Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H5: cognitieve controle - Coggle Diagram
H5: cognitieve controle
Executieve functies
Dysexcusief syndroom - baddeley
- verminderde prestatie op inhiberen van responsen
- afleiden & genereren van regels
- onderhouden van & schakelen tss verschillende taaksets
- genereren van informatie
Kritiek hierop van stuss en alexanders
- schade aan frontale lobben tast alle executieve functies aan (foute kritiek, klopt niet)
drie subprocessen op basis van beperkte beschadiging frontale lobben
- taaksetting (beroep op planningsprocessen, stimulusresponsrelaties)
- Monitoring (monitoren van eigen taakprestatie, verwerken van fouten)
- energisitatie : betrokken bij concentratie)
Gläshler voegt additionele component toe
- bepaling van de waarde van beloning
via lowa gambling taak (4 stapels kaarten moeten kaart kiezen)
- als excecutieve functies verstoort zijn blijven mensen slechte stapel kiezen
2 afzonderlijke netwerken van hersengebieden
- conitief controlenetwerk
- valuatienetwerk: connecties met limbische systeem, emotie
9 executieve taken
- updating vaardigheden (actualiseren v info)
- shift vaardigheden (wisselen tss 2 taakfuncties)
- inhibitiore vaardigheden
confirmatorische factoranalyse:
- in hoeverre variaties in taakprestatie geclusrterd zijn in 3 factoren inhibitie, taakwisseling, updating
conclusie:
- prestaties binnen cluster sterke correlatie
- dus excecutieve functies kunnen we onderverdelen
- 3 componenten met elkaar correleren ook (overlap)
- alle 3 functies op andere wijze aan elkaar gerelateerd
iedere executieve functie bestaat uit - miyake & friedman
- gemeenschappelijk deel
- uniek deel
sleutelbevinding
- nadat alle variantie die functies gemeensch hadden verklaard was geen unieke variantie voor inhibitiefunctie
neuroimaging - resultaten collette : alle 3 functies geassocieerd
- activatie unieke deel prefrontaalschors = consistent met diversiteitsnoties
- met gedeelde activatie andere hersengebieden - consistent met eenheidsnotie
Hedden & gabrieli = inhibitie en taakwisselingsfunctie
- verschillende hersengebieden geassocieerd met beide functies
- andere gebieden geassocieerd met inhibitiefunctie
- sterke overlap tss beide functies, ook diversiteit met name inhibitiefunctie
Stuss voegt 4 de functie toe
- metacognitie / integratie
= coördineert cognitieve functies om complexe nieuwe taken uit te voeren
Conclussie : evaluatie
- geen consensus over optimale classificatie van deze functies
- geen duidelijke criteria die cognitieve functie executief maken
Inhibitoire functies
inhibitie in psychologie
= deelverzameling van processen te omschrijven die onderdeel zijn van cognitieve controlemechanismen
Vroeger: diversiteit aan fenomenen te verklaren
- mentale ontw kind
- extinctie tijdens leerprocessen
- repressie van herinneringen
experimentele psyco studiegebied cogn controle
- afleidende stimuli negeren
- ongewenste herinneringen, neg emoties onderdrukken
- foute handelingen voorkomen
-
Argumenten tegen concept inhibitie
erg inefficiënt om processen te onderdrukken
- beperkte mate de problemen van neurpsychol patiënten kan verklaren
Inhibitie onderzoeken , stopsignaal taak
conclussie:
- stopsignaal onmiddellijk na go : makkelijk onderdrukken
- stopsignaal vlak voor respons : onmogelijk stoppen
- stimulus onset asynchroniteit = tijdsinterval tussen go en stop
- stop signal reaction time = benodigde stoptijd
2 mechanismen bij stoppen respons
- centraal inhibitoir
- perifeer inhibitoir
bekker, kenemans, hoesma, talsma & verbaten
- stopsignaalparadigma met auditief stopsignaal
- ERP's
- N1-component = negatieve golf in erp , reflecteert aandacht
conclussie
- meer aaandacht n1 bij succesvolle stops
- N1 kleiner bij gefaalde stops (minder aandacht voor stopsignaal)
-
Conflict, inferentie en fouten
Flanker paradigma Erikson
- centrale stimulus met flankers aan beide zeiden
- incongruente conditie
- trager reageren & meer fouten
- effect van vorige trial
- langzamer bij congruente trial als vorige trial incongruent was
conflictmonitoringmodel van botvinick
- detectie v conflictsituaties , cognitieve controle
- controleprocessen
- versterken relevante associaties
- verzwakken irrelevante associaties
- rol van anterieure cingulate cortex
- signaleert responsconflicten en activeert conflictmonitoringmodule
- processen
- imputniveau: incongruente trials creëren conflict
- activatie van beide responscodes zorgt voor conflict
- terugkoppeling naar aandachtmodule: versterkt relevante info en vermindert conflict
Resultaten van notebaert
- na negatieve feedback gemiddeld trager
- feedback vervangen door betekenisloze auditieve stimulus : ook gemiddeld trager
- Wanneer je veel fouten maakt, ben je juist trager na
een correcte response
Onderzoek Gehring: conflict door irrelevante info
- flanker-taak: oz naar conflict veroorzaakt door irrelevante flankers
- ERP's negatieve afwijking direct na fout
- error-signaal : negatieve reactie in ERP, wijst op foutdetectie
- link naar anterieure cingulate cortex : betrokken bij de foutdetectie en verwerking van de ERN
Botovinck veronderstelt: ERN geen foutdetectiemechanisme is maar eerder activatie vh conflictdetectiemechansiem reflecteert
- brein merkt op dat je fout hebt gemaakt
-