Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
article's pt 1, articles pt 2 - Coggle Diagram
article's pt 1
McClendon, ‘The Legacy of Late Antiquity’
Het einde van de vroege christelijke Romeinse architectuur, ca. 565:
Door een pestepidemie en door de herveroveringen van de oude Romeinse gebieden door keizer Justinianus waren er geen publieke of private geldmiddelen meer om de grote, luxueuze stijl door te zette
- De stijl werd echter niet zomaar vergeten; iedere stad of dorp had tenminste één kerk in deze stijl en deze werden nog eeuwenlang gebruikt
Het Lateraan en de kerk van St. Pieter:
- maakten gebruik van spolia
spolia = architecturale elementen van oudere gebouwen, waarschijnlijk zowel om het bouwproces te versnellen als vanwege een blijvende bewondering van oude stijlen en voorwerpen
McClendon
Zowel de Lateraan als de Sint-Pieter maakten uitgebreid gebruik van spoila, dat wil zeggen
- architecturale elementen die van oudere gebouwen waren overgenomen
zoals:
- zuilen
- kapitelen
- secties van architraven van verschillende groottes, stijlen en zelfs kleuren.
-
introducite van een nieuw element: het transept
het transept = is het gedeelte in een kerk dat gevormd wordt door de twee dwarsbeuken en het deel daartussen
Andere basilica uit deze periode hadden andere kenmerken:
- geen transept
- werd omhoog gehouden door metselwerk en niet kolommen
Late architectuur in de regeringsperiode van Constantijn
- Centraal geplande kerken kwamen pas later in Constanijs tijd op
- in Bethlehem en Jeruzalem werd gebruikgemaakt van traditionele vormen in keizerlijke architectuur niet de basilica
Hij maakte Constantinopel een antieke hoofdstad:
deze moest een:
- paleis, fonteinen, ee nesenaat huis etc hebben
om dit te realiseren werden:
- heidense tempels gestript van hun kunst en architecturale hoogtepunten
De hagia Sophia werd een basilica
- Dit vormde een belangrijk stadia in de ontwikkeling van de centraal geplande kerk, aangezien de relieken van de kerk in de hal werden geplaatst.
Milaaanse architectuur
- hield een tijd lang het basilica-model aan
- Milaan diende als een schakelpunt voor architectuur tussen het Oostelijke mediterrane gebied en West-Europa
Kruisvormige kerken
- een extreem populaire stijl in Noord Italië en Alpenregio van de 5e 10e eeuw
- zowel de vorm waarin alle onderdelen van het kruis even lang waren als de vorm waarin één arm lang was waren populair
De Achthoekige doopkapel
- een vorm die al ouder was dan basilica kerken
- werd populair in Milaan en verspreiide zich vanuit daar naar het West-Mediterane gebied in de vroeg christelijke periode
- er waren veel variaties en aanpassingen aan het orginele ontwerp
Architectuur in Ravenna
- is een goed voorbeeld van de verschiedenheid en verfijnheid van vroege christelijke architectuur
Sterke Milanese invloed:
- gebruik van achthoekige vormen in offiiciele gebouwen
- gebruik van hetzelfde symbolisme van dood en wedergeboorte
- blinde zuilengangen aan de buitenkant
- gebruik van dikke bakstenen
Na de val van Justinian's keizerrijk scheidden de twee kerktypes zich:
- de basiliek met zijbeuken werd de standaardvorm voor kerken in het westen
- vanwege de associatie met Rome
- De centraal geplande gekoepelde kerk werd de standaardvorm in het Byzantijnse oosten
- gebaseerd op het voorbeeld van Constantinopel
Er zijn twee basistypes van architectuur uit de oudheid die door de christenen worden gebruikt voor hun kerken:
- De Basilica: longitudinale kerkgebouw
.2. Keizerlijke mausolea; centraalbouwen
MClendon
McClendon, ‘The Origins of Medieval Architecture. Building in Europe, 600-900
Basilicae ad corpus: kerken waarin relikwieën van heiligen werden bewaard
- Deze hadden twee vormen, op basis van waar het graf van de heilige zich bevond
- Onder de kerk: in een catacombe
- In de kerk: in een ‘necropolis’
- een basilica met een galerij was hier de beste vorm voor.
-
De basiliek met zijbeuken, deels vanwege de associatie met Rome,
- werd het standaardplan voor alle kerken in het Westen gedurende de Middeleeuwen, met een paar uitzonderingen.
In het Byzantijnse Oosten werd daarentegen de * centraal geplande, koepelkerk de norm.
De basilica was een meerschepig gebouw, vaak met:
- een hogere middenpartij.
- De hogere middenpartij was voorzien van grote vensters, de zogenaamde lichtbeuk.
Een basilica diende voornamelijk als:
- markthal en beursgebouw,
- in de keizertijd ook als rechtszaal.
Een basilica was
- een grote rechthoekige hal
- Doorgaans was het een drieschepig gebouw, waarbij het middenschip, dat door zuilen van de zijbeuken was gescheiden, hoger was
-
maar de verspreiding van de ringcrypte werd ook door andere factoren aangemoedigd. Ten eerste nam het concept van de basilica ad corpus af in belang toen het Romeinse verbod op de overdracht van lichamelijke relikwieën geleidelijk werd versoepeld.
Eco naam van de roos
Kenmerken van de kerk die wordt beschreven
- Lijkt op een robuuste abdijkerk
- is niet majestueus en groot maar laag en breed
- Ronde bogen bovenop zuilen
- Interieur beschilderd met zowel kerkelijke scènes als afbeeldingen van dieren en planten
- gebruik van geometrische patronen en symmetrie
- de gezichten zijn geëmotioneerd en expressief
- de figuren afgebeeld alsof ze in beweging zijn
- de verhoudingen van lichamen kloppen niet
- ook duivelse wezens worden afgebeeld, en maken een angstaanjagende indruk
Timpaan: Jezus en zijn apostelen, terwijl er lichtstralen uit Jezus' handen komen om pinsksteren voor te stellen
de timpaan heeft ronde bogen en is niet heel lang
TImpaan=
In de middeleeuwse bouwkunst is het timpaan (ook boogtrommel genoemd)
- de ronde (romaans) of spitsbogige (gotiek) vulling tussen de bovendorpel en de boog,
Stalley, Architecture and Monasticism
Monniken en monastieke orders hadden/:
- een dominante rol in religieuze activiteit in de middeleeuwen - er waren er heel veel, ieder met een eigen, distinctieve levenswijze.
articles pt 2
De Hamel, 'books for missionaries'
Het belang van boeken voor de missies van missionarissen in de eerste fase van het Christendom was enorm groot.
- christendom was een godsdienst van het boek
- antieke literatuur werd door de missies verspreid
- het is