Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Recht, economie en maatschappij - Coggle Diagram
Recht, economie en maatschappij
Rechtseconomie
Vakgebied met de economische analyse van het rechtBelangrijk om de economische gevolgen van een rechtsregel te analyseren
W.C.T. Weterings beweert dat de economische analyse van rechtsregels belangrijk is om drie redenen:
- Om de effecten van juridische regels op gedrag te omschrijven en voorspellen
- Om te evalueren of deze gevolgen wenselijk zijn
- Om alternatieve oplossingen te formuleren
Positieve rechtseconomie
Poogt de economische werking van een rechtsregel te analyseren en verklaren
Hoe het recht nu is
Simpele analyse
Normatieve rechtseconomie
Gaat een stap verder en beoordeelt juridische regels op basis van economische efficiëntie of rechtvaardigheid.
Probeert te formuleren welke regels wenselijk zouden zijn om bijvoorbeeld welvaart te maximaliseren.
Een prescriptieve beoordeling dus hoe het zal moeten zijn
Morele afwegingen
Verschil met klassieke juridische gedachtegang
Rechtseconomie streef naar de maximale maatschappelijk welvaart oftewel efficiëntie. De klassieke juridische gedachtegang streeft naar rechtvaardigheid, en een uitkomst naar redelijkheid en billikheid
Welvaart
Welvaart (ook wel nut of welzijn) is een belangrijk begrip binnen rechtseconomie. Het gaat dan om individuele en maatschappelijke welvaart
Welvaart omvat niet alleen geld of goederen, maar alles waar men waarde aan hecht
Rechtseconomie gaat ervan uit van gedragsveronderstellingen dat mensen rationeel handelen om zo hun individuele welvaart te maximaliseren
Rechtsregels geven deze prikkels
Rechtsregels geven prikkels om een bepaald gedrag te kiezen. Rechtsnormen duiden aan welk gedrag wordt verwacht door afwijkend gedrag te sanctioneren en normconform gedrag te belonen
Vervolgens zal er worden geanalyseerd of de prikkels een gewenste werking hebben en dus leiden tot de grootste efficiëntie en welvaart
Efficiëntie
Heeft betrekking tot de totale kosten en baten van een situatie. Er is sprake van efficiëntie als een rechtsregel meebrengt dat een zo gunstig mogelijk saldo van kosten en abten voor alle partijen gezamenlijk wordt bereikt
Belangrijk zijn hiervoor de Pareto-efficiëntie en de Kaldor-Hicks-efficiëntie
Pareto-efficiëntie
Is sprake van indien de welvaart voor één persoon toeneemt, zonder dat de welvaart voor een ander persoon vermindert
Indien maximale efficiëntie is bereikt spreekt men van Pareto optimaal
Dit is echter haast onmogelijk om te bereiken, Het criterium is daarnaast ook erg strikt
Kaldor-Hicks-efficiëntie
Een verandering is een verbetering indien bij een bepaalde rechtsregel meer individuen erop vooruitgaan dan erop achteruitgaan. Het is dus een afweging van de totale kosten en baten van een rechtsregel
Het evalueert dus de totale maatschappelijke welvaart, en de maximalisatie daarvan
De maximalisatie van de welvaart wordt als doel van het recht gezien
Rechtseconomen standpunten voor en tegen
Traditionele juristen bekritiseren rechtseconomen omdat volgens hen rechtvaardigheid en niet het efficiëntiecriterium leidend zou moeten zijn in de beoordeling van rechtsregels
Echter, naast efficiëntie wordt er wel gekeken naar rechtvaardigheid. De verhouding efficiëntie-rechtvaardigheid verschilt per casus
Ook wordt er te veel naar de algemene kosten-bateneffecten van een rechtsregel gekeken, waardoor deze op individueel niveau te weinig aan bod komen. Kortom, meer belang voor maatschappelijke dan individuele welvaart
David Friedman
Het rechtssysteem baseren op rechtvaardigheid werkt niet omdat er geen goede theorie is over rechtvaardigheid. Het is meer een consequentie dan een oorzaak van het recht. Het is dus een vaag begrip dat nergens op gebaseerd is
Hij beweert dat efficiëntie de echte grondslag voor rechtsregels is. Rechtsregels moeten zijn gebaseerd op de prikkels en gevolgen die ze teweeg brengen. Een economische analyse verklaart het bestaan van rechtsregels
Judge Richard Posner
Beargumenteerd in zijn Posner-these dat het recht efficiënt neigt te zijn
Hij beweert dat inefficiënte rechtsregels op den duur worden vervangen met efficiënte rechtsregels
Critici
Beweren dat rechtseconomie in hoge mate hypothetisch is. Mensen gedragen zich in de werkelijkheid namelijk vaak irrationeel
W.C.T. Weterings beargumenteert dat rechtseconomen de veronderstelling van rationeel handelen ook niet altijd gebruiken. Rechtseconomen nemen namelijk het gemiddelde van hoe mensen reageren op deze prikkels om hun welvaart te verbeteren
Ook geloven rechtseconomen dat zelfs dan rationaliteit niet altijd waar is
Negatieve externe effecten
Externe effecten of externaliteiten zijn handelingen van mensen, die een bepaald gevolg voor derden of voor de welvaart van derden hebben
Negatieve externe effecten zijn activiteiten die schade aan anderen toebrengen, waardoor de maatschappelijke kosten de private kosten van het persoon overschrijden
In beginsel zal een individu slechts aan de private kosten denken, De negatieve maatschappelijke gevolgen dienen te worden geïnternaliseerd, zodat het individu deze meeweegt in zijn gedrag. Soms is hierbij interventie van de overheid nodig door middel van het opstellen van rechtsregels
-
Ex post en ex ante
Voorbeeld van bankrover die een klant gijzelt. Dwingt de medewerker geld te geven door te dreigen met het doden van de gijzelaar
De juridische afweging om de medewerker te straffen kan dan volgens het ex post-perspectief of het ex ante-perspectief
Ex post-perspectief
Blikt terug op de gebeurtenis en kijkt bij de oplossing niet op het effect op de toekomst
De medewerker zou dan gestraft kunnen worden. Het feit dat dit dieven een prikkel geeft dit weer te doen wordt dan niet in acht genomen
Het is een statisch perspectief gezien het slechts de bestaande situatie in acht neemt
De traditionele juridische invalshoek is vooral ex post (achteraf)
Ex ante-perspectief
Kijkt bij de behandeling ook naar het effect op de toekomst
Het niet straffen van de medewerker zal de dieven niet een extra prikkel geven om het nog een keer te doen
Het is een dynamisch perspectief omdat het wel de toekomst in acht neemt bij het maken van een beslissing
De rechtseconomie is vooral ex ante (vooraf)
Averechts recht
Zorgt voor prikkels die leiden tot een minder efficiënte uitkomst Dient te worden vermeden
Handleiding voor casusanalyse
- Identificatie van de economische aspecten in de casus
- Analyse van gedragsprikkels
- Transactiekostenanalyse
- Risicoanalyse
- Afweging efficiëntie en rechtvaardigheid
1. Identificatie van de economische aspecten in de casus
a. De casus dient te worden beschreven
b. De relevante rechterlijke uitspraak dient te worden gegeven en de juridische overwegingen dienen te worden geduid. Aan de hand hiervan kan worden onderzocht of dit de juiste economische oplossing zal bieden
c. De economische aspecten in de casus dienen te worden geïdentificeerd
- Kosten en baten
- Relevante aspecten voor risicoanalyse
- Relevante aspecten voor het bepalen van gedragsprikkels en transactiekosten
3. Transactiekostenanalyse
a. Het Coase-theorama moet worden toegepast
b. Alle transactiekosten moeten per partij worden besproken
c. Systeemkosten bevatten onder meer kosten voor de rechter
d. Er dient te worden gekeken of de transactiekosten in de weg staan voor onderhandelingen tussen partijen. En dus in de weg staan voor de meest efficiënte uitkomst. Hierbij zijn twee benaderingswijze:
e. Brengen de alternatieven oplossingen minder transactiekosten?
1. Maatregelen verlaging transactiekosten
Worden door de wetgever opgelegd en zijn minder relevant voor casusanalyse
2. Methode van hypothetische markt
Wat zou gebeurt zijn indien transactiekosten niet de onderhandeling in de weg zou hebben gestaan?
2. Analyse van gedragsprikkels
a. Er wordt gekeken naar de gedragsprikkels die aanwezig zijn
b. Kijken naar gedragsregels het meeste rekening houden met consequenties voor derden
4. Risicoanalyse
a. Spelen kansfactoren een rol?
b. Wat is de houding van partijen op risico en kansfactoren? Hoe worden deze risico's door de partijen verdeeld in de onderhandelingen?
c. In hoeverre neemt de verzekering bepaalde risico's weg bij de partijen?
d. Op welke wijze kunnen moreel risico en averechtse selectie worden ondervangen?
