Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
PERIFEER ARTERIEEL VAATLIJDEN (PAV) meestal veroorzaakt door…
PERIFEER ARTERIEEL VAATLIJDEN
(PAV)
meestal veroorzaakt door artherosclerose
Perifeer vaatstelsel
(bloedvaten vanaf abdominale aorta tot aan de voetarteriën)
distale aorta
iliaca of bekkenslagader
femorale arteriën van lies en bovenbeen
popliteale of kniearteriën
crurela of onderbeenarteriën
-slagaders in de voet
Symptomen
Frontaine stadium1: asymptomatisch vaatlijden
geen klachten
ongestoorde voetfunctie
voet voelt kouder aan
bij onderzoek geen pulsaties voelbaar
afwezigheid klachten -> collaterale circulatie doet zijn werk, ouderdom, andere beperkingen, te weinig lichaamsactiviteit
Fontaine stadium2:
IIa: klachten na wandelafstand van MEER 250m
IIb: klachten na wandelafstand MINDER 250m
= loopstaarnis
bint te lopen zonder klachten, na een tijd schiet de doorbloeding te kort, gedwongen om te stoppen (= claudicatio intermirrens)
vermoeiend of pijnlijk gevoel in de benen
zwaktegevoel, spanningsgevoel, pijn of krampen thv de spieren door ischemie of acidose
vernauwing thv bovenbeenslagader -> klachten in de kuitspier
vernauwing thv bekkenslagader -> klachten thv bilspier een bovenbeen
aantasting iliaca commuis of interna -> erecctiestoornissen en/ of impotentie
Fontaine stadium3:
rustpijn, nachtelijke pijnen
doorbloeding (ook in rust) is ontoereikend, is perifeer, pijn verbetert bij het afhangen ven he tbeen
trofische stoornissen thv de voet: droge huid, schilferige huid, kalknagels
Fontaine stadium4:
bloedvoorziening nog verder achteruit gegaan -> lijjd tot onvoldoende genezing van wonden en weefsels => ulcus -> necrose -> gangreen
= kritieke ischemie -> geen adequate behandeling -> amputatie
Diagnose
Anamnese:
aard en ernst van de klachten
tijdstip klachten
loopafstand
wondjes
cardiovasculaire risicofactoren
Klinisch onderzoek
inspectie benen en voeten: kleur, reactieve hyperaemie, vertraagde capillaire refill, minder beharing OL, pijinlijke kloofjes, niet helende wonden
auscultatie
palpatie
Technische onderzoeken:
dopper
looptest
dulpex
transcutane O2-meting
angiografie
Diffrentiële diagnose:
neurologische afwijkingen
ischiaspijn
locomotorische aandoeningen
logesyndroom (compartiment syndroom)
veneuze claudicatio
Behandeling
Algemene therapie:
cardiovasculaire risico preventie
looptraining
angiogenese
Revascularisatie :
= verwijderen van stenose zodat lumen van slagader breder wordt.
DOEL: weefsel terug voorzien van O2 rijk bloed
Enndovasculaire revscularisatie:
PVA = percutane transluminale angioplastie = via katheter arteriële vernauwing open rekken. Als a. terug invalt wordt er een stent geplaatst.
Mogleijke prikplaatsen:
a. femoralis communis in de lies
a. radialis
a. brachialis
Open chirurgische revascularisatie:
SYMPATHECTOMIE
lumbale sympaticusketen wordt onderbroken
geeft dilatiatie van arteriolen en capillairen thv voet
ENDARTERECTOMIE
bij arteries die aan opp liggen
insnede waar letsel zich bevind
plaque, stenose en intima worden verwijdert uit bloedvat
kleine patch wordt ingehecht
BYPASS
overbrugging gemaakt van proximaal naar distaal
nieuw bloedvat gecreëerd, bloedstroom wordt omgeleid
Complicaties
VROEGE:
niet specifiek: hartinfarct, hartritmestoornissen, CVA, urineweginfectie, blaasretentie
-specifieke: trombotische afsluiting, opp of diepe infecties door OK, hematomen tgv lekkages, perifere embolie
LATE:
ontwikkeling stenose in bypass of plaats met PTA stenting
late infectie rond aangebrachte vaatprothese
Amputatie
Wanneer alle therapeutische middelen uitgeput zijn.
mineure amputaties: hiel blijft bewaard, vaak bij diabetes
majeure amputaties: knie en bivenbeen amputaties, beperkte revalidatie