Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
ontwikkeling van de peuter (deel 2) - Coggle Diagram
ontwikkeling van de peuter (deel 2)
cognitieve ontw.
taalontw.
holofrasen: 1 woord = zin --> intonatie
objectpermanentie: 'weg'
woorden: belangrijke mensen, alles wat beweegt, bekende handelingen (meer), gevolgen of resultaten van bekende handelingen (vuil)
onderextensie: te eng (bv. favoriete bal)
overextensie: te breed (bv. alles = trui)
syntaxis
= vermogen om woorden tot zinnen te combineren
3 jaar
: meervoud vormen, bezitsvorm afleiden, lidwoorden toevoegen
grammatica: regels
egocentrisch/innerlijke taal (tegen zichzelf praten)
pragmatiek --> communicatie is gepast en doelgericht
cognitieve ontw.
taalontw.
individuele verschillen
omgeving
:
rijke taal
: variatie, structuuraanduiders
arme taal
: woorden, korte zinnen, inhoudswoorden
andere factoren
-
persoonlijkheid
: verlegen --> woorden gebruiken na volledig begrip
geslacht
: meisjes groter woordenschatsgroei
taalachterstand
: gepast zorg voor logopedist inschakelen
ondersteunen van vroege taalontw.
niet verbeteren, maar juist herhalen
antwoorden in juiste taal
samen prenten/boekjes bekijken
meertaligheid
misverstand 1:
een andere taal heeft een negatief effect op het Nederlands
uitleg: beide talen kunnen elkaar versterken. het is ook belangrijk dat de ouders de taal goed beheersen
misverstand 2:
Het is moeilijk om tegelijk 2 talen te leren
uitleg: jonge kinderen zijn gericht om taal te leren en hebben er talent voor
misverstand 3:
Een kind dat niks zegt, loopt achter in taalontwikkeling
uitleg: misschien komt het door onzekerheid en niet aan de taalontw. Eerst is er focus op het luisteren en begrijpen v/d taal (
passieve taal
)
misverstand 4:
Bij problemen kun je beter stoppen met meertaligheid
uitleg: Je ontneemt het kind hun veilige thuisbasis. Zo kan hun thuistaal ook goed ontwikkelen
zie extra word document voor de voor- en nadelen
cognitieve ontw.
persoonlijkheid
geen juist zelfbeeld:
niet vergelijken met anderen
steeds realistischer
cultuur
theory of mind
= begrijpen wat anderen denken en voelen
geslacht <--> gender:
genderverschil in spel
stereotiepe verwachtingen --> genderschema's gebaseerd op wat kinderen zien
jongens spelen met jongens, meisjes met meisjes
(zie schema theory gender in boek)
socio-emotionele ontw. v/d peuter en baby
sociale ontw.
Erikson:
autonomie vs schaamte
willen groeien in autonomie en zelfstandigheid
overdreven beschermen --> schamen in zijn kunnen
aan zijn lot overlaten --> twijfelen
rond 3 jaar: vriendschappen
= samen dingen doen
sociale vaardigheden
:
leren dit door te kijken wat anderen doen
=
abstract modeling
kijken naar wat anderen doen
emotionele ontw.
kenmerken
:
beperkte mate van
empathie
--> om negatieve emoties te vermijden --> stress
koppigheidsfase of peuterpuberteit
= eigen wil tonen door 'neen' te zeggen, grenzen af te tasten of alles zelf te willen doen
zelfbewuste emoties
:
schaamte, schuld, trots, jaloezie en verlegenheid
wordt ervaart bij zelfreflectie en zelfbeoordeling
geen unieke en herkenbare gezichtsuitdrukking
observeren --> kijken naar de lichaamshouding in combinatie met gezichtsuitdrukkingen
komt voor rond
1,5 jaar
groeiend zelfbewustzijn --> nood aan hulp
schuld <--> schaamte
:
schuld
:
je schiet te kort in iets
ka je herstellen (bv. excuses aanbieden)
Er is een uitweg --> je kan er iets aan doen
schaamte
:
persoonlijke evaluatie van jezelf in totaliteit
erger
je wil weglopen wan situatie
zelfbewuste emoties
:
vooral bij prestaties en morele gedragingen
cultuur:
verschil in situaties waarin ouders deze emoties aanmoedigen
emotioneel zelfregulatie
:
= omgaan en beheersen van eigen emoties
emoties tot een comfortabel niveau brengen --> doelen bereiken
1 jaar
: emoties beter reguleren
bij stress: kunnen zichzelf troosten, zoeken een vertrouwenspersoon op
ontwikkeling van het zelfbeeld
:
factor 1:
zelfbewustzijn
= beseft dat hij bestaat
niet aangeboren
ontwikkelt op basis van ervaringen
e
erste periode na de geboorte
: nog niet door dat zijn lichaamsdelen van hem zijn
eerste besef van eigen 'ik'--> lichamelijke gewaarwording
later verbanden leggen tussen bepaalde gebeurtenissen
getest --> kind herkent zichzelf in foto's
eerste zelfbewustzijn, dan zelfbewuste emoties, daarna empathie
factor 2:
zelfcontrole
1 jaar
weerstand bieden tegen impulsen tot sociaal niet-aanvaardbaar gedrag
gehoorzaamheid toenemen bij warme en sensitieve zorg
belangrijke factoren:
besef van bewust handelen
besef van normen en regels te kunnen overtreden
regels onthouden
factor 3:
zelfcategorisatie
zichzelf vergelijken met anderen
tussen 18 en 30 maanden: zichzelf en anderen categoriseren
link met de taalontw.
:
1,5 - 2 jaar: woordenschat gebruiken om over emoties en gevoelens te praten
taal --> zichzelf beter troosten
link sociale en emotionele ontw.
sociale bevestiging
:
het kind baseert zich op de emotionele reactie van een vertrouwenspersoon om de situatie te kunnen duiden