die elk één enkel belan gverteenwoordigen, groepen hebben veelal of gedcentraliseerde organisatorische structuren en er is een duidelijk onderscheid tss belangengroepen en de overheid.
- Neo-corporatisme is veel meer georganiseerd dan het pluralisme en wordt gekenmerkt door peak associations (grote organisaties) die veel belangen vertegenwooridgen, lidmaatschap is soms verplicht of bijna universeel, de verenigingen zijn gecentraliseerd en hebben grote impact op de acties van hun leden. Deze groepen zijn systematisch betrokken bij het opmaken en uitvoeren van beleid.
Hedendaagse relevantie!
-> Nog steeds spraken van NC maar met groeiende laag pluralisme.
- Nog relevant? ZEKER! Cf. Interprofessioneel overleg (Groep Van 10 (zijn met 11)
De groep van 10 (Intersectoraal, nationaal niveau)
- Een interprofessioneel akkoord (IPA) is een sectoroverschrijdend programmatie- of kaderakkoord dat de vertegenwoordigers van de sociale partners uit de privésector afsluiten om de 2 jaar. Een dergelijk akkoord komt tot stand in de zogenaamde Groep van 10. Vaak wordt de federale regering als derde partner nauw bij de onderhandelingen betrokken.
- In de Groep van 10 zetelen 5 werkgeversvertegenwoordigers (Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) (2), Unie van Zelfstandige Ondernemers (Unizo) (1), Union des Classes Moyennes (UCM) (1), en Boerenbond (1) en 5 afgevaardigden van de vakbonden (Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) (2), Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) (2) en Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) (1)).
- België zou België niet zijn indien deze Groep van 10 de facto niet uit 11 personen zou bestaan. De voorzitter van het VBO, die een bedrijfsleider is en voor een periode van drie jaar VBO-voorzitter is, zit traditioneel de Groep van 10 voor en probeert vanuit die functie het overleg in goede banen te leiden. Omdat de afspraken die in deze Groep van 10 gemaakt worden betrekking hebben op alle werknemers en werkgevers van ons land en dus bedrijfstak-overschrijdend zijn, spreekt men in het jargon van “interprofessioneel overleg”.
Deze elite deel van politiek systeem! Maakt mee beleid, zorgt voor beheer van systeem (sociale zaken en sociaal overleg. Kritiek:
- Primaat vd politiek? = het principe dat de verkozen politieke elite (parlement en regering) de uiteindelijke beslissingsmacht moet hebben, en niet de ongekozen leiders van belangengroepen (zoals vakbonden of werkgeversorganisaties)
- Kritiek vanuit nieuw rechts: verkozen democratie onder druk (moral hazard)
- Zijn sociale partners nog middenveld? Of deel van systeem?
1. Pluralisme = Rule by all
-> The Group Approach: lidmaatschap van meerdere groepen.
cf. 1ste dimensie macht S. Lukes
Vs elitisme (tegenovergesteld)
- Macht is gefragmenteerd en wijd verspreid (cf. traditioneel plurasme), maar niet perfect (cf. nieuw pluralisme);
- Geen cumulatie van ongelijkheden;
- Er is voor iedereen toegang tot macht id democratie;
- Meerdere lidmaatschappen van verschillende groepen dus, geen stratificatie in permanente groepen;
- Niet één (permanente) elite, geen monopolie; wel concurrerende groepen aan de top;
- Er zijn veel deelsegmenten; macht is domein-specifiek;
- Open competitief systeem (democratisch ideaal), naar analogie vrije markt;
- Countervailing powers: Door concurrentie ontstaat evenwicht tss alle groepen en hun belangen (vb: consumenten, milieuorganisaties, ... tegen grote bedrijven.
- alle mensen kunnen zich organiseren (in groepen).
Samenleving = een reeks kleine piramides (leiders zijn dan specialisten van specifieke issue era). -> Anti-theorie?: Wat het verwerpt (elitisme) belangrijker dan wat het poneert? Is het vooral een theorie tegen elitisme?
Alle belangengroepen hebben evenveel macht (+ om politieke macht te hebben moet men zich verdelen in belangengroepen), er is een gelijke toegang tot en invloed op de politieke besluitvoering, er wordt in de politiek naar een democratische balans gezocht en de overheid vermijd hierom al te nauwe samenwerking met enkele belangengroepen.
Roots pluralisme: Locke, Montesquieu
Dahl: Polyarchie = 'waar velen heersen, Rule by Many' -> Vorm van regering waarin de macht bij een groot deel of het geheel van de bevolking ligt, zoals in een democratie
Verschil Elitisme en Pluralisme
- Pluralisme (Schmitter en Dahl): Macht is gefragmenteerd en verspreid over veel verschillende, concurrerende belangengroepen. Pluralisten zien de samenleving als een reeks van vele kleine piramides naast elkaar.
°Macht is domeinspecifiek
°Staat als neutrale scheidsrechter
- Elitisme (Mosca en Michels): Macht is geconcentreerd in handen van een kleine, georganiseerde minderheid die beslist voor de ongeorganiseerde meerderheid,. Elitisten zien de samenleving als één grote piramide.
°Macht is Cumulatief
°Democratische controle is vaak een illusie; de elite bepaalt de regels en de massa kan hen niet effectief controleren.
2.Elitsme = Rule by a few
-> Algemene wet: "Elke samenleving wordt door een elite bestuurd!"
- Macht is wel cumulatief (Een beperkte groep continu over macht beschikt, met name de kapitaaleigenaars, administraties v. pol. partijen, ...).
- Geen theorie; wel paradigma
- Zeer uiteenlopend, daarom veel aandacht voor specifieke auteurs.
Robert Michiels en Klassiek-Elitisme
(meest wetenschappelijk uitgewerkt)
-> De ijzeren wet vd Oligarchie: Elke organisatie produceert haar eigen elite.Oorzaken:
- De massa heeft behoefte aan leiders
- Zoveel macht en invloed naar de leiders, dat het voor leden onmogelijk wordt om afdoende te controleren
- Groeiende noodzaak aan specifieke experts
- Informatievoorsprong voor leiders
- ...
Joseph Schumpeter en Neo-elitisme
(competitief elitisme)
-> Democratie is bestuur door en concurrentie tss elites, met het volk als scheidsrechter.
=> 'democratie betekend niet dat het volk bestuurd, maar dat het volk de opportuniteit heeft of ze de elite die hen bestuurd accepteert of weigert.
= Realistisch model van democratie= Macht ligt nog steeds bij de elite, maar deze heeft wel steun van de niet-elites nodig. Er is wisselwerking tss de keuzes vd elite en voorkeur vd bevolking.
Dus: Democratie is hier: Rule of the Plitician
-
-
-
-
-