Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H4) Collectieve acties en medezeggenschapsrecht - Coggle Diagram
H4) Collectieve acties en medezeggenschapsrecht
Collectieve acties
Tijdsverloop
Vanaf 1969
: Wetsontwerp Stakingsrecht leidend, waardoor stakingen vaker als rechtmatig werden gezien.
In 1986
: Hoge Raad erkende in het NS-arrest het recht op staken als fundamenteel, gebaseerd op het ESH (art. 6 lid 4 ESH - directe werking). Sindsdien werd staken in beginsel als rechtmatig beschouwd en werd het recht van staking erkend als grondrecht.
In 1960
: er ontstond ruimte voor uitzonderingen.
Sinds 2014
: lijn verder verruimd, waarbij de reikwijdte van beschermde acties werd uitgebreid en procedurele spelregels minder strikt zijn geworden.
Tot 1960
: staking werd eerst strafrechtelijk, daarna civielrechtelijk.
Tot 1872
: coalitieverbod. Collectieve acties, zoals demonstraties en stakingen waren toen strafrechtelijk verboden.
Na 1872
: collectieve acties waren een lange tijd nog civielrechtelijk 'verboden'. Stakingen werd als een wanprestatie van de werknemer en als onrechtmatige daad van de vakbonden aangemerkt. Een WN liep dus meerdere risico's: niet ontvangen van loon, eventueel ontslag en zelfs aansprakelijkstelling voor de door de WG geleden schade (individualistische benadering).
In 1972
: belangrijke uitspraak van het Hof van Amsterdam voor het recht van staking. Vanaf dat moment werd staking in beginsel rechtmatig (i.p.v. onrechtmatig) beschouwd, tenzij sprake was van een bijzondere omstandigheid.
Staking
Wilde staking
: niet georganiseerd door een vakbond. Zij kunnen recht op loon behouden als zij worden aangemerkt als buitenstaander.
Georganiseerde staking
: wel georganiseerd door een vakbond.
Soms leiden onderhandelingen over bijv. arbeidsvoorwaarden tot collectieve conflicten. Een staking kan dan worden gebruikt als pressiemiddel. Gewoonlijk wordt bij een staking het werk langdurig of meerdere korte periodes stilgelegd door WN.
Staking
= collectieve actie.
Wanpresatie in klassieke zin
Het collectief neerleggen van werk door WN als drukmiddel om hun WG of derden tot een bepaald handelen of nalaten te bewegen, met de bedoeling de werkzaamheden te hervatten, zodra de beoogde doeleinden zijn bereikt. Een staking kan erop gericht zijn de bedrijfsvoering geruime tijd onmogelijk te maken (
klassieke werkstaking
). Aan zo'n klassieke werkstaking kunnen soms kortdurende waarschuwingsstakingen voorafgaan (
prikacties
). Ook kan het voorkomen dat soms het ene en dan het andere bedrijfsonderdeel wordt gestaakt (
estafettestakingen
).
Stakingsrecht: art. 6 lid 4 ESH
Aan deze voorwaarden moet worden voldaan om van toepassing te zijn:
(3) De collectieve actie moet gericht zijn tegen de WG
.
(2) Het moet gaan om een belangengeschil
: onderwerpen waarover door collectieve onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden tussen WG en WNvertegenwoordigers (cao) regelingen tot stand kunnen worden gebracht (erg ruim begrip).
(4) De collectieve actie moet bijdragen aan het doel
.
HR Enerco
: het is acceptabel als een derde schade lijdt, mits dit bijdraagt aan het doel van de staking. De derde kan de WG namelijk ook ander druk zetten.
(1) Het moet gaan om een collectief conflict
, waarbij de belangen van velen of allen in de onderneming betrokken zijn.
Beperkingen aan art. 6 lid 4 ESH
Rechten en vrijheden van anderen (art. G ESH)
: collectieve acties zijn rechtmatig en geoorloofd met uitzondering van die welke bij wet zijn voorgeschreven en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare orde, nationale veiligheid
Misbruik- of proportionaliteitstoets
: afweging die in art. 6 lid 4 ESH gewaarborgde uitoefening van het recht op collectief onderhandelen, t.o.v. de belangen van anderen en de maatschappij als geheel vindt plaats a.d.h.v. de misbruiktoets (ook wel proportionaliteitstoets).
Vredesplicht
: dit kan in de CAO zijn opgenomen. Dit houdt in dat tijdens de duur van de CAO geen collectieve acties zullen worden gevoerd.
Spelregeltoets
: spelregels die door de actievoerende partij in acht genomen moeten worden. De spelregels bestaan enerzijds uit de procedureregels, zoals een tijdige aankondiging van de actie, en anderzijds uit de regel dat de staking slechts als uiterst middel mag worden gebruikt (ultimum-remedium beginsel).
ENERCAM-formule
: collectieve acties moeten bijdragen aan de effectieve uitoefening van het recht op collectief onderhandelen (art. 6 ESH).
HR Enerco (2014)
: Een WNorganisatie is in beginsel vrij in de keuze van middelen om haar doel te bereiken. De vraag die hierbij bepalend is, is:
''kan de actie redelijkerwijs bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen zoals neergelegd in art. 6 ESH?''
.
HR Amsta (2015)
: Beperkingen aan het recht op collectieve actie moeten maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Tevens oordeelde de HR dat toelaatbaarheid van een collectieve actie evenals het vereiste van ultimum remedium.