Moreel risico
Verwijst naar het gevaar dat een verzekerde partij zich minder zorgzaam zal gedragen, en dus minder tracht de schade te voorkomen
Averechtse selectie
Door het gevaar van informatieasymmetrie zal een verzekeraar minder in staat zijn het risico te bepalen. Lage risico groepen zullen de verzekering opzeggen
5. Afweging efficiëntie en rechtvaardigheid
a. Hoe verhouden efficiëntie en rechtvaardigheid zich tot elkaar?
b. Zijn er redenen om efficiënte oplossingen te corrigeren vanwege rechtvaardigheidsoverwegingen?
-
Eigendom en eigendomsrechten
Ingevolge art. 5:1 lid 1 BW is eigendom het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben
Eigendom heeft dus slechts betrekking op een zaak; dus een beheersbaar, stoffelijk object (art. 3:2 BW). De eigenaar heeft het gebruiksrecht over de zaak
Het gebruiksrecht valt uiteen in twee rechten: het genotsrecht en het beschikkingsrecht
Beschikkingsrecht
De bevoegdheid om over een goed te beschikken. De overdracht kan alleen plaatsvinden door degene die bevoegd is erover te beschikken (art. 3:84 lid 1 BW)
Genotsrecht
Het recht op het genot van een object en de afgescheiden vruchten daarvan (art. 5:3 lid 3 BW)
Volgens text
-
Property rights of eigendomsrechten
Mogelijke deelrechten:
- Het recht een object te gebruiken
- Het recht op de opbrengsten van een object
- Het recht om anderen het gebruik van het object te ontnemen
- Het recht om een object, het gebruik van een object of de opbrengsten van een object over te dragen aan anderen
Privaat eigendom
Privaat eigendom
Privaat eigendom zal vele negatieve effecten van collectief eigendom wegnemen. Dit zorgt er namelijk voor dat het individu met de volledige kosten en opbrengsten van zijn handelen wordt geconfronteerd
Dit zal de negatieve gevolgen van collectief eigendom verminderen:
- Overgebruik
- Suboptimale timing
- Onderinvestering
Kan ook nadelig zijn. Er moet een goede afweging worden gemaakt van de maatschappelijke kosten en baten van eigendomsrechten. In sommige gevallen is vrij gebruik efficiënter dan de invoering van eigendomsrechten
Onderconsumptie bij privaat eigendom
Komt voor indien gebruiksrechten terecht komen bij deze die het minder waarderen
Drie oorzaken onderconsumptie:
- Ten gevolge van een natuurlijke monopolie
De monopoliehouder kan een hoge prijs vragen. Dit leidt ook tot het preferentierevelatieprobleem waarbij de monopoliehouder en de inframarginale koper (potentiële kopers), geen prikkel hebben om preferenties (mogelijke prijs kopen/verkopen) bloot te leggen.
Dit leidt tot verspillingen en Pareto-verbeteringen komen niet tot stand
- Onderconsumptie ten gevolge van vaste kosten
Marginale kostprijs en gemiddelde kostprijs
- Onderconsumptie ten gevolge van een transactiebarriere
Uitoefening van private eigendomsrechten
Een eigenaar wordt in uitoefening van zijn rechten beperkt door (art. 5:1 lid 2 BW):
- Rechten van anderen
Zie Vuilnisstortplaats-arrest
- Wettelijke voorschriften
Kan volgens artikel 14 GW in het algemeen belang en bij vooraf verzekerde schadeloosstelling
- Regels van het ongeschreven
Wat volgens artikel 6:162 BW een onrechtmatige daad is
Waarborging van private eigendomsrechten
Particuliere partijen kunnen via onderhandelingen een schadevergoeding overeenkomen. Het is echter niet gegarandeerd dat partijen ook echt met elkaar zullen onderhandelen en een overeenkomst bereiken
Er zullen dus juridische instrumenten beschikbaar zijn voor het waarborgen van eigendomsrechten
Waarborging tegen overheidsinterventie
De overheid is geen normale marktpartij, en een particulier kan met onteigening van zijn private eigendommen worden ontrokken
Bovendien heeft de overheid het recht marktpartijen haar wil op te leggen. De markt kan echter niet functioneren indien dit gebeurt met willekeur
Onteigening
Artikel 14 lid 1 GW: "Onteigening kan alleen geschieden in het algemeen belang en tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander naar hij of krachtens de wet te stellen voorschriften".
Ingevolge Art. 40 Onteigeningswet dient de schadevergoeding min of meer te corresponderen met de normale marktwaarde van de objecten in het vrije commerciële verkeer
Ook regelt de wet dat de overheid alleen maar mag overgaan tot onteigening indien het project tot maatschappelijke welvaartsverbetering zal leiden
Vrijwillige en gedwongen overdracht
Guido Calabresi wijst erop dat succesvol afdwingen van eigendomsrechten belangrijk is om een wereld van "macht maakt recht" te voorkomenOok stelt hij dat er twee soorten rechten zijn:
- Rechten beschermd door eigendomsregels
- Rechten beschermd door aansprakelijkheidsregels
Dus: de property rule en de liability rule
Het recht gaat dan ook over conflicterende aanspraken
Wie krijgt er aanspraak?
Aanspraak naar de hoogste waardeerder gezien deze de aanspraak het meeste waard is
Met lage transactiekosten zal dit goed geregeld worden
Hoe wordt de aanspraak beschermd of overgedragen?
Dit gebeurt vaak door middel van een vrijwillige of een onvrijwillige overdracht
Property rules en liability rules
Niet hetzelfde als een recht tot bevoegdheid, maar een recht tot bescherming van het bezit
Verschil rights en rules:
Rules (regels) bepalen hoe rechten worden gehandhaafd of overgedragen
Rights (rechten) zijn de juridische bevoegdheden of aanspraken die individuen of entiteiten hebben
Property rule
Een recht dat dient te worden gekocht door middel van een vrijwillige overdracht. Indien iemand gebruik wil maken van het bezit van een ander, dient hij hiervoor toestemming te krijgen
Afstaan recht is toestemming van de eigenaar voor nodig
Let op! property rules zijn niet hetzelfde als property rights. Property rights is een bundel van bevoegdheden. Property rules is een manier waarop aanspraak wordt beschermd
Liability rules
Behelst een collectieve beslissing over de waarde van het eigendomsrecht zonder dat daarvoor een vrijwillige overdracht nodig is
Afstaan recht is geen toestemming van de eigenaar voor nodig
De aanspraak kan zonder toestemming van de rechthebbende worden weggenomen en is een zogeheten gedwongen recht
Men mag een inbreuk doen op andermans rechten indien deze bereid is daarna een schadevergoeding te betalen
- 1 more item...
De rechtseconomie prefereert property rules
- De subjectieve waarde kan beter in de markt worden ontdekt
- Er is sprake van een Pareto-verbetering
- Minder systeemkosten
Wanneer property rules of liability rules?
