Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
linda hochlin, seminar, image
Waarom geeft dit portret een rijke…
linda hochlin
two ways to answer the question:
"why have there been no great women artists?"
De vraag verdraait de aard van het probleem, maar levert tegelijkertijd op sluwe wijze een eigen antwoord: "Er zijn geen grote vrouwelijke kunstenaars geweest, omdat vrouwen niet in staat zijn tot grootsheid"
- De eerste reactie van de feministen is om het in te slikken en
- te proberen de vraag te beantwoorden zoals die gesteld wordt: dat wil zeggen
- Een andere poging om de vraag te beantwoorden, houdt in dat we
- het terrein enigszins verschuiven en beweren, zoals sommige hedendaagse feministen doen, dat:
- er een ander soort 'grootheid' is voor de kunst van vrouwen dan voor die van mannen.
Daarmee veronderstellen we:
- het bestaan van een onderscheidende en herkenbare fermninestijl,
die zowel:
- in zijn formele als in zijn expressieve kwaliteiten verschilt en gebaseerd is op het speciale karakter van de situatie en ervaring van vrouwen.
- Het suggereert op subtiele wijze dat vrouwen geen artistieke grootheid hebben bereikt omdat ze biologisch of intellectueel inferieur zijn,
- in plaats van de historische uitsluitingen te erkennen.
- In de kunstgeschiedenis wordt de ‘geniale’ kunstenaar – doorgaans een blanke man – vaak verheerlijkt als een individu dat geboren is met een buitengewoon talent.
Nochlin ontmantelt deze mythe door te laten zien dat
- toegang tot training, patronage en instellingen een veel grotere rol speelt in artistiek succes dan aangeboren talent.
- Vrouwen hadden van oudsher
- geen toegang tot formeel artistiek onderwijs, waaronder lessen in modeltekenen (essentieel voor het onder de knie krijgen van anatomie en historieschilderkunst).
- Veel kunstacademies lieten pas in de late 19e of vroege 20e eeuw vrouwen toe, waardoor hun kansen ernstig werden beperkt.
4, Van vrouwen werd verwacht dat
- ze het huiselijk leven belangrijker vonden dan hun professionele ambities, waardoor een fulltime carrière als kunstenaar werd ontmoedigd.
Zelfs getalenteerde vrouwen werden vaak gedegradeerd tot ‘kleinere’ genres als stillevens of portretten,
- Het probleem van erkenning
- Vrouwelijke kunstenaars die succes hadden (bijvoorbeeld Artemisia Gentileschi, Rosa Bonheur, Berthe Morisot) waren vaak dochters van kunstenaars of hadden mannelijke mentoren
- Zelfs toen vrouwen erkenning kregen, werd hun werk vaak afgedaan als een 'vrouwelijke' variant in plaats van dat het op zichzelf werd gewaardeerd.
Nochlin pleit voor een verschuiving van de zoektocht naar 'verborgen' grote vrouwelijke kunstenaars naar het bevragen van de manier waarop de kunstwereld grootheid zelf definieert.
Hochlin argues
dat de geschiedenis geen 'uiterst grote' vrouwelijke kunstenaars heeft voortgebracht, en dat dit ontbreken:
- niet zomaar kan worden verklaard door historische vooringenomenheid of mannelijk-chauvinistische vertekening.
Het gebrek aan grote vrouwelijke kunstenaars is:
- een feit en niet iets dat kan worden veranderd door herinterpretatie of herziening van de geschiedenis.
-
Het probleem ligt niet zozeer
- bij het concept van vrouwelijkheid dat sommige feministen hebben,
maar eerder bij
- hun misvatting – die gedeeld wordt met het grote publiek – over wat kunst is.
met het naïeve idee dat kunst:
- een directe, persoonlijke uitdrukking is van een individuele emotionele ervaring,
- een vertaling van het persoonlijke leven in visuele termen
conclusies
midden conclusie;
de vraag "Waarom zijn er geen grote vrouwelijke kunstenaars geweest?" heeft ons tot nu toe tot de
conclusie geleid dat:
- kunst geen vrije, autonome activiteit is van een superbegaafd individu, "beïnvloed" door eerdere kunstenaars, en vager en oppervlakkiger, door "sociale krachten"
maar eerder:
- dat de totale situatie van het maken van kunst, zowel in termen van:
- de ontwikkeling van de kunstenaar
- als in de aard en kwaliteit van het kunstwerk zelf, zich voordoen in een sociale situatie, integrale elementen
zijn van deze sociale structuur, en worden:
- **gemedieerd en bepaald door specifieke en
definieerbare sociale instellingen**
of het nu kunstacademies, systemen van patronage,
mythologieën van de goddelijke schepper, kunstenaar als man of sociale outcast zijn.
wat bedoelt nochlin met great artists? en waarom zijn dat volgens de maatschappij meestal geen vrouwen?