NS-arrest (1986)
:
staking gericht tegen de overheid, maar keerde zich tegen de WG (NS), wat invloed had op de rechterlijke toetsing. Art. 6 lid 4 ESH beschermt acties tegen overheidsbeleid, inzake arbeidsvoorwaarden, terwijl zuiver politie stakingen naar nationaal recht worden beoordeeld.
Medezeggenschapsrecht
Beoogt twee belangen te dienen:
Belang WN
: medezeggenschap betrekt WN bij de totstandkoming van besluiten in de onderneming. WN zullen besluiten eerder accepteren, indien zij invloed hebben gehad.
Belang onderneming/WG
: medezeggenschap kan leiden tot verbetering van de kwaliteit van de besluitvorming en tot betere acceptatie van de besluiten van de ondernemingsleiding.
Kan op verschillende manieren worden gerealiseerd:
Directe medezeggenschap
: door belanghebbende werknemers rechtstreeks te raadplegen.
Controlerende medezeggenschap
: controle door het instellen van een enquête.
Indirecte medezeggenschap
: WN worden vertegenwoordigd. (a) vakbonden bij onderhandelingen over een cao (b) door een orgaan binnen de onderneming, zoals een OR (c) toezichthoudend orgaan.
Grondslag
: Wet op de Ondernemingsraden (WOR) en de Grondwet.
De wet op de ondernemingsraden (WOR)
Art. 2 WOR
: het instellen van de OR:
''De ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 50 personen werkzaam zijn, is het in het belang van het goed functioneren van die onderneming in al haar doelstellingen verplicht om t.b.v. het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame personen een OR in te stellen en jegens deze raad de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet, na te leveren''.
> 50 werknemers
: OR verplicht (art. 2 WOR)
Art. 1 WOR
:
definities
. Belangrijk voor het medezeggenschapsrecht. Zo correleert het begrip onderneming bijvoorbeeld niet met het vennootschapsrecht.
10-50 werknemers
: OR vrijwillig, PVT vrijwillig (art. 35c WOR), tenzij > 50% hierom verzoekt (art. 35c lid 2 WOR), personeelsvergadering 2x per jaar (art. 35b WOR).
< 10 werknemers
: PVT vrijwillig (art. 35d WOR), informatieplicht.
Bevoegdheden, rechten en plichten OR
Sociaal plan
In het kader van reorganisatie stelt WG vaak een sociaal plan is. OR-leden en vakbonden worden hier vaak bij betrokken. Een sociaal plan voorziet in regelingen om de nadelige gevolgen van de reorganisatie voor de WN te beperken (zoals vergoedingen en outplacement) en mogelijk ook procedurele aspecten van de reorganistie. De opties in een sociaal plan zijn: een eenzijdige regeling, een regeling met de OR, een regeling met de representatieve bonden en een regeling met de representatieve bonden en het aanmelden als CAO.
Rechten van ondernemingsraden
Meedenken = adviesrecht
. Het betreft hier economische, financiële en (bedrijfs)organisatorische aangelegenheden (art. 25 WOR).
Meepraten = overlegrecht
(art. 23 WOR).
Meebeslissen
= instemmingsrecht
. Het betreft hier sociale aangelegenheden (art. 27 WOR).
Meeweten = informatierecht.
Geschillen
Art. 27 WOR
: biedt een uitkomst indien de ondernemer zonder instemming van de OR een besluit heeft genomen, terwijl dat besluit enkel genomen kan worden met instemming van de OR. Ook biedt dit wetsartikel uitkomst voor de ondernemer. Hij kan namelijk om een vervangende toestemming vragen aan de kantonrechter om het besluit te nemen.
Art. 36 WOR
: de algemene geschillenregeling kan oplossing bieden, indien de ondernemer zijn verplichtingen o.b.v. de WOR niet nakomt.
Art. 26 WOR
: indien de ondernemer een besluit heeft genomen in strijd met het advies dat is gegeven door de OR, kan de OR beroep instellen bij de Ondernemingskamer tegen dit besluit.
Bijzondere ondernemingsraden en bevoegdheden
Centrale OR (art. 33 lid 1 WOR)
: een ondernemer die twee of meer ondernemingen heeft waarvan in ieder geval minimaal twee een eigen OR hebben, is verplicht een centrale OR in te stellen, indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR t.a.v. deze ondernemingen.
Gemeenschappelijke OR (art. 3 lid 1 WOR)
: een ondernemer die twee of meer ondernemingen in stand houdt die samen 50 of meer werknemers hebben, is verplicht een gemeenschappelijke OR in te stellen.
Groepsondernemingsraad (art. 33 lid 2 WOR)
: een ondernemer die meer dan twee ondernemingen heeft ingesteld kan voor een aantal van de door hem in standgehouden ondernemingen een groepsondernemingsraad instellen, indien dit bevorderlijk si voor een goede toepassing van de WOR t.a.v. deze ondernemingen. Dat is het geval wanneer sprake is van een sterke samenhang tussen de betreffende ondernemingen.
OR commissies (art. 15 WOR)
: onderdeel van een grote OR.
Wetten
Art. 26 WOR
: beroep bij Ondernemingskamer (
meebeslissen
).
Art. 27 WOR
: instemmingsrecht (
meebeslissen
).
Art. 25 WOR
: adviesrecht (
meedenken
).
Art. 31-31b WOR
: gegevensverstrekking op verzoek van OR (
mee-weten
).
Art. 24 WOR
: bespreking gang van zaken en besluiten in voorbereiding (
meepraten
).
Art. 35 WOR
: bevoegdheden bijzondere OR.
Art. 23 WOR
: overleg tussen ondernemer en OR (
meepraten
).