Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Psychologisch perspectief: H7 Schoolperiode (6-12jaar) - Coggle Diagram
Psychologisch perspectief: H7 Schoolperiode (6-12jaar)
Lichamelijke & motorische ontwikkeling
Groeispurt
: ± 45 cm, lichaam wordt meer proportioneel
Tandenwissel
: melktanden maken plaats voor definitieve tanden
Verbeterde motoriek:
Grove motoriek
: sportvaardigheden, elasticiteit, evenwicht, kracht
Fijne motoriek
: schrijven, tekenen → preciezer & gecontroleerd
Feilloos lichaamsbesef:
→ perfecte controle over lichaam
→ sociale impact: vaardigheden beïnvloeden populariteit
Cognitieve & mentale ontwikkeling
Piaget: Concreet-operationeel stadium
Kind kan mentaal manipuleren van realistische situaties
Cognitieve vaardigheden:
Decentrering
: meerdere aspecten tegelijk bekijken
Reversibiliteit
: denken in omkeerbare stappen
Transformaties
herkennen (procesdenken)
Classificeren
(hoofdcategorieën + subgroepen → klasseninclusie)
Seriatie
: ordenen van klein naar groot
Egocentrisme daalt
: rekening houden met anderen
Bijkomende cognitieve processen:
Waarneming
Meer gedetailleerd, bewuster waarnemen
Kan waarneming zelf sturen
Elkind (1978):
Perceptuele exploratie
Perceptuele reorganisatie
Perceptuele schematisering
Geheugen
Werkgeheugen neemt toe
Inzicht in metageheugen → leren geheugenstrategieën:
Van herhalen → bewerkend herhalen
LTG verbetert: meer voorkennis beschikbaar
Denken & sociaal begrip
Evolutie in sociaal denken:
Perspectiefname (rolneming) groeit → Selman (1980):
Egocentrisch
Subjectief
Zelfreflectief
Wederzijds (3e-persoonsperspectief)
Sociaal (vanaf adolescentie)
Fantasie
Duidelijke grens tussen echt & fantasie
Voorkeur voor realistische verhalen (ridders, detectives,…)
Magisch denken verdwijnt grotendeels
Taalontwikkeling
Voltooiingsfase rond 9 jaar:
Complexere zinnen
Grotere woordenschat
Meer aandacht voor gesprekspartner
Meta-linguïstisch bewustzijn ontstaat
Interesse in andere talen
Sociale & persoonlijkheidsontwikkeling
Sociale relaties
Verschuiving voorkeur van ouders naar peers
Peergroup:
Basis: gedeelde interesses
Belangrijk voor sociale ontwikkeling (spiegel)
Vriendschap = wederkerig
Bigelow & La Gaipa:
7–9j: kosten-batenstadium
9–11j: normatief stadium
11–13j: empathisch stadium
Geen integratie in groep → risico op rollen:
Pester
Clown
Vleier
Pseudovolwassene
Zelfconcept
Realistisch & genuanceerd zelfbeeld
Ontwikkeling van positieve zelfwaardering
Reflectie op vaardigheden, uiterlijk, vriendschappen
Morele ontwikkeling
Van heteronome → autonome moraal
Regels zijn geïnternaliseerd
Kind leert zelf oordelen, stelt regels in vraag
Kohlberg’s morele ontwikkelingstheorie:
1. Preconventioneel (peuter/kleuter)
Straf vermijden
Beloning zoeken (eigenbelang)
2. Conventioneel (schoolkind)
Aardig gevonden worden
Regels volgen (maatschappelijk conform)
3. Postconventioneel (adolescent/volwassene)
Sociale contracten & mensenrechten
Persoonlijke moraal
Voorbeeld: Heinz-dilemma:
Schoolkind: “Nee, want het mag niet / het is tegen de wet”
Emotionele competentie
Toename in:
Emoties herkennen
Emoties uiten
Emotieregulatie
Gevoelens worden rijker & genuanceerder
Erikson – Vlijt vs Minderwaardigheid
Als schoolkind zich competent voelt:
→ “ik ben aanvaard” → bijdragende rol
Bij mislukking:
→ “ik ben mislukt” → terugtrekking of probleemgedrag
Belangrijk: ondersteunende omgeving (ouders, leerkrachten, peers)