- Property rules: indien er sprake is van lage transactiekosten en hoge kosten van rechtspleging en proceskosten
- Liability rules: indien er sprake is van hoge transactiekosten en lage kosten van raadpleging en proceskosten
Voorbeelden
Eigendom : Verkoop - Onteigening
Contract : Nakoming - Schadevergoeding
Onrechtmatige daad : Verbodsactie - Schadevergoeding
Octrooirecht : Licentie - Dwanglicentie
Occupatiekosten
Occupatiokosten zijn de kosten die gepaard gaan met het bezitten en behouden van een goed
Rent seeking
Belangengroepen zullen inspanningen leveren om economische voordelen te verkrijgen zonder nieuwe waarde te creëren. Dit gebeurt vaak door lobbyen, regelgeving beïnvloeden, of exclusieve rechten afdwingen, in plaats van door productieve activiteiten zoals innovatie of efficiëntieverbetering
Registratiekosten
Om duidelijk vast te leggen welk eigendom aan wie toebehoort zal het ingevoerd worden in een register. Dit brengt ook kosten met zich mee
- Afbakeningskosten/uitsluitingskosten
Kosten van het afbakenen van eigendommen, zowel fysiek als juridisch. Denk aan hekken (fysiek) of contracten (juridisch)
- Handhavingskosten/afdwingingskosten
Kosten betrokken bij het afdwingen van rechten tot eigendommen
- Informatiekosten
Informatie over eigendom zal worden gedekt door de eigenaar en andere burgers
- Kosten om het eigendomsrecht te transfereren naar het individu met de hoogste betaalbaarheid
Omvat de kosten die gepaard gaan met de uitwisseling van eigendom
- Onzekerheidskosten/additionele risicocreatie
Kosten gepaard met een gebrek aan informatie en de daaruit volgende onzekerheid en voorzorgsmaatregelen
Gemeenschappelijk eigendom
Kan leiden tot tragedy of the commons oftewel de tragedie van de gemeenschappelijke hulpbronnen. Vanaf een bepaalde mate van gebruik zal er schaarste van dit goed optreden. Dit zal vervolgens leiden tot concurrentie om dit goed
Zodra dit rivaliserend wordt, zal dit additionele gebruik kosten meebrengen
Overmatig gebruik
Bij overgebruik daalt de mogelijke opbrengst en wordt geen maatschappelijke welvaart bereikt. Terwijl additionele kosten worden overgedragen aan het collectief. Dit is dan ook een negatief extern effect gezien de negatieve effecten op de consumptie van anderen
De additionele gebruiker zal slechts gericht zijn op zijn eigen belang en niet de belangen van de maatschappij. Het is uiteindelijk onvermijdelijk dat het gemeenschappelijke eigendom met vrij gebruiksmogelijkheden zal ontaarden in overgebruik
De tragedy of the commons leidt tot een eigendomloze toestand. Een eigendomloze toestand is een situatie zonder instantie die effectief kan bepalen wie van een schaars goed gebruik kan maken
Recht van de sterkste
Voordat men eigendomsrechten kende, gold het recht van de sterkste. Maar wat voor een individu rationeel is, hoeft echter niet verstandig te zijn voor de gemeenschap als geheel
Een grote hoeveelheid tijd en middelen zal verloren gaan deze deze krijgsvoering en bewapening
Inefficiënties eigendomloze toestand
Een eigendomloze toestand is om drie redenen inefficiënt:
- Leidt tot overgebruik
- Leidt tot suboptimale timing
- Leidt tot onderinvestering
Overgebruik door het freerider-probleem
Een collectief goed wordt dan gebruikt door verschillende partijen. Dit zorgt er dan voor dat deze partijen zich op een manier opstellen die niet in het belang is van alle partijen
Voorbeeld:
Staan een aantal schapen in een wei. Te veel schapen zorgen ervoor dat de wei achteruit gaat in waarden. Aangezien het een collectief goed is zal niemand zijn schapen weg halen omdat anderen er misschien meer neerzetten. Dit zorgt voor minder waarde voor iedereen
Onderinvestering ten gevolge van het freerider-probleem
Een individu heeft vaak geen prikkel om in gemeenschappelijke goederen te investeren, omdat hij de kosten draagt en slechts een fractie van de opbrengsten verwerftGeen onderinvestering in de volgende gevallen:
- Gemeenschappelijk goed wordt niet door de mens geproduceerd, onderhouden of in stand gehouden
- Bij quasi-geïnternaliseerde effecten behoudt men de prikkel om te investeren, omdat de externe effecten klein zijn in vergelijking met de interne effecten
- De overheid financiert de gemeenschappelijke goederen
Overconsumptie treedt niet op indien:
- Het goed is non-rivaliserend (gaat niet ten koste van een ander) en het verzadigingspunt is nog niet bereikt
- Een goed is niet rivaliserend zolang er geen schaarste is
Suboptimale timing
In het geval van collectief eigendom zal de minder efficiënte mogelijkheid eerder plaatsvinden
Voorbeeld:
Een bos is collectief eigendom. Het zal uiteindelijk gekapt worden voor opbrengsten in hout. Dit zal gebeuren wanneer de totale opbrengst positief is. Dit is echter niet altijd het optimale moment om te kappen. Grotere winst zal later behaald worden. Toch zal het gebeuren aangezien de betrokkenen vrezen dat een ander het eerder zal doen
Hold-up games
Een situatie waarbij partijen efficiënt samen kunnen werken. In onderhandelingen willen beide partijen de andere partij geen voordeel en leverage geven. Hierdoor ontstaat een minder efficiënte uitkomst
Hiermee kunnen de partijen elkaar verhinderen of dreigen te verhinderen in hun consumptie
Rivaliteit
Er is sprake van rivaliteit indien het gebruik van een ander ten koste kan gaat van het gebruik door iemand anders
Additionele transactiekosten
Tragedy of the commons kan door overheids ingrepen en regulering verholpen worden
De overheid kan zorgen voor common goods, maar daar staan additionele transactiekosten tegenover.
Capture costs zijn de kosten die een partij moet maken om een recht te behouden of verwerven
Anti-commons
Het concept complementariteit van uitsluitingsrechten speelt een centrale rol bij het anti-commons probleem. Een anti-commons situatie ontstaat wanneer te veel partijen afzonderlijke uitsluitingsrechten hebben over een goed of hulpbron, waardoor het niet efficiënt gebruikt kan worden
Bij volledige complementariteit kan een project alleen doorgaan met toestemming van alle anti-commoners
Het Cournot-duopolie legt uit dat bedrijven die complementaire goederen verkopen afhankelijk zijn van elkaar. En prijsstijging bij het ene bedrijf zal leiden tot een prijsstijging van de producten. Hierdoor is er minder vraag omdat de prijs hoger wordt
Demsetz-criterium
Houdt in dat samenlevingen eigendomsrechten invoeren, indien de opbrengst daarvan groter wordt dan de kosten ervan
Eigendomsrecht vanuit rechtseconomische visie
In de rechtseconomie wordt het begrip "eigendom" in verschillende betekenissen gebruikt. Dat heeft twee oorzaken:
- Rechtseconomie is niet gebonden aan één bepaald rechtsstelsel
- Oorsprong van de rechtseconomie ligt in Angelsaksische landen, waar de term "property" breder wordt gebruikt dan in Europa
Juridische driedeling van bevoegdheden
- Bevoegdheid tot gebruik
- Bevoegdheid tot genot
- Bevoegdheid tot beschikking
Deze driedeling helpt bij het begrijpen van eigendomsrecht
Juridische vijfdeling van bevoegdheden
Deze kan verder worden omschreven in de vijfdeling van bevoegdheden:
- Bevoegdheid tot toegang
- Bevoegdheid tot het verwerven van de opbrengst
- Bevoegdheid tot het beheer van het goed
- Bevoegdheid tot het uitsluiten van anderen van het gebruik en de opbrengst van dat goed
- Bevoegdheid tot het overdragen en/of vernietigen van het goed
Drie aspecten van een efficiënte analyse
- Prikkelkosten (INC)
Ongewenst gedrag duurder maken
- Transactiekosten (TAC)
Alle kosten die gemoeid gaan bij het maken van een transactie
- Risicokosten (RISK)
Welke risico's meespelen en hoe deze over de partijen zijn verdeeld
Die efficiëntste rechtsregels is de rechtsregel die de som van alle kosten minimaliseert
Soorten goederen
Eigendom kan worden verdeeld naar wat economisch efficiënt is. Er is geen sprake van een binaire keuze tussen privaat of collectief eigendom, maar van een continuüm, en er hoeft dus niet tussen twee uitersten worden gekozen
Een gemeenschap kan dus het eigendom poolen: meer collectief maken, of fragmenteren: opdelen in meer stukken
Private goederen
Gekenmerkt door rivaliteit en exclusiviteit: er kan maar één iemand gebruik van maken. En de eigenaar kan anderen verbieden er gebruik van te maken
Zuivere collectieve goederen
Gekenmerkt door non-rivaliteit en non-exclusiviteit: er kunnen meerdere mensen gebruik van maken. En mensen kunnen anderen niet uitsluiten er gebruik van te maken
Quasi-collectieve goederen
Bezitten slechts één van de kenmerken (rivaliteit of exclusiviteit). Ze worden aan praktische of maatschappelijke redenen door de overheid zelf in productie genomen. Ze kunnen worden onderverdeeld in clubgoederen en common pool-goederen
Verdieping bevoegdheden private of gemeenschappelijke eigendomsrechten
- Gemeenschappelijk eigendom met vrij gebruik mogen alle betrokkenen het goed gebruiken
- Gemeenschappelijk eigendom met gereguleerd gebruik reguleert de gemeenschap hoe het goed mag worden gebruikt. Van Veldhoven gebruikt hiervoor de term 'collectief eigendom'
- Privaat eigendom bepaalt de eigenaar hoe het goed mag worden gebruikt. Altijd sprake van exclusiviteit en rivaliteit
Gebruik common property
Gebruik van een goed kan excludable (mensen kunnen worden uitgesloten), en non-excludable zijn (mensen kunnen niet worden uitgesloten).
Gemeenschappelijke private goederen
Dus een wel uitsluitbaar en rivaliserend goed. Tragedy of the commons ontstaat bij private goederen in gemeenschappelijk eigendom met vrij gebruik, aangezien zij wel excludable maar not excluded zijn
Common-pool goederen
Tragedy of the commons ontstaat bij common pool-goederen aangezien zij not excludable zijn
Common-pool goederen
Common-pool goederen (ook wel gemeenschappelijke hulpbronnen genoemd) zijn goederen die rivaliserend, maar niet of moeilijk uitsluitbaar zijn. Dit betekent dat het gebruik door één persoon de beschikbaarheid voor anderen vermindert, terwijl het moeilijk is om mensen van gebruik uit te sluiten.
