Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
SMW: TOPOI - Coggle Diagram
SMW: TOPOI
Wat is het TOPOI-model?
Ontwikkeld als reflectie- en handelingskader door o.a. Paul Watzlawick.
TOPOI = vijf gebieden waarop communicatieverschillen zich kunnen voordoen:
T: Taal
O: Ordening
P: Personen
O: Organisatie
I: Inzet
➤ Doel: reflecteren op misverstanden en zoeken naar interventies.
Reflectieve vragen binnen het TOPOI-model
Wat is mijn aandeel?
Wat is het aandeel van de ander?
Welke invloed heeft de sociale omgeving op ons beiden?
T = TAAL (verbaal & non-verbaal)
Mogelijke misverstanden:
Taalbeheersing
Impliciet taalgebruik, woordgrappen
Woorden met dubbele betekenis
Non-verbaal gedrag (lichaamstaal, oogcontact)
Interventies:
Gebruik eenvoudige taal
Vraag expliciet wat de ander begrepen heeft
Verhelder de betekenis van woorden en stiltes
Let op lichaamstaal en intonatie
Schakel eventueel een tolk in
O = ORDENING (kijk op de werkelijkheid)
Mogelijke misverstanden:
Verschillende interpretaties van een situatie
Eigen logica/betekenisgeving wordt als “de waarheid” gezien
Interventies:
Vraag: “Wat zie jij? Wat verwacht jij?”
Zoek gemeenschappelijkheid, laat verschillen bestaan
Wees bewust van je eigen aannames
Herkader culturele uitspraken in functionele termen
P = PERSONEN (relationele kant)
Mogelijke misverstanden:
Je reduceert iemand tot 1 identiteit (bv. “als moslim”)
Verschillende rolverwachtingen (student vs. “vertegenwoordiger van cultuur”)
Interventies:
Behandel mensen als uniek individu, niet als “groep”
Verhelder ieders verwachtingen en rol
Gebruik metacommunicatie
Vermijd stereotypering (“jullie mensen doen altijd…”)
O = ORGANISATIE (context & macht)
Mogelijke misverstanden:
Onbekendheid met regels of procedures
Verschillende verwachtingen van rolverdeling (bv. ouder - school)
Interventies:
Leg uit wat de organisatie verwacht of vereist
Wees transparant over je rol en bevoegdheden
Vraag wat de ander van de organisatie verwacht
Pas de organisatie aan waar mogelijk (diversiteitsbeleid)
I = INZET (bedoeling & beleving)
Mogelijke misverstanden:
Iemand roept iets uit frustratie (bv. “Je bent een racist”) – de bedoeling ≠ effect
Positieve intentie wordt negatief ontvangen
Interventies:
Ga na wat onder de uitspraak ligt (“Waarom zeg je dat?”)
Erken gevoelens en emoties
Benoem je eigen inzet: “Ik wil helpen door…”
Erken de inzet van de ander, zelfs als het gedrag lastig is
Samenvatting van kenmerken van interculturele communicatie
Houding:
Gelijkwaardigheid
Bewustzijn van eigen normen
Openheid voor andere betekenissen
Houding van niet-weten
Zowel verschillen als overeenkomsten zien
Communicatie:
Uitleg geven en vragen
Feedback geven en vragen
Omgaan met emoties
Erkenning voor inzet
Dialoog zoeken