Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Coördinatie en techniektraining - Coggle Diagram
Coördinatie en techniektraining
Definities
Goede techniek
: resultaat van goede ontwikkeling van coördinatie
Coördinatie
: het vermogen om een beweging van verschillende lichaamsdelen die bij een actie betrokken zijn op een efficiënte manier te controleren
Techniektraining
: het proces dat als doel heeft een sportvaardigheid aan te leren of te verbeteren
Motorisch leren:
het geheel van processen die door oefening en ervaring een permanente verandering in gedragsmogelijkheden doet ontstaan
Reactievermogen
: de eigenschap om na een signaal zo snel mogelijk een beweging in te zetten en uit te voeren
Koppelingsvermogen
: het vermogen om deelbewegingen en enkelvoudige bewegingen optimaal uit te voeren
Oriëntatievermogen
: bewustzijn van en het kunnen veranderen van lichaamshouding en bewegingen in ruimte en tijd ifv doelgerichte actie
Differentiatievermogen
: Staat in voor het uitvoeren van zeer precieze deelbewegingen ifv de totaalbeweging
Evenwichtsvermogen
: algemeen vermogen om evenwicht te bewaren
Wendbaarheid
: Vermogen om tijdens een sportieve activiteit de bewegingsuitvoering aan te passen aan waargenomen situatieveranderingen
Ritmegevoel
: de eigenschap om specifieke afwisseling van contractie en relaxatie van een beweging aan te voelen en om te zetten naar efficiënt bewegingspatroon
Algemene coördinatie
: vlot kunnen plannen, uitvoeren en controleren van vaardigheden
Specifieke coördinati
e: resultaat tussen algemene vaardigheden en oefenen van sportspecifieke vaardigheden
Aanleren, stabiliseren, optimaliseren
: hoofddoel van techniektraining is aanleren, stabiliseren en verfijnen van een specifieke bewegingsuitvoering
Leren van een motorische vaardigheid vanuit neurologisch perspectief:
verankering van nieuw bewegingspatroon in CZ tijdens leerproces
Feedback
: regelmatig info krijgen over de bewegings-uitvoering
Intrinsieke feedback
: Gevolg van bewegings-uitvoering op zich
Kinesthetische receptoren
: registreren prikkels in de spieren -> info over stand van een gewricht en kracht die erop komt
Tactiele receptoren in de huid
: geven info over de kenmerken van een voorwerp in contact met de huid
Evenwichtsorgaan
: geeft informatie over snelheid en snelheidsveranderingen bij rechtlijnige bewegingen en rotaties
Extrinsieke feedback
: komt van buiten het lichaam
Mentaal oefenen
: atleet maakt in zijn gedachten een voorstelling van zijn beweging
Extern zelfbeeld
: de atleet ziet zichzelf vanop een afstand een correcte techniek uitvoeren
Intern zelfbeeld:
de atleet kruipt als waarnemer in zijn eigen lichaam tijdens het uitvoeren van een techniek -> doeltreffender
Componenten van Coördinatie
Reactievermogen
Wordt belangrijker naarmate de inspanning korter is
Koppelingsvermogen
Elkaar afwisselen, elkaar opvolgen, tegelijkertijd uit te voeren (een van de belangrijkste en meest discipline overschrijdende component van coördinatie
Oriëntatievermogen
Inschatten van je eigen situatie tov andere teamgenoten en spelers
Visueel systeem en evenwichtsorgaan spelen een belangrijke rol
Differentiatievermogen
Doel
Optimaliseren en verbeteren van een vaardigheid
Bij veranderende omstandigheden de vaardigheden aanpassen
Evenwichtsvermogen
Statisch
Atleet bevindt zich op een klein of bewegend steunvlak
Dynamisch
Sporten waarin verplaatsing of motorische beweging uitgevoerd moet worden
Wendbaarheid
Voorspelbaar of onvoorspelbaar
Betekening van coördinatie
Algemene coördinatie
Specifieke coördinatie
Leren van een vaardigheid
Aanleren, stabiliseren, optimaliseren
Leren van een motorische vaardigheid vanuit neurologisch perspectief
Verschillende fases