Bescherming van milieurechten volgens rechtseconomen
Dit kan volgens rechtseconomen op verschillende manieren worden aangemoedigd
- Aansprakelijkheidsregels
- Publiekrechtelijke wetgeving
Aansprakelijkheidsregels
Volgens Lindenbaum/Cohen-arrest kan aansprakelijkheid volgens een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) worden veroordeeld. Dit motiveert mensen tot goed gedrag
Publiekrechtelijke regelgeving
Volgens de Chicago School is het publiekrecht een bedreiging voor de meest efficiënte oplossing
Echter schiet het privaatrecht tekort in gevallen waarbij collectieve belangen worden behartigd
In Nederland wordt een vergunningstelsel gehanteerd voor milieuzaken
Kritiek op milieuwetgeving
- Wetgevers hebben niet de vereiste kennis voor het maken van milieuwetgeving
- Milieutechnologie zou bevriezen in haar huidige stand; bedrijven die voldoen aan de wetgeving hebben geen prikkel tot het verder terugdringen van vervuiling
Alternatieven
Het stelsel van handelbare emissierechten zou leiden tot een dilemma tussen het kopen van rechten, of het verminderen van emissies. Dit geeft de juiste prikkels
Ook zal uitbreiden slechts mogelijk zijn door het verminderen van emissies
-
Transactiekosten
Het recht tracht transactiekosten te verlagen door:
- Algemene voorwaarden:
Standaard contracten die zonder nadere onderhandelingen van kracht zijn
- Aanvullend/regelend recht:
Wetten die van kracht zijn indien partijen niets anders hebben afgesproken
- Redelijkheid en billijkheid:
Is in het nadeel van degene die het contract heeft opgesteld
Contracten
Een contract is een in rechte afdwingbare afspraak tussen partijen over bepaalde acties die zij op gezette tijden dienen te ondernemen
Hierbij wordt de inhoud van de acties zal worden bepaald in de voorwaarden
Bij niet nakomen van deze voorwaarden zal de rechter deze kunnen afdwingen of een schadevergoeding op kunnen leggen
Contractsvrijheid
De vrijheid om contracten af te sluiten met wie men wil en met welke inhoud men wil
Zal leiden tot maximaliseren van welzijn aangezien mensen zelf contracten kunnen afsluiten waarvan zij weten dat zij hier beter uitkomen. Aangezien beide partijen beter worden zal het gaan volgens de Pareto-verbetering
Het wederzijds voordeel dat ontstaat door het contract noemen we de contractuele surplus
Redenen contract
Het zijn afspraken over een uitvoering in de toekomst. Redenen voor een contract:
- Onhandig als prestaties beide partijen gelijktijdig moet plaatsvinden
Bijv maandelijkse factuur
- Partij kan anticiperen op een toezegging
- Partijen willen risico's afdekken
- Partijen hebben verschillende opvattingen over de toekomst
- Partijen willen op verschillende momenten consumeren
Belang afdwingen contracten
Voor een goed werkende economie zal de overheid contracten moeten afdwingen
- Anders zullen mensen niet snel vooruit betalen
- Partijen zijn anders terughoudend in het maken van investeringen aangezien er een risico is dat het contract niet zal worden nagekomen. Ook wel het hold-up probleem genoemd
Uitleg contracten
Verschillende partijen zullen soms een andere interpretatie van een contract hebben. De rechter dient uit te zoeken wat er is afgesproken
Niet nakomen of contractbreuk
Hier hangt een prijskaartje en schadevergoeding aan vast(in)efficiëntie contractbreuk
- Inefficiënte nakoming
- Efficiënte nakoming
- Inefficiënte contractbreuk
- Efficiënte contractbreuk
Remedies voor niet-nakomen van contracten
Om het contractenrecht afdwingbaar te maken is er het overeenkomstenrecht. Bij het niet nakomen van een contract kunnen er sancties worden opgelegd:
- Nakoming (art. 3:296 BW)
- Nakoming
- Verlate nakoming
- Schadevergoeding (art. 6:74 BW)
Een schadevergoeding en eventuele ontbinding van het contract
Drie vormen van schadevergoeding:
- Restitutie
- Vergoeding van het negatieve contractbelang
- Vergoeding van het positieve contractbelang
Het meest efficiënte remedie zal moeten worden gekozen
Nakoming/specific performance
De kosten zijn de nakoming van de oorspronkelijke verplichting en een eventuele schadevergoeding
Kan ook sprake zijn van verlate nakoming waar nakoming plaatsvind op een ander moment dan afgesproken
Schadevergoeding
De kosten zijn lastig te bepalen. Een vergoeding is echter belangrijk zodat de partij geconfronteerd wordt met de nadelen die hij toebrengt. De kosten worden hiermee geïnternaliseerd
Vormen van schadevergoedingen:
- Restitution damages - restitutie
- Reliance damages - vergoeding van een negatief contractbelang
- Expectation damages - vergoeding van positief contractbelang
- Vergoeding van het beperkte positieve contractbelang
Rechtseconomen hebben de voorkeur van expectation damages zodat reliance-investeringen (investeringen voor de levering) niet zullen afnemen. De expectation damages zijn echter lastig te bepalen
- Restitution damages - restitutie
De benadeelde partij krijgt terug wat hij al heeft betaald of geleverd
Doel is dan ook om de benadeelde terug te betalen en het onrechtmatige gemaakte voordeel van de contractbreuk weg te halen
Benadeelde krijgt: restitutie contractprijs
- Reliance damages - vergoeding van een negatief contractbelang
Doel om het contract terug te draaien. De benadeelde krijgt de eventuele extra kosten/investeringen die hij heeft gemaakt
Benadeelde krijgt: gemaakte kosten/investeringen verloren gegaan door de contractbreuk
- Expectation damages - vergoeding van positief contractbelang
De niet-nakomer dient de benadeelde hierbij financieel in een vermogenspositie te brengen waarin hij zich zou bevinden als de overeenkomst correct was nagekomen
Benadeelde krijgt: restitutie contractprijs, eventuele voorbereidingskosten en de winst die zou zijn gemaakt
- Vergoeding van het beperkte positieve contractbelang
Expectation damages maar alleen de efficiënte investeringen zullen worden vergoed
Factoren die leiden tot afwijking expectation damages
- Subjectieve overwegingen
Beide partijen zullen de bedragen overdrijven. Hierdoor zal vaak uiteindelijk de schadevergoeding lager uitvallen
- Onzekere factoren
Het mogelijke voordeel uit de overeenkomst kan niet exact worden vastgesteld. Daarom zou de rechter deze slechts terughoudend meenemen in de overweging
- Aard van de zaak
Bij unieke zaken is nakoming het wenselijke remedie. Vaker is een schadevergoeding gebruikelijker. Welke van de twee efficiënter is ligt aan de aard van de zaak
Substitute performance
Een andere vorm van vergoeding kan zijn substitute performance. Hier wordt een derde partij gevraagd de prestatie te verrichten. De niet-nakomer moet dan het verschil tussen de prijs van de derde en de oorspronkelijke prijs betalen
Boetclausules
Ook kunnen contractpartijen in hun overeenkomst boeteclausules opnemen die bij een tekortkoming kunnen worden toegepast (art. 6:91-6:94 BW)
Dit kan ook inefficiënt werken
Rangorde van remedies
Stolp stelt dat uit het systeem van de wet een rangorde van remedies , op basis van ingrijpendheid volgt. Waarin nakoming het minst ingrijpend is, daarna schadevergoeding en vervolgens ontbinding met het zwaarste middel
De rangorde is dan ook terug te voeren op beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit
Compleet contract
Een theoretisch perfect contract. Bestaat uit:
- Afspraak met elk mogelijke omstandigheid
- Partijen genereren een maximaal contractueel surplus
Betekent dat alle contractuele voordelen worden uitgebuit
Efficiënt breach
Volgens de rechtseconomische optiek is een contractbreuk niet altijd immoreel. Een efficiënte contractbreuk is in sommige gevallen gewenst:
- Kosten uitvoering zijn hoger dan opbrengsten
- Er is sprake van een beter aanbod
Marktfalen
De markt functioneert niet optimaal. De volgende vier marktfalen leiden tot incomplete contracten:
1. Transactiekosten
2. Informatieasymmetrie
3. Irrationaliteit
4. Externaliteiten
1. Transactiekosten
Deze kosten zijn in alle fasen van het contract aanwezig en bevatten:
- Vinden juiste contractpartner
- Onderhandelingen
- De vastlegging van het contract zelf
- Toezien op naleving contract
2. Informatieasymmetrie
Een partij beschikt over meer informatie dan de andere. Deze extra informatie zal dan uitgebuit worden door het vertonen van strategisch gedrag
Ook zullen nodige onderzoekskosten om informatei te verkrijgen geld kosten
3. Irrationaliteit
Mensen maken vaak keuzes die bewust of onbewust tegen hun eigen belang ingaan. Niet om de gemeenschappelijke welvaart te vergroten maar uit irrationaliteit
4. Externaliteiten
In het maken van besluiten en contracten wordt vaak niet stilgestaan bij de effecten op derden. Bij deze externaliteiten is dan ook de vraag of de waarde die wordt gegenereerd door het contract groter is dan het verlies
Tegengaan van marktfalen
De overheid kan marktfalen en ander ongewenst gedrag tegengaan met dwingend en aanvullend contractenrecht
Aanvullend contractenrecht is het recht dat van kracht is indien de partijen over dit onderwerp niets hebben afgesproken. Dit recht heeft de voorkeur aangezien contractenvrijheid dan in stand blijft
Dwingend contractenrecht verbiedt partijen van het sluiten van bepaalde contracten
