Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Insuline toedienen 2/3: theorie deel 2 - Coggle Diagram
Insuline toedienen 2/3: theorie deel 2
Lipodystrofie
Gevolg = ontstaan van lipodystrofie
lipohypertrofie = meest bij insuline spuiten
= ontstaan van littekenweefsel
onderhuids vetweefsel wordt dikker en stugger
zichtbare bulten en schijven
"spuitplekken" door lipo's genoemd
lipo-atrofie
Afname onderhuids vetlaag
huid dunner en kuilen ontstaan
minder vaak door overgang gebruik dier naar menselijke insuline
Oorzaken
herbruik injectienaald
littekenvorming bij infectiewondjes
werking insuline op onderhuids vetweefsel
Mogelijke reactie op insuline (lipo-atrofie)
Te vaak en langdurig dezelfde spuitplek
1 plek wordt op den duur gevoelloos/minder pijnlijk bij blijven prikken dus reden waarom ZV dit graag wilt
Gevolgen
Lelijke vervorming huid
Ontregelde diabetes
dezelfde dosis in gezonde huid injecteren = risico veranderde insulinebehoefte (hypoglycemie: dosis te hoog tov behoefte bij prikken gezonde huid)
Spuitplek: dosis geeft onregelmatige opname in veranderd onderhuids vetweefsel
verschil kan tot wel 50% verminderen insulinebehoefte (overleg Arts/diabetes-vpk)
Hypoglycemie
BLDS <4 mmol/L
oorzaak: teveel insuline en/of meer beweging en/of minder gegeten dan normaal
Gevolg: normale insuline = te groot
Verschijnselen: moeheid, geeuwen, duizelig, trillende handen, bleek, hongergevoel, humeurig, concentratieproblemen
Huperglycemie
Verschijnselen: dorst, droge mond, lamlendig voelen, vermoeid, slaperig, veranderend humeur
Actie: BLDS meten, bij >20-25 mmol/L = arts bellen (extra insuline/ZH)
BLDS >10 mmol/L
Verhoogde HbA1c-gehalte (Hemoglobine A1c)
Spuitplekken: Kunnen afnemen na maanden/jaren rust maar verdwijnen meestal niet
Zwelling huid
Psychologisch: veranderd lichaamsbeeld, minder zelfvertrouwen, schaamte, negatieve psychosociale gevolgen van huidvervorming
Inzetten op
Preventie
Afwisselen prikplaatsen (rotatieschema + 1cm van vorige prikplaats)
Naaldjes niet herbruiken
Voorlichting
Huid regelmatig controleren
Priktechnieken uitleggen
Tijdig herkennen
Voorwaarden en bekwaamheid
Toedienen van insuline = voorbehouden handeling
En bevoegd zijn
Juiste opleiding (diploma)
Toestemming leidingevende (kwalificaties behouden)
ZV (of naaste) mag zonder bevoegdheid insuline toedienen
EN bekwaam zijn
Beheerst vaardigheid
Dient regelmatig insuline toe
Diploma
Kennis en inzicht effect handeling
Je zeet bij welke ZV insuline toedienen + aandachtspunten bij deze ZV
Complicaties
Lekken van insuline na injectie
Insuline langzaam injecteren
Naald klein stukje terugtrekken, 10-15sec wachten en dan uit huid halen
Niet altijd te voorkomen
Verstopte naald
oorzaak: kristalvorming van insuline in naald
voorkomen: 1x naald gebruiken
Allergische reactie
Roodheid en soms jeuk
Reactie op bewaarmiddel in insuline
Raadpleeg arts
Verkeerde injectietechniek of -plaats
In spier door verkeerde huidplooi
reactie ZV = pijnlijker
Blauwe plekken
Niet altijd te voorkomen, niet gevaarlijk
Klein bloedvaatje geraakt
Verdwijnt vanzelf
Verkeerde dosering of insuline soort
Te laag dan kan je aanvullen met 2de injectie
Te hoog
BLDS direct, na 30min en daarna elk uur prikken (advies arts = afh soort, hoeveelheid, klachten ZV))
Extra koolhydraten laten eten (overleg arts)
Arts raadplegen
Niet laten gaan slapen (overleg arts)
Pijn bij injecteren en spuitangst
Pijn kan maar injectie kan plaatsvinden
Prikangst: raadpleeg diabetesteam/VPK
Spec bij kwetsbare ouderen
Hypo: ernstiger en sneller verloop
Minder eten bij onveranderd insulinegebruik = risico hypo
Alcohol zonder inname koolhydraten: hypo
Minder bewegen en dezelfde koolhydraatinname: hyper
Hypo en hyper geven andere verschijnselen dan bij jongere ZV
polyfarmacie: verhoogt risico hypoglycemie
Prikaccident
Jezelf prikt met gebruikte naald
wondje laten nabloeden, spoelen met water en desinfecteren
Meld prikaccident en volg protocol/beleid