Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H7: STAAT EN PARLEMENT - Coggle Diagram
H7: STAAT EN PARLEMENT
2. Wat is een staat?
De staat als belangrijkste vorm van politieke organisatie -> abstract begrip!
Ondanks 'het verdwijnen van de staat (globalisering, supranationalisering v. beleid en regionialisering/federalisering/decentralisering) toch veel in de praktijk statelijk benaderd.
6 Bestanddelen van 'de staat'
- GRENS: Duidelijk omschreven geografische ruimte, waarbinnen de staat het monopolie op rechterlijke bevoegdheid kan claimen over zijn bevolking. Zo hebben de Palestijnen wel een president, maar geen staat, want bezitten geen grondgebied.
- BEVOLKING: De bewoners die binnen de grenzen van dat territorium, de grenzen, leeft. Wat met Vaticaan? Slechts zeer weinig eigen bevolking...
- CENTRALE REGERING MET LEGITIMITEIT: De staat heeft een bestuur met een bepaalde ideologie. Het bestuur is 'tijdelijk' en is legitiem (bevolking aanvaard het de eisen en optreden van de staat).
- SOUVEREINITEIT: Het gezag van de staat is onbeperkt en het hoogst in zijn soort. Het is de ultieme bron van autoriteit, de hoogste en finale besluitvormer in een gemeenschap. (Brexit)
- ERKENNING: De eigen staat (x) wordt door andere staten (y's) als staat erkent.
- MONOPOLIE OP GEWELD: De staat mag als enige geweld gebruiken om zijn eigen regelgeving af te dwingen. -> Niet louter militair!
- Politieke middelen (rechters, politie) die bij schending vd wet een boete of gevaningsstraf kunnen opleggen.
- Economische dwangmiddelen: individuele mensen materiële middelen onthouden (vb: verbeurtverklaring v. goederen) of net geld geven om zaken aan te schaffen (werkloosheidsuitkering).
- Culturele dwangmiddelen: (van psych. of ideologische aard) om via onderwijs, media, propaganda mensen waarden en normen aan te leren.
Collectiviteiten die geen staten zijn, maar kan wel met 'als een staat' optreden. vb: Vaticaanstad (geen echte eigen bevolking).
2.2 Begrippen die aanleunen bij de staat
- Natie vs. Staat = Natie ondergeschikt aan 'staat' want voldoet niet ad bestanddelen (gn eigen bestuursvorm, soevereiniteit en regering).
= verwijst naar een gedeelde identiteit van een groep mensen. zie ook conradictie bij VN en Nationaliteit.
- Nationalisme: erkenning, eventueel staat, ultieme doel = natiestaat
- Natiestaat: staatsgrens valt samen (=) grens van de natie, zelfbeschikkingsrecht (vb: Vlaanderen).
Natie volgens Primordialisten: Natie als een groep mensen met eenzelfde verleden, cultuur, taal of religie.
- Historisch gegroeid
- Objectieve kenmerken
- Natuurlijk
- Nationalisme volgt (naties bestonden voor het nationalisme zijn intrede deed).
-
Natie volgens constructivisten: Natie als moderne fenomenen zonder wortels in het verleden.
- Recent fenomeen
- Subjectieve kenmerken (kan niet echt objectief vastgesteld worden, mensen 'voelen' zich verbonden).
- Kunstmatig/constructie (maar niet vals)
- Nationalisme was eerst (naties zijn mythes die geconstrueerd worden door het nationalisme teneinde specifieke doelen).
Natiestaat als ultieme doel:
(begripsverwarring tss staat en natiestaat).
Natiestaat is een soevereine staat, waarbij het merendeel van de burgers verenigd is door factoren die een natie definiëren.
= grenzen van de staat vallen hier samen met die van de natie
Begripsverwarring met 'regering": Het begrip is enger dan die van een staat, die wel een deel is van de staat. Een tijdelijk deel (kabinetten komen en gaan, regeersystemen zijn veranderlijk).
Niet automatisch Rechtstaat!
= staat waar geregeerden + ook regeerders de wetten naleven, alsook verbonden aan mensenrechten.
cf. Montesquieu: Trias politica (scheiding der machten!)
3. Verschillende soorten staten
Drie classificatiesystemen, met telkens een tweedeling.
Presidentiële vs. parlementaire staat
verhouding tss uitvoerende en wetgevende macht
-> Grootste verschillen liggen in het aantal mensen dat de leiding heeft van de uitvoerende macht, hun selectieproces en de vraag aan wie
-
-
Democratische vs. niet-democratische staten
Hoe is macht binnen een samenleving verdeeld en hoe wordt ze uitgeoefend?
Democratische staat respecteert de principes van een democratie (zie H9).
Voornamelijk gekend als de liberale (vrije/eerlijke verkiezingen, rechtstaat, scheiding der machten en bescherming van grondrechten) en representatieve (via volksvertegenwoordigers, dus niet rechtstreeks) democratie.
Autaritarisme: dictatuur en totalitarisme.
Oude manier van besturen, gebaseerd op gehoorzaamheid en volgzaamheid (vaak via geweld afgedwongen). Belang van één persoon staat voorop.
Beiden zijn bestuursvormen, onduidelijkheid over verschil!
- Dictatuur: niet persé 20ste eeuwse invulling
- Totalitarisme: 20ste eeuwse invulling -> Wilt controle over alle aspecten van de samenleving, zowel publiek als privé(!).
Doen dit via: allesmovattende ideologie, één parti, monopolistische beheersing van wapens en geweldsmiddelen, een monopolie van massacommunicatie, georganiseerde terreur en gecontroleerde economie.
Van unitair naar federaal land:
- 1830: Gedecentraliseerde unitaire monarchie -> 1970, ... (staatshervormingen): Federatie
- Vlinderakkoord: Toepassing 6e staathervorming.
Casus België, zeer sui generis:
- Duaal federalisme: exclusiefe bevoegdheden (exclusieve bevoegdheden) vs. overlappende bevoegdheden = coöporatief federalisme)
- Toch ook wat coöporatief (scheidsrechter (GH), overlegorganen, deelstantenkamer)
- Bipolair: twee dominante entiteiten (VL-WL)
- Gemiddelde fiscale autonomie (wel verticale fiscale kloof = donaties (federaal) vs. eigen belastingen -> risico moral hazard (=zakgeldfederalisme)).
- Assymetrie!: Bevoegdheden als instellingen zien er anders uit (VL-WL) vb: 1 vs 2 deelstaatparlementen, Brussel..., ..)
-