Marktfalen tegengaan met dwingend recht
Kan beschermen tegen marktfalen door:
- Het contract te verbieden (nietig verklaren)
Als geen van de partijen het contract zelf zal vernietigen, en het in strijd is met de openbare orde of de wet, kan het nietig worden verklaard met art. 3:40 BW
- Benadeelde partij stemt in met vernietigen contract (vernietigbaar)
Dit is wenselijker met instemming van een partij. Contracten die zijn gesloten onder bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden worden vernietigd met art. 3:44 BW
Bescherming tegen informatieasymmetrie
Rechtsregels beogen de informatieasymmetrie op te heffen. Het zal echter niet altijd tot een vernietiging van de overeenkomst leiden
Een overeenkomst bij bedrog (art. 3:44 lid 3 BW) en dwaling (art. 6:228 BW) zal nietig kunnen worden verklaard
Partijen zijn echter niet altijd verplicht alle relevante informatie te verschaffen. Volgens rechtseconomen is het belangrijk dat partijen die hebben geïnvesteerd in het verkrijgen van informatie, niet verplicht zijn deze te delen. Dit zou namelijk leiden tot het verdwijnen van prikkels tot het verkrijgen van deze informatie
Marktfalen tegengaan met aanvullend recht
De overheid helpt door aanvullend contractenrecht de transactiekosten omlaag. Partijen kunnen vertrouwen op het contractenrecht van de overheid. Indien ze hiervan willen afwijken dienen ze dit in contracten op te stellen. Leemtes in het opgestelde contract kunnen dus worden aangevuld met het aanvullend recht van de overheid
Meerderheidsregels
Dit aanvullend recht wordt gebaseerd op de regels die de meerderheid van de contractspartijen wenselijk acht
Hypothetische standaarden
In het aanvullend contractenrecht is niet alles bij voorhand voorzien. Veel normen zullen dan ook omschreven zijn met termen zoals "redelijk" en "billijk". Deze termen kunnen aan de hand van het bestaande contract worden ingevuld door de rechter, indien nodig
Volgens rechtseconomen dient de rechter vervolgens na te gaan onder welke voorwaarden het contractuele surplus maximaal is. Er is dan sprake van een hypothetische standaard
Dit heeft echter het gevaar dat partijen geen gebruik meer maken van de meerderheidsregels (aanvullend recht). Hierom hebben de meerderheidsregels altijd de voorkeur. Pas als deze toepassing niet mogelijk is zal er gekeken worden naar de hypothetische standaard
Formele benadering
Een bepaalde stroming in de rechtseconomie pleit voor weinig/geen aanvullende regels. Dit dwingt partijen om betere contracten op te stellen, waardoor rechterlijk ingrijpen minder nodig is
Het gevolg is echter hogere transactiekosten, en grote gevolgen voor kleine vergissingen en omissies in contracten
In Nederland komt deze benadering bijna niet voor. Behalve art. 6:227 dat partijen verplicht de hoofdlijnen vast te leggen in een contract
Informele mechanismen om contracten af te dwingen
Mensen komen overeenkomsten meestal ook na zonder dreiging van een rechter vanwege informele mechanismen, zoals sociale normen en reputatie
Ook self help zal ertoe leiden dat afspraken na worden gekomen. Mensen doen geen zaken met onbetrouwbare contractspartners
Consumentenbescherming
Traditionele juristen zien consumentenbescherming als middel om het verstoorde machtsevenwicht in de relaties tussen producenten en consumenten te herstellen
Oneerlijke bedingen zijn contractuele verplichtingen die het evenwicht tussen aanbieders en consumenten verstoren. Deze oneerlijke bedingen kunnen ongeldig worden verklaard
Oneerlijke bedingen, ook wel zwarte clausules genoemd, leiden tot minder transactiekosten
Ook bestaan er grijze clausules waar de rechter bepaald of deze nietig verklaard kunnen worden
Het mededingingsrecht ziet op het beschermen tegen hoge prijzen door het oplossen van monopolieproblemen
Kritiek rechtseconomen op het verstoorde machtsevenwicht
- Het consumentenrecht is geen zero sum game , waarbij de winst van de ene partij verlies voor de andere betekent. In sommige gevallen leidt consumentenbescherming namelijk tot extra kosten die door worden gerekend in de prijs voor de consument. Ook is het zo dat consumenten aan nutsverlies lijden als de voorkeur uitgaat naar producten van een lagere kwaliteit en prijs. Nutsverlies (of verlies van genot) is een vorm van schade die ontstaat wanneer iemand niet de voordelen ontvangt die hij had mogen verwachten uit een overeenkomst of situatie
- Het is niet duidelijk waarom producten van een slechtere kwaliteit worden verkocht
Soorten goederen
Bij het consumentenrecht staat het probleem van informatieongelijkheid centraal
Soorten goederen op basis van informatie:
- Zoekgoederen
- Ervaringsgoederen
- Vertrouwensgoederen
1. Zoekgoederen
Goederen die eigenschappen hebben die de consument voorafgaand de aankoop kan controleren
2. Ervaringsgoederen
Goederen die eigenschappen hebben die na de aankoop duidelijk worden
Wanneer de consument ervaring opdoet door middel van herhaaldelijke aankoop wordt dat het repeat purpose mechanism genoemd. Bij duurdere aankopen zal dit niet voldoen om de consumenten goed te informeren
3. Vertrouwensgoederen
Zelfs na de aankoop en gebruik is het niet duidelijk of het product aan de eigenschappen voldoet. Bijvoorbeeld bij een operatie kan een consument vrijwel onmogelijk concluderen of de dienstverlening optimaal is uitgevoerd
Hier is het probleem van informatieongelijkheid het grootst
Problemen informatieasymmetrie
- Moreel risico
Kan leiden tot opportunistisch gedrag van de aanbieder die niet geprikkeld is tot het aanbieden van een juist prijs-kwaliteit verhouding, omdat de consument dit niet kan controleren. Ook kan het leiden tot aanbod-geïnduceerde vraag of demand generation
- Averechtse selectie
Omdat er geen prikkel is tot het voldaan aan juiste prijs-kwaliteit verhoudingen zullen goederen met een goede kwaliteit uit de markt gedreven worden
Correctie van informatieongelijkheid
Informatieongelijkheid in de markten kan met verschillende juridische instrumenten worden gecorrigeerd:
- Informatieremedies
- Kwaliteitsreguleringen
- Regulering van de contractsinhoud
- Verbod op misleidende reclame
Informatieremedies
Is het minst verreikende instrument om informatieongelijkheid te corrigeren
Consumenten hebben een fundamenteel recht op informatie, maar het opleggen van informatieverplichtingen is niet altijd noodzakelijk en wordt op twee wijzen beperkt:
- Unravelling
Laat informatievoorziening over aan marktwerking. Verkopers bieden zelf informatie voordelig voor hun product, om het te verkopen. Dit leidt onder andere tot een information bias. Ook de volgende problemen:
- Informatie niet makkelijk verifieerbaar
- Voorkeuren consumenten niet homogeen
- Vele consumenten begrijpen niet alle informatie
- Optimale informatie
Er moet een optimale informatie, en niet maximale informatie worden gegeven. Te veel informatie brengt hogere administratiekosten met zich mee
2. Kwaliteitsreguleringen
Indien informatieverplichtingen geen garantie bieden voor bescherming van consumenten zullen kwaliteitsreguleringen kwaliteit kunnen garanderenHet is een meer ingrijpende maatregel in het marktmechanisme. Kwaliteitsregulering kan betrekking hebben op de voorwaarden van markttoegang, inhoud verkoopovereenkomst of dienstverleningNadelen:
- Hoge handhavingskosten
- Onmogelijkheid te voldoen aan alle consumentenpreferenties
- Hogere kosten voor producten
Kwaliteitsreguleringen in de dienstensector
Via vestigingswetgeving wordt de toegang tot het beroep afhankelijk gemaakt van een vergunning of lidmaatschap van een professionele vereniging
De zelfregulering van vrije beroepen bekritiseerd:
- Gebrek aan maatschappelijke legitimiteit
- Bezwaren van mededingsautoriteiten
Deze beroepsorganisaties hebben echter een belangrijke informatievoorsprong op de overheid en kunnen dus zo beter inschatten wie er bevoegd zal moeten zijn tot het uitvoeren van een beroep
Rechtseconomen stellen echter dat het efficiënter kan zijn om zelfregulering competitiever te maken
3. Regulering van de contractsinhoud
EG Richtlijn 93/13 verbiedt het gebruik van oneerlijke bedingen die in strijd zijn met het beginsel van goede trouw, en ten nadele zijn van de consument. Dit is een grijze clausule
De zwarte clausule wordt beschreven in art. 6:231-247 BW
4. Verbod op misleidende reclame
EG Richtlijn verbiedt elke reclame die daadwerkelijk of potentieel de personen tot wie de reclame is gericht, of die van de reclame kennis kan nemen, kan misleiden
Reclames kunnen worden onderscheiden naar hun juistheid en misleidendheidHet controleren van reclames brengt echter veel kosten mee. Daarnaast wordt het gevaar van misleidende reclames overschat:
- De verkoper zal geen voordeel halen uit onjuist reclame over zoekgoederen
- Aanbieders zullen de klant niet willen misleiden omdat zij hun reputatie niet willen beschadigen
Handhaving consumentenrecht
Dienen consumenten te worden beschermd door publieke handhaving of private handhaving?De rechtseconomie biedt een aantal criteria voor de keuze tussen private of publieke handhaving:
- Welke informatie over de normovertreding, identiteit en locatie van de normovertreder is beschikbaar?