Online leren: vooruitgang die gemaakt wordt tijdens een afgelijnde technische trainingssessie
Na training: consolidatie
Leren van een motorische vaardigheid vanuit neurologisch perspectief
Eerste 6u zijn cruciaal (geen gelijkaardige training inplannen)
Door HH van bewegingsuitvoering -> stabieler en steeds verbetering van uitvoering
Adaptatie
bewegingsuitvoering aanpassen in veranderde omstandigheden
Feedback
Intrinsieke feedback
Kinesthetische receptoren
Tactiele receptoren
Evenwichtsorgaan
Ogen
Gehoor
Extrinsieke feedback
Trainer
Video
Jury
Product en proces feedback
Feedback geven op eindresultaat of product
Sporter is meer gebaat bij procesfeedback -> info over bewegingsuitvoering zelf
Leermodel voor motorische vaardigheden
Bewegingsbeeld: info
Kinesthetisch kopie: aanvoelen
Etappes in het leren van vaardigheden
Fase 1: Bewegingsidee (ruwe vorm van uitvoering)
Doel
Globaal beeld krijgen van de vaardigheid
Ervaren hoe beweging uitgevoerd kan worden
Kenmerken
Cognitieve belasting
Hoge en ruwe foutenlast
Geen zelfstandige detectie en correctie
Wel grote vooruitgang
Rol coach cruciaal
Fase 2: Verfijnen van de bewegingsuitvoering
Doel: Aanvoelen van de beweging
Verfijning van bewegingsvorm en kinesthetische kopie
Gebruik van intrinsieke feedback
Fase 3: Automatisatie uitvoering van de vaardigheid
Doel: Verdere automatisatie en stabilisatie van een bewegingspatroon
Meer aandacht voor tactiek en mentale processen
Fase 4: Corrigeren van oude fouten
soms fouten aangeleerd
Moeilijk te corrigeren
Ontstaan van verwarring
Positieve intrinsieke feedback
Negatieve extrinsieke feedback
Specificiteit van oefeningen: transfer is de sleutel
Rol van rust en slaap in motorisch leerproces
Tijdens training
: Fast learning -> instabiel
Na training
: representatie vastgelegd in langetermijngeheugen -> stabilisatiefase
Beter frequentie korte blokken techniek inplannen
Oefenen + tijd =
stabiliteit
Oefenen + tijd en slaap =
Vooruitgang
Lichaam en geest: het effect van mentaal leren
Mentaal oefenen
Extern zelfbeeld
Intern zelfbeeld
Techniektraining in de praktijk
4 Categorieën
Vaardigheidstype 1: Gesloten bewegingsvaardigheden met een stabiele structuur
Aanleren en stabiliseren van coördinatieve structuren
Cyclisch bewegen: fietsen, lopen, zwemmen
Acyclisch bewegen: werpnummers atletiek
Vaardigheidstype 2: Combinatie van verschillende enkelvoudige gesloten vaardigheden die een vloeiend geheel vormen
Trainen van enkelvoudige bewegingen naar vloeiend geheel
Grondoefening turnen
Vaardigheidstype 3: Relatief open vaardigheden met variaties van externe factoren die onvoorspelbaar zijn
Optimaliseren van anticipatie- en waarnemingsvermogen
Skiën
Vaardigheidstype 4: Variaties en combinaties van beheerst open vaardigheden en efficiënt inspelen op verandererde omstandigheden
Aanleren van anticipatievermogen en schijnbewegingen
Voetbal
Stap 1: Aanbrengen van nieuwe vaardigheid
Precieze info geven voor het aanleren van bewegingen
Start met globale omschrijving: weinig details
Goede communicatie met vraag en antwoord
Stap 2: Verwerken van de sporttechnische vaardigheden
Van globaal naar details, door oefenen en bijsturing
Atleet bevestigen op fouten en aanmoedigen bij correcte bewegingen
Fouten verbeteren
Direct: uitleggen, demo van fout
Indirect: oefeningen aanpassen
Richtlijnen optimaal leerproces
Juiste oefeningen -> doelstelling
Juiste oefenmodaliteit
Veiligheid
Gebruik van middelen
Richtlijnen optimale coaching
Richtlijnen geven, positief bijsturen
Evenwicht tussen foutlast en progressiemarge
Eerst direct dan indirect corrigeren - gebruik visuele middelen
Juiste/belangrijkste fouten corrigeren – begin met 1
Stap 3: Optimaliseren van het leerproces
Werk met de Indirecte methode of verschillende oefenmethoden in variaties en uitwendige omstandigheden