- het gaat veel over structuren en macht. Het gaat meestal over een man; door een talent kan de man alle regels breken, terwijl vrouwen dat niet kunnen
als vrouwen niet met naaktmodellen kunnen werken, loopt hun anatomische kennis achteruit; deze thema's waren juist erg populair
- vrouwen worden zo gedwongen om in een stijl te werken zoals genrekunst, die juist minder populair waren
in ieder geval mag de loutere keuze van een bepaald onderwerp, of de beperking tot bepaalde onderwerpen:
- niet gelijkgesteld worden met stijl, laat staan met een soort typisch vrouwelijke stijl
De vraag naar de gelijkheid van vrouwen - in de kunst net als op elk ander gebied - hangt dus niet af
- van de relatieve welwillendheid of kwade wil van individuele mannen, noch van het zelfvertrouwen of de verachtelijkheid van individuele vrouwen,
maar meer
- van de aard van onze institutionele structuren zelf en de kijk op de werkelijkheid die ze opleggen aan de mensen die er deel van uitmaken.
Maar deze aannames zijn:
- intrinsiek aan veel kunsthistorische geschriften.
Het is geen toeval dat:
- de cruciale vraag naar de algemene productievoorwaarden voor grote kunst
- zo zelden is onderzocht,
of dat pogingen om dergelijke algemene problemen te onderzoeken, tot vrij recent , zijn afgedaan als:
- te breed
- of het domein van een andere discipline.
deze semi-religieuze opvatting van de rol van de kunstenaar wordt in de 19e eeuw verheven tot:
- hagiografie
toen
- kunsthistorici
- critici
- sommige kunstenaars zelf de neiging hadden om het maken van kunst te verheffen tot een vervangende religie
het laatste bolwerk van hogere waarden in een materialistische wereld.
-
wat Betty Friedan het "frilly blouse syndrome" noemde, die onschuldige versie van het vrouwelijke. protest dat zelfs vandaag de dag succesvolle vrouwelijke psychiaters of professoren dwingt om een ultra vrouwelijk kledingstuk aan te trekken of erop aan te dringen hun bekwaamheid als taartenbakkers te bewijzen.'
seminar
Artemisia Gentileschi
- leerling van haar vader maar had meer talent dan haar broers
- maakte een switch naar vrouwelijke figuren schilderen
vernieuwend
- de vrouw is niet het slachtoffer maar staan nu in de hoofdrol
- stijl kwam overeen met Caravaggio, met in de werken van Gentileschi heeft de vrouw een krachtige rol
Suzanna en de ouderlingen
De standaard manier van beelden van het bijbelse verhaal was:
- dat Suzanna een passieve houding heeft, ze laat het zich maar gewoon overkomen
Gentileschi neemt hier een andere wending in
- ze laat Suzanna een actieve houding aannemen
Artemisia gebruikte zichzelf vaak als model:
- modellen zijn te duur en niet knap genoeg
- ze laat zichzelf zien en verspreidt haar identiteit
Lavinia Fontana
- schilder carrière ging ten onder door haar huwelijk
belangrijk:
- een van de eerste kunstenaressen die het vrouwelijk naakt afbeelden == daardoor was ze erg gewild in de elite
het verzamelen van kunst was een elitaire bezigheid in kleine kamers werd kunst tentoongesteld;
Fontana toont zichzelf als een intellectueel
Carla Peetersgenre
- stilleven en zelfportretten in stillevens
wat was het belang van deze kunstenaar en de ontwikkeling van de vroegmoderne kunst?
- ze droeg bij aan het populaire genre stillevens en schilderde zichzelf in een stilleven
- een van de eerste kunstenaars die begon met stillevens schilderen van wijn, fruit, groenten en vissen op een oppervlak
- ze schilderde zichzelf in de weerspiegeling
Maria Sybilla Merian
- Richtte zich vooral op studies van planten en insecten
- ze heeft een reis gemaakt naar Zuid-Amerika en maakte daar tekeningen van dieren die eigenlijk nog helemaal niet bekend waren
- ligt op de grens van de wetenschap
Waarom geeft dit portret een rijke weergave
- de kleur; ultramarijn
- de sierraden
- obejct wat ze in haar handen heeft:een dure waaier
- ze laat zien dat ze de dynasite voortzet: het is niet alleen een portret als individu
- dit is een statieportret
- ze kijkt de toeschouwer recht aan wat ongebruikelijk was voor die tijd