- Wat is de noodzaak een efficiënt niveau van handhaving te bereiken?
Private partijen ondervinden ook rationele apathie tegenover handhaving van hun consumentenrecht, omdat de kosten (van vervolging) vaak hoger zijn dan de baten
Optimale private handhaving
Vanuit een economisch standpunt optimaal als:
- Private partijen informatie bezitten over inbreuken op deze rechten
- De private belangen samenvallen met de maatschappelijke belangen
Optimale publieke handhaving
Vanuit een economisch standpunt optimaal als:
- Als publieke agenten een informatievoordeel hebben
- Het maatschappelijk belang hierbij afwijkt van het private belang
Class actions
Een tussenvorm van private en publieke handhaving. Het is een collectief van private benadeelden die een schadevergoeding vragen. Een advocaat krijgt een percentage van de schadevergoeding uitgekeerd, de contigency fee
In Nederland zijn collectieve schadevergoedingen niet mogelijk
Afkoelingsperiodes
Bieden de consument de mogelijkheid om een gedane aankoop binnen een bedanktermijn ongedaan te maken
Voordelen:
- Lossen het probleem van informatieongelijkheid op
- Lossen het probleem van irrationeel gedrag op
Nadelen:
- Zorgt voor uitstel van de aankoop en onzekerheid
- Consumenten hebben pas later beschikking over de goederen/diensten die zij dringend nodig hebben
- Hogere transactiekosten
- Kunnen worden misbruikt
- Leiden tot een algemene kostenstijging
Visie op afkoelingsperiode
EU Consumer Rights Directive of 2011 verplicht tot een afkoelingsperiode van 14 dagen
Kovac en Van den Berghe
Van mening dat afkoelingsperiodes de efficiëntie verhogen door een oplossing te bieden voor irrationeel gedrag, monopolies en informatieasymmetrie. Erkennen ook de nadelige kant
Ben-Shahar en Posner versus Eidenmüller
Ben-Shahar en Posner beweren dat afkoelingsperiodes zouden niet verplicht moeten zijn, maar aanvullend recht moeten worden
Eidenmüller beweert dat dit niet tot het aanvullend recht zou moeten behoren, aangezien consumenten dit niet lezen. Hij stelt een opt-in- of opt-out-regime voor, waar consumenten kunnen kiezen voor een afkoelingsperiode
Uitzonderingen
In het algemeen herroepingsrecht zijn er wel enkele uitzonderingen volgens art. 16 of the Directive on Consumer Rights. In de onderstaande gevallen geldt er geen afkoelingsperiode:
- Dienstcontracten nadat dienst is verricht/begonnen
- De prijs van een goed is sterk afhankelijk van marktfluctuaties
- Goed wordt gepersonaliseerd aan de specificaties van de consument
- Goed is vatbaar voor snelle deterioratie
- Goed is niet terug te brengen wegens redenen als hygiëne of gezondheid
- Het goed is onafscheidelijk gemixt met andere onderdelen
- Het goed is een alcoholische drank
- Er is specifiek gevraagd naar bezoek van verhandelaar
- Er is sprake van audio-, video-, of computerhardware die na levering is uitgepakt
- Contract is gesloten bij een publieke veiling
- Het gaat om een accommodatie die niet is bedoeld voor woondoeleinden
Endowment effect/loss aversion phenomenon
Hoe langer een consument het goed bezit, hoe meer emotioneel gehecht zij raken aan het goed. Hierdoor zijn ze na een langere tijd minder geneigd het goed terug te sturen
Gedragseconomie
Onderzoeksveld dat zich bezighoudt met het incorporeren van inzichten uit andere sociaalwetenschappelijke disciplines in de economie
De nadruk ligt hier meer op het daadwerkelijke gedrag van mensen in plaats van rationele keuzetheorie
Biases en heuristics beïnvloeden onbewust het gedrag van mensen
Nudging stimuleert mensen op een subtiele manier om wenselijk gedrag te vertonen: het menselijk gedrag wordt op een voorspelbare wijze beïnvloed, maar dan zonder het beperken van keuzes of het veranderen van economische prikkels
Bounded rationality
Een beperkte rationaliteit waar mensen in bepaalde situaties slechts over beperkte rationaliteit beschikken omdat zij de situatie niet goed kunnen overzien
Anomalieonderzoek
Onderzoek hoe biases en heuristics beperken in het nemen van rationele beslissingen
Biases en heuristieken
Mensen zijn overmatig optimistisch in bepaalde omstandigheden. Mensen nemen aan dat er niet veel fout zal gaan, ook wel de low probability neglect genoemdDe volgende biases bestaan:
- Framing bias
- Hindsight bias
- Anchoring
- Availability heuristic
- Edowment effect
- Status quo bias
- Information overload
- Priming
- Tijdsgerelateerde biases/present bias/bijziendheid
- Self-serving bias
- Herd bias/bandwagon effect
Framing bias
De manier waarop alternatieven gepresenteerd worden kan de keuze beïnvloeden
- Loss aversion
Mensen keuzen eerder een optie als deze als winst wordt gepresenteerd, dan als verlies
- Affect heuristic
Mensen maken beslissingen op basis van emoties en niet informatie
-
Anchoring
Individuen evalueren informatie op een manier die afhankelijk is van de informatie die zij gepresenteerd hebben gekregen
-
-
-
-
Priming
Bij priming wordt een individu blootgesteld aan een stimulus wat invloed heeft op een later gedrag
Tijdsgerelateerde biases/present bias/bijziendheid
Mensen geven voorkeur aan een beloning die dichtbij ligt in de tijd
Self-serving bias
Indien mensen een standpunt innemen zullen ze deze blijven verdedigen. Confirmation bias speelt hierbij een duidelijke rol
Herd bias/bandwagon effect
Mensen volgen de groep. Wat veel mensen doen zullen andere mensen ook doen
Voorwaarden van EULA's
EULA's (End User License Agreements) of gebruikersovereenkomsten waarin de rechten en plichten van een gebruiker in zijn opgenomen. Bevatten 7 categoriën die pro-buyer of pro-seller kunnen zijn
Volgende 7 categoriën:
1. Acceptance of license
2. Scope of license
3. Transfer of license
4. Warranties and disclaimers of warranties
5. Limitations on liability
6. Maintenance and support
7. Conflict resolution
1. Acceptance of license
EULA is pas in te zien na het installeren. Veel bedrijven staan retourneren niet toe na het installeren van de software (pro-seller)
Enkele bedrijven doen dit wel (pro-buyer), en laten het retourneren van de software na installatie wel toe
2. Scope of license
Er zijn vaak bepaalde restricties in het gebruik van de software ("for internal business purposes only" of "for noncommercial purposes").
