Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Procestheorieën - Coggle Diagram
Procestheorieën
Theorieën waarbij de mentale processen die de menselijke persoonlijkheid actief vormgeven, centraal staan.
Psychodynamische persoonlijkheidstheorie: Een groep theorieën waarvan Freud de grondlegger was. Deze theorieën richten op motivatie (met name op motieven vanuit het onbewuste) en op de invloed van de vroege jeugd op onze geestelijke gezondheid.
De eerste uitgebreide theorie over persoonlijkheid kwam van Freud en staat bekend als de psychoanalyse of psychoanalytische theorie. Freud paste deze methode en theorie toe in de behandeling van psychische stoornissen.
Het (Freudiaanse) onbewuste: het deel van de geest waarvan een individu zich niet bewust is, maar waar zich onderdrukte impulsen, drijfveren en conflicten bevinden die geen toegang hebben tot het bewuste.
Libido: het freudiaanse concept van psychische energie die individuen aanzet tot het ervaren van sensueel genot.
Freud beschreef persoonlijkheid als een drie-eenheid van het ego, het id (of es) en het superego die samen de geest vormen die voortdurend met zichzelf in oorlog verkeerd.
Id: het primitieve, onbewuste deel van de persoonlijkheid. Bevat de fundamentele drijfveren en onderdrukte herinneringen.
Ego: Het bewuste, rationele deel van de persoonlijkheid, dat is belast met het handhaven van de vrede tussen het superego en het id
Ego-afweermechanisme: onbewust (voorbewust) mechanisme dat de ervaring van een conflict of angst verzacht. Eenvoudige voorbeelden: fantasie of rationalisatie. Extremer mechanisme: verdringing.
Verdringing: onbewust proces dat onacceptabele gedachten en gevoelens uit het bewustzijn en het geheugen verdrijft.
-
-
-
Verschuiving (displacement) het verschuiven van de reactie van de werkelijke bron naar een veiliger persoon of object.
-
-
-
Superego: Deel van de persoonlijkheid dat onze normen en waarden bevat, inclusief morele attitudes die zijn overgenomen van ouders en maatschappij. Correspondeert in grote lijnen met het alledaagsere begrip 'geweten'.
Neofreudianen: een theoreticus die afstand heeft genomen van Freud, maar in wiens theorie een psychodynamisch aspect gehandhaafd is, met name de nadruk op motivatie als bron van energie voor de persoonlijkheid.
-
Brachten veranderingen aan in de loop van de psychoanalyse:
1) Ze legden meer nadruk op functie van het ego, ontwikkeling van het zelf en bewuste gedachten als voornaamste componenten van de persoonlijkheid (i.t.t. Freud met onbewuste)
2) Ze gaven sociale variabelen (cultuur, familie, vrienden,....) een belangrijke rol in de vorming van de persoonlijkheid (i.t.t. Freud met instinctieve impulsen en onbewuste conflicten)
3) Ze breidden de ontwikkeling van de persoonlijkheid uit van de kindertijd tot het hele leven (i.t.t. Freud met alleen vroege kindertijd)
Erik Erikson theorie dat persoonlijkheid zich het hele leven lang ontwikkelt. (later veel empirische ondersteuning voor gevonden.)
Humanistische persoonlijkheidstheorie: Een type theorie waarin het accent ligt op menselijke groei en potentieel in plaats van op psychische stoornissen. Theorieën van dit type benadrukken het functioneren van het individu in het heden i.p.v. de invloed van gebeurtenissen in het verleden.
Abraham Maslow
Zelfactualiserende persoonlijkheden: Gezond individu van wie de basisbehoeften vervuld zijn en dat daardoor de vrijheid heeft om zijn interesse in 'hogere' idealen (als waarheid, rechtvaardigheid, schoonheid) te ontwikkelen.
Carl Rogers
Volledig functionerend persoon: Rogers' term voor een zelfactualiserend individu wiens zelfbeeld positief is en congruent met de realiteit.
Drie dingen nodig om congruentie te ontwikkelen.
1) Onvoorwaardelijke positieve waardering
2) Oprechtheid
3) Consistentie
Fenomenaal veld: Onze psychologische realiteit. Bestaat volgens Rogers uit perceptie en gevoelens. (onderdeel van je persoonlijkheid)
Existentiële theorieën: Theorieën die een gewenste verbinding beschrijven tussen het heden en een geïdealiseerde toekomst in de continue zoektocht naar de zin van iemands bestaan, diens doelstellingen en betekenis in het leven.
-
Logotherapie: de therapeutische benadering van existentiële psyhologie. Houdt zich minder bezig met het onbewuste. Richt zich op het veranderen van de iemands toekomst (i.p.v te kijken naar onveranderbare trauma's uit het verleden.)
Weerbaarheid (hardiness): houding van weerstand tegen stress, die is gebaseerd op een gevoel van uitdaging (positief tegenover verandering), toewijding (doelgerichte activiteit) en controle (het in stand houden van een interne richtlijn voor het handelen).
Sociaal-cognitieve theorie: Theorie die het belang beschrijft van leren, perceptie en sociale interactie voor de persoonlijkheid.
Albert Bandura
Observationeel leren: Vorm van cognitief leren waarbij nieuwe reacties worden verworven ndata het gedrag van anderen en de gevolgen van dit gedrag zijn waar genomen.
Wederzijds (reciproque) determinisme: proces waarbij de persoon, de situatie en de omgeving elkaar wederzijds beïnvloeden.
Bij het verklaren van gedrag vanuit de persoonlijkheid moeten we rekening houden met sociaal leren en met de volledige reeks aan psychologische processen, inclusief cognitie, motivatie, emotie en omgeving.
Julian Rotter
Locus of Control: de plek waar een individu de belangrijkste invloed op gebeurtenissen in zijn leven situeert: intern of extern.
Theorie m.b.t. motivatie dat de manier waarop we handelen afhankelijk is van ons gevoel van persoonlijk invloed (locus of control).