Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H1) Geschiedenis en doelen van het Nederlandse, internationale en Europese…
H1) Geschiedenis en doelen van het Nederlandse, internationale en Europese arbeidsrecht & kwalificatie en soort arbeidsovereenkomst
Inleiding
-
Regelen van de verhouding tussen degene die in afhankelijkheid arbeid verricht en degene die van het arbeid gebruikt maakt. Deze verhouding is ongelijk.
-
Degene die werk zoekt (onzelfstandige, vaak de latere werknemer) is afhankelijk van dat werk voor zijn levensonderhoud = dubbele onafhankelijkheid (zowel economisch als juridisch (gezagsverhouding) afhankelijk an de werkgever.
Ongelijkheid wordt gecompenseerd door dwingend recht: ongelijkheidscompensatie. Uitgangspunt contractenrecht is (partij)autonomie = keuzevrijheid dan wel contractvrijheid. Dit uitgangspunt gaat over twee gelijkwaardige partijen die samen onderhandelen en vervolgens een overeenkomst sluiten. Dit is in het arbeidsrecht is het meest significant in tegenstrijd met de maatschappelijke positie. De ongelijkheidscompensatie is om de machtspositie van werkgevers tegen te gaan.
Arbeidsrecht = het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de arbeidsverhouding van de onzelfstandige beroepsbevolking in de private en publieke sector (synoniem is sociaal recht > ruimer begrip dat meer dan alleen arbeidsrecht omvat).
-
-
De arbeidsovereenkomst
3 elementen
Loon: tegenover de verplichting van de werknemer om persoonlijke arbeid te verrichten, staat de verplichting van de werkgever om loon te betalen.
-
-
-
Geen definitie van het begrip 'loon', maar enkele regels over loon in artt. 7:616 e.v. BW.
HR: ''vergoeding door den werkgever aan den werknemer verschuldigd ter zake van den bedongen arbeid''.
-
Kwalificatie van de AOVK
HR Groen/Schoevers (1997): om te bepalen of sprake is van een AOVK, moet worden gekeken naar de feiten en omstandigheden van het geval, evenals de partijbedoelingen. De kwalificatie van de partijen zelf is van belang, maar niet doorslaggevend. Het gaat namelijk om het totale plaatje (holistische benadering).
HR X/Amsterdam (2020): de Hoge Raad verwerpt HR Groen/Schoevers. De Hoge Raad bepaalde dat partijbedoelingen geen rol spelen bij het bepalen of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Enkel van belang is of voldaan kan worden aan de vereisten van art. 7:610 lid 1 BW (dan is sprake van een AOVK). De toetsing of sprake is van een AOVK gebeurt in twee stappen (1) Uitleg van rechten en plichten a.d.h.v. de Haviltex-norm (2) Kwalificatie van de overeenkomst.
Deliveroo-zaken
Kantonrechter Amsterdam (23 juli 2018) oordeelde dat een Deliveroo-bezorger geen werknemer is, vanwege de vrijheid om eigen werktijden te bepalen en ritten te kiezen.
Rechtbank Amsterdam (15 januari 2019) oordeelde dat een Deliveroo-bezorger wel een werknemer is ondanks de vrijheid, vanwege de eenzijdige vaststelling van loon door Deliveroo, de mate van controle en sturing via technologie, wat duidt op een gezagsrelatie.
Hof Amsterdam (16 februari 2021) oordeelde ook dat een Deliveroo-bezorger een werknemer is ondanks de vrijheid, vanwege het platform die via GPS en algoritmes veel controles uitoefende over hoe de bezorger zijn werk uitvoerde, wat wijst op een gezagsrelatie.
-
-
Loondoorbetaling
Minimumloonaanspraak - art. 7:628a BW: als een werknemer minder dan 15 uur per week werkt en de werktijden niet van tevoren zijn vastgelegd of als het gaat om een oproepcontract, heeft de werknemer recht op minimaal 3 uur loon per keer dat hij werkt. Dit geldt ook als hij minder heeft gewerkt. In HR Taxi/Wolters (2013) oordeelde de Hoge Raad dat als de werknemer voldoet aan de in art. 7:628a BW genoemde voorwaarden en meerdere malen per dag wordt opgeroepen om werkt te verrichten, hij over elke afzonderlijke periode van arbeid recht heeft op loon voor een periode van 3 uur.
Rechtsvermoeden van de omvang van de AOVK - art. 7:610b BW: als een AOVK ten minste 3 maanden heeft geduurd, de omvang van de arbeid in een bepaalde maand wordt verondersteld gelijk te zijn aan de gemiddelde hoeveelheid arbeid die in de 3 voorgaande maanden per maand is verricht. Dit vermoeden betreft de omvang van de AOVK in die maand.
Oproepkracht kan onder bepaalde voorwaarden loon ontvangen, zelfs als hij niet heeft gewerkt. Art. 7:628 lid 1 BW behoudt de werknemer recht op loon dat voor een bepaalde periode is afgesproken, zolang de arbeid niet is verricht door een reden die redelijkerwijs voor rekening van werkgever komt.
-
-