Indien er sprake is van restricties is het een pro-seller beleid. Indien er geen sprake is van restricties is het een pro-buyer beleid
3. Transfer of license
Bepaalt of een gebruiker zijn softwarelicentie mag doorverkopen of overdragen aan iemand anders. Dit hangt af van de EULA. Indien er beperkingen zien is het pro-seller, anders pro-buyer
4. Warranties and disclaimers of warranties
Een EULA kan garanties of disclaimers bevatten. Garanties duiden vaak op kwaliteit en zijn dus pro-buyer
Disclaimers zijn echter voordeliger bij lage kwaliteit en zijn dus pro-seller
5. Limitations on liability
Gaat over aansprakelijkheid. Indien de verkoper de aansprakelijkheid bij de koper legt is dit pro-seller. Indien de verkoper de aansprakelijk op zicht neemt is dit pro-buyer
6. Maintenance and support
Indien de EULA onderhoud vanaf 31 dagen of langer zal aanbieden is dit pro-buyer. Ander is het pro-seller
7. Conflict resolution
Indien het mogelijk is volgens de EULA om klachten in te dienen is het pro-buyer. Anders pro-seller
Onrechtmatigedaadsrecht
Volgens Calabresi heeft het onrechtmatigheidsrecht twee doelen:
- Rechtvaardigheid
- Het reduceren van de kosten van ongevallen
- Reductie van primaire ongevalskosten (preventie)
Reductie kosten door:
Specific deterrence = verbieden van specifieke activiteiten
General deterrence = het duurder maken van bepaalde specifieke acties of activiteiten
- Reductie van secundaire ongevalskosten (spreiding/compensatie)
Maatschappelijke kosten worden gereduceerd door een grote groep mensen of een meer daadkrachtige partij deze te laten dragen
- Reductie van tertiaire ongevalskosten (systeemkosten)
De kosten die horen bij de inspanningen die zijn gedaan om de primaire en secundaire kosten te verminderen
Zorgvuldigheidsnorm
Mensen dienen met de gerechtvaardigde belangen van anderen rekening te houden. In deze belangenafweging is zorgvuldigheid (negligence) van belang. Het optimale zorgniveau kan worden bereikt door de kosten van de zorg af te wegen met de schade die ermee kan worden voorkomen
De Hand-formule
De formule bedacht door rechter Learned Hand is een vuistregel om te bepalen of iemand schuldig is van nalatigheid
B = de zorgkosten voor het treffen van adequate voorzorgsmaatregelen (burden)
P . L = de verwachte schade
P = de kans op een ongeval (probability)
L = de ongevalskosten bij schade (loss)
Formule:
Totale maatschappelijke kosten = zorgkosten + de verwachte schade = B + PL
Vervolgens is iemand nalatig bij (B < PL), oftewel als de kosten van voorzorg lager zijn dan de kosten van de verwachte schade
Marginale kosten > marginale baten
Correctie op de Hand-formule - de untaken precaution
Rechtseconoom Grady stelt dat het onmogelijk is alle kosten en baten af te wegen
Het is namelijk onmogelijk om de kosten van alle mogelijke voorzorgmaatregelen na te gaan
De rechter zal dus na moeten gaan of er een untaken precaution, die door de eiser is voorgesteld, had kunnen treffen
In dat geval geldt dat de extra kosten van die untaken precaution lager zijn dan de schade die is opgelopen
Nederland volgt ongeveer deze opvatting
Kritiek van anderen
Vischer zegt dat een untaken precaution zal worden voorgesteld die boven het optimale zorgniveau ligt. Dit zal echter worden afgewezen door de rechter
Stephen beweert dat er niet kan worden gewerkt met het concept van verwachte schade. De ongevalskans en schade zouden ook niet met elkaar vermenigvuldigd moeten worden aangezien er altijd maar één uitkomst (hoeveelheid schade) zal zijn
Ook stelde hij dat gekeken moet worden naar:
focusverlies = toepassing correcte Hand-formule en alle belangen worden meegewogen
focuswinst = niet alle belangen worden correct meegewogen in de Hand-formule
De danger zone = wordt begrensd door een maximaal toelaatbaar verlies, en een minimaal potentiële verrassing
In Nederland
In Nederland komt de opvatting overeen met de opvatting van Grady en de untaken precaution
In sommige gevallen past de rechter strikte aansprakelijkheid toe. Deze activiteit had dan nooit plaats mogen vinden en de leadens dient alle kosten te vergoeden
Soorten ongevallen
- Unilaterale ongevallen
Alleen de laedens heeft invloed op het ongeval gehad
- Bilaterale schadegevallen
Beide partijen hebben invloed gehad op het ongeval
Schuld- en risicoaansprakelijkheid in de rechteconomische benadering
Twee vormen:
- Foutaansprakelijkheid/schuldaansprakelijkheid
Laedens draagt de schade indien hij zich schuldig heeft gemaakt aan een juridische norm. Dus getoetst aan zorgvuldigheidsnorm, onrechtmatige daad en Kelderluikcriteria
- Risicoaansprakelijkheid
Laedens zijn gedrag valt binnen een categorie waarvoor een risicoaansprakelijkheid geldt
Gevolgen en waarvoor voorkeur wordt uitgesproken
- Distributionele gevolgen
De voorkeur tussen foutaansprakelijkheid of risicoaansprakelijkheid heeft grote invloed op hoe/wie de schade wordt gedekt
- Informatie rechter/gelaedeerde
De informatie heeft betrekking tot de kans dat een beroep succesvol is. Foutaansprakelijkheid geeft grotere schadevergoedingen maar is lastiger te bewijzen dan risicoaansprakelijkheid
- Zorg heeft meerdere dimensies
Bij foutaansprakelijkheid hoeft er slechts rekening gehouden te worden met de zorgvuldigheidsnorm. Bij risicoaansprakelijkheid is de laedens aansprakelijk ongeacht het zorgniveau
- Insolventie
Bij het beoordelen van voorzorg zal door de rechter worden gekeken naar de kosten van de voorzorg tegen de baten van de voorzorg.
Bijv. Voorzorg kost 600. Kans op schade is 1000. 1000-600=400. Dus voorzorg is wenselijk
Verdieping risicoaansprakelijkheid
- Kinderen
Art. 6:164 BW bepaalt dat een kind van onder 14 jaar niet aansprakelijk kan worden gesteld voor een onrechtmatige daad
Art. 6:169 BW bepaalt dat de voogd hiervoor aansprakelijk is
Foutaansprakelijkheid is lastig te bewijzen, omdat er bewezen moet worden dat de ouders nalatig waren
Risicoaansprakelijkheid is beter te bewijzen
- Ondergeschikten
Art. 6:170 BW stelt dat degene in wiens dienst een ondergeschikte een taak uitvoert is aansprakelijk. Stammen af van:
profijtgedachte: de werknemer heeft profijt en zal dus ook de kosten moeten dragen. Risicospreidingsgedachte: bij ondernemingen worden de kosten gespreid over de werknemers
Eenheidsgedachte: de benadeelde onderneming moet als eenheid worden beschouwd
- Niet-ondergeschikten (art. 6:171 BW) en vertegenwoordigers (art. 6:172 BW)
In beide gevallen moeten derden partijen de impressie hebben dat deze namens de opdrachtgever handelen
Werkgever verantwoordelijk voor niet-ondergeschikten, tenzij deze aantoonbaar zelfstandig handelde
Werkgever bij vertegenwoordigers aansprakelijk als deze onbevoegd handelde
- Mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking
Art. 6:165 BW bepaalt dat mensen met een tekortkoming aansprakelijk zijn. Toezichthouders zullen dan aansprakelijk worden gesteld
- Gebrekkige zaken
Art. 6:173 lid 1 BW vestigt risicoaansprakelijkheid voor de bezitter van een roerend zaak
Roerende zaak is een bezit dat verplaatsbaar is, met uitzondering van dieren en voertuigen. De zaak moet gebrekkig zijn, een bekend gevaar opleveren
- Opstallen
Art. 6:174 BW vestigt een risicoaansprakelijkheid op de bezitter van een opstal, oftewel een goed dat met de grond is verenigd (gebouw). Voldoen aan de volgende vereisten: Gebrek, causaal verband ertussen, gevaar verwezenlijkt zich
- Gevaarlijke stoffen
Art. 6:175 BW stelt degene aansprakelijk die stoffen gebruikt waarvan bekend is dat deze schadelijk zijn
- Stortplaatsen
Art. 6:176 BW en art. 6:177 BW stelt partijen aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het storten
- Dieren
Art. 6:179 BW stelt de bezitter van het dier aansprakelijk voor zijn acties. Risicoaansprakelijkheid indien het dier handelt buiten de aanwijzingen van de bezitter. Foutaansprakelijkheid op grond van OD indien het aanwijzingen van de bezitter opvolgt
Productenaansprakelijkheid
Risicoaansprakelijkheid heeft de voorkeur boven foutaansprakelijkheid
Art. 6:185 BW stelt dat de producent niet aansprakelijk is tenzij de schade is veroorzaakt door een gebrek in het product. Art. 6:186 BW stelt dat een product gebrekkig is indien het niet de veiligheid biedt die men mag verwachten
Art. 6:185 lid 1 sub e BW stelt zelfs dat een producent niet aansprakelijk is voor het gebrek van een product indien deze technische kennis niet beschikbaar was op het moment dat het product op de markt werd gebracht
Aansprakelijkheid op grond van art. 185 WVW 1994
Stelt dat er een risicoaansprakelijkheid geldt voor de eigenaar of houder van een motorvoertuig dat schade veroorzaakt, tenzij het ongeval is te wijten aan overmacht. Er is sprake van overmacht indien de bestuurder geen enkel verwijt is te maken, of het verwijt aan het slachtoffer of een derde partij is aan te merken
Verzekeringen
Risicoaversie = mensen vertonen gedrag dat risico zal mijden
Risicopreferentie = gedrag waarbij risico wordt opgezocht
Risiconeutraliteit
Bij verzekeringen zullen beide partijen erop vooruit gaan, omdat het risico wordt weggehaald bij de ene partij, en geld wordt betaald aan de andere partij
In een optimale verzekeringsmarkt wordt volledige dekking gegeven tegen een premie die gelijk is aan de verwachte ongevalskosten
Actuariële premie (actuarially fair premium)
Verzekeraar voegt vergelijkbare gevallen samen in een pool. Elke verzekerde betaalt een premie, en slecht bij enkelen zal het risico uitbetaald worden.
De actuariële premie is een formule waarbij de verzekeraar theoretisch gezien precies zal rondkomen tussen premies en betaling
De werkelijke premies bedraagt daadwerkelijk meer dan de actuariële premie
Winst wordt gemaakt op het verschil tussen premies en uitbetalingen
Naarmate het verschil tussen de actuariële premie en de werkelijke premie groter wordt, worden deze verzekeringen minder aantrekkelijk
Problemen verzekeringen
1. Moreel risico (moral hazard)
Het probleem dat partijen zich minder voorzichtig gaan gedragen indien zij een verzekering hebben afgesloten, aangezien schade toch zal worden gedekt door de verzekering
2. Averechtse selectie/antiselectie
Door een gebrek aan informatie over de verzekerde groepen bij de verzekeraar zullen verzekerden in verkeerde risicogroepen worden geplaatst. De premies van grote risico's zullen hier relatief gezien omlaag gaan. De premies van kleine risico's zullen hierbij relatief omhoog gaan
De kleine risico's zullen het vervolgens niet meer waard vinden een verzekering af te sluiten en haken af. Uiteindelijk blijven er dus alleen nog maar hoge risico's over
Remedies vanuit de verzekeraar
Om deze problemen tegen te gaan wordt er door verzekeringen gebruik gemaakt van vier instrumenten:
1. Gedragsvoorschriften
De verzekeraar kan voorschrijven hoe er door de verzekerde moet worden gedragen om aanspraak te kunnen maken
2. Eigen risico
Een eigen risico is het bedrag dat door de verzekerde zelf zal moeten worden betaald in het geval van schade
3. Premiedifferentiatie
Er wordt onderscheid gemaakt in de hoogte in premies gebaseerd op het risico. Verzekerden worden zo ingedeeld in het risicogroep op hun risicoprofiel
4. Bonus-malus-regeling/No claim-regeling
Regelingen die 'goede risico's' belonen en 'slechte risico's', door verzekerden die vaak schade claimen in een hogere risicogroep te plaatsen. Door deze risicodifferentiatie zullen goede risico's een lagere premie betalen
Ook kan een verzekeraar door middel van acceptatievrijheid zelf bepalen welke verzekerden zij weigeren, afhankelijk van het risico
Remedies vanuit de wetgever
Verplicht stellen verzekering
- Onzekerheidsvereiste (Art. 7:925 lid 1BW)
Een verzekering kan alleen maar gesloten worden als het verzekerde risico op dat moment onzeker is
Dus iemand kan geen verzekering afsluiten als hij al weet dat hij deze nodig gaat hebben
- Art. 7:946 lid 1 BW
De overeenkomst tot verzekering dekt slechts de belangen van de verzekeringsnemer, tenzij anders is afgesproken
Dit artikel beschermd tegen moreel risico. Hiermee wordt namelijk speculatief gedrag tegengegaan
- Art. 7:948 BW
Als een verzekerd goed wordt verkocht zal de verzekering ook overgaan. De verzekerde heeft echter wel een meldingsplicht binnen 1 maand na verkoop. Beide partijen kunnen ook besluiten de verzekering op te zeggen/nieuwe verzekering onderhandelen
- Indemniteitsbeginsel (Art. 7:960 jo. art. 7:944 BW)
De verzekerde zal niet in een financieel voordelige positie terecht komen na het verzekerde voorval
- Eigen schuld verzekerde (Art. 7:952 BW)
Als de schade te verwijten is aan roekeloos gedrag zal deze niet gedekt hoeven te worden door de verzekeraar
- Informatieasymmetrie (Art. 7:928 jo. art. 7:929 jo. art. 7:930 BW)
De verzekeraar zal voor het sluiten van een verzekering bepaalde informatievragen mogen stellen. Verkeerde of onwaarachtige opgave of verzwijging van omstandigheden van zodanige aard dat de verzekering anders niet was gesloten, zullen de verzekering vernietigbaar maken. Art. 7:928 BW heeft deze strenge sanctie uitgehold en stelt dat hij dingen moet vertellen die hij weet of hoort te weten, en voor de verzekeraar van belang zijn
- Bereddingsplicht (Art. 7:957 BW)
De verzekerde zal redelijke maatregelen moeten nemen om de schade te voorkomen
Fault- en no-fault-verzekeringen
Een wet die vrijwel universeel is, waarbij iedereen die op de weg zal rijden daarvoor een verzekering moet hebben
Bestaan van fault- en no-fault-verzekering:
No-fault-verzekering
Om de kosten van een autoverzekering te verlagen bestaat dit systeem van no-fault-verzekeringen. De transactiekosten worden verlaagd door de schade uit te keren zonder dat er na wordt gegaan wie er schuldig is voor de schade
Compensatie staat dus los van het gedrag van zowel de veroorzaker als het slachtoffer
Fault-verzekering
Een vergoedingssysteem waarbij alle schade wordt uitgekeerd aan het slachtoffer, door de verzekeraar van de veroorzaker, indien het bewezen wordt dat het slachtoffer is benadeeld op basis van een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Contributory negligence
Een systeem dat verzekerder niet compenseert indien zij deels verantwoordelijk waren voor het ongeval en de schade
Moet niet worden verwacht met comparative negligence waarbij slechts een deel van de schade zal worden vergoed
In de Nederlandse praktijk
In Nederland geldt het fault-systeem, waarbij een onrechtmatige daad moet worden bewezen
Bij verkeersongevallen tussen gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer geldt echter volgens art. 185 WVW dat de houder en bestuurder van het motorrijtuig aansprakelijk zijn, tenzij er duidelijk overmacht geldt
In dat geval geldt er op basis van art. 6:101 lid 1 BW een wederzijdse causaliteit, waarop eventueel een billijkheidscorrectie wordt toegepast. Bij een kind onder 14 jaar zal deze altijd uitkomen op 100% (van de schade). Boven 14 jaar zal deze vrijwel altijd uitkomen op 50% (van de schade)
Het Nederlandse stelsel van verkeersaansprakelijkheid kan worden beschouwd als een comparative negligence-regel wanneer het gaat om verkeersongevallen die op basis van OD worden afgewikkeld
Internaliseren rechtspraak: problemen en oplossingen
Een paar van de problemen:
- De hoge kosten van een procedure ontmoedigen benadeelden om deze te starten
- Gebrek aan informatie leidt ertoe dat velen vrezen de procedure niet te winnen
- Benadeelden wachten om te kijken of anderen het proces beginnen
Al deze voorbeelden leiden ertoe dat benadeelden rationeel apathisch blijven
De volgende instrumenten zullen worden besproken:
- Collectief procederen
- TPF
- RBV en CF
- Punitive damages
- ADR
Collectief procederen
Drie mogelijkheden:
- Verplichte collectieve actie
- Opt-in
Mensen worden opgeroepen mee te doen
- Opt-out
Mensen doen mee en kunnen kiezen niet mee te doen
Problemen
- Principaal-agentprobleem
Het kan dat de advocaat (agent) zijn eigen belangen nagaat in plaats van de belangen van de benadeelden (principaal)
- Frivole claims en blackmail settlements
Frivole claims zijn rechtzaken zonder kans van slagen, maar om druk uit te oefenen. Publieke druk zorgt ervoor dat bedrijven dan geforceerd worden in een schikking (blackmail settlement)
Third party funding
Een proces waarbij een procesfinanciering een overeenkomst sluit met de eiser dat hij de kosten voor het proces betaald in ruil voor een deel van de opbrengst
-
-
Punitive damages
Een wettelijke vergoeding die de verdachte, indien schuldig bevonden aan onrechtmatige daad, moet betalen bovenop de schadevergoeding
De benadeelde krijgt zo meer geld dan de opgelopen schade
ADR Alternative Dispute resolution
Een manier om geschillen buiten de rechter op te lossen. Over het algemeen zijn er drie buitenrechtelijke alternatieven:
- Mediation
Met een onafhankelijke mediator wordt er dan onderhandeld over de beste uitkomst
- Geschillencommissies
Met name bij consumentenrechtelijke geschillen. De commissie geeft vervolgens advies aan de partijen. Deze kunnen hier naar luisteren en schikken of naar de rechter stappen
- Arbitrage
Experts van een bepaalde branche doen een uitspraak. Vaak te zien in het bedrijfsleven. Het is wel vaak duur