Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H3) Geschiedenis, doel en systeem CAO-recht - Coggle Diagram
H3) Geschiedenis, doel en systeem CAO-recht
-
Soorten cao-bepalingen
Normatieve/horizontale bepalingen: gelden verplicht tussen WG en WN onderling; voornamelijk over arbeidsvoorwaarden (loon, vakantiedagen, etc.)
Diagonale bepalingen: gelden tussen een cao-partij en een derde. Vredeplichtsclausule kan ook worden als een diagonale bepaling. Indien tussen cao-partijen zo'n clausule is overeengekomen, heeft dat tot gevolg dat WN niet mogen staken. Diagonale bepalingen leggen dus rechten en verplichtingen op van leden van cao-partijen jegens cao-partijen of andere collectieven en maken in beginsel geen deel uit van de AOVK.
Obligatoire bepalingen: hebben betrekking op de relatie tussen de onderhandelingspartijen die betrokken zijn bij de CAO, zoals WGOrganisatie en vakbonden (bijv. vredeplichtsclausule). Deze bepalingen maken in beginsel geen deel uit van de AOVK.
Uitleg cao-bepalingen
HR DSM/Fox: tussen de cao-norm en Haviltex-norm bestaat geen tegenstelling, maar een vloeiende overgang tussen beiden. Bij de uitleg van een schriftelijk contract zijn telkens van beslissende betekenis alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid meebrengen.
HR FNV/Condor: de cao-norm geldt niet als partijen bekend zijn met partijbedoelingen. Dan wordt de Haviltex-norm gebruikt.
Cao-norm: uitleg van de gebruikte bewoording naar objectieve maatstaven, waarbij in beginsel de bewoording van die bepalingen, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao van doorslaggevende betekenis is, zodat het niet aankomt op de bedoelingen van partijen die de cao tot stand hebben gebracht (betekenis naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoording).
-
Gebondenheid
Aanbiedingsplicht:
Daartegenover staat het volgende: als een gebonden WG de afspraken uit de CAO niet goed nakomt of niet goed op de hoogte is van de afspraken in de CAO, kan de art. 14-WN niet zelfstandig deze afspraken uit de CAO afdwingen, omdat hij zelf niet gebonden is.
Dit is als het ware een prikkel om lid te worden van een vakbond. CAO-partijen kunnen wél tegen de gebonden WG optreden.
-
Ongebonden, maar betrokken werknemers (art. 14 Wet CAO)
Indien niet de WN, maar de WG gebonden is door de CAO.
Gevolg: WN heeft zijn individuele contractvrijheid behouden, terwijl WG deze heeft opgegeven.
Gebonden WG verplicht de normatieve CAO-bepaling ook na te komen bij AOVK's gesloten tussen wel en niet-gebonden WN.
-
-
-
Nawerking
Na afloop CAO kan sprake zijn van nawerking. Dit houdt in dat WG en WN weer kunnen onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden. WG kan dus niet eenzijdig de arbeidsvoorwaarden wijzigen. Om te kijken of sprake is van nawerking, is van belang om te weten op basis waarvan de CAO van toepassing is geweest.
-
Incorporatiebeding
Nawerking: Ja, incorporatiebeding staat in de AOVK, dus ook onderdeel van individuele AOVK.
Tot: Afhankelijk van statisch of dynamisch. Indien statisch: CAO van 2015 is geïncorporeerd. deze specifieke CAO uit 2015 blijft dus altijd gelden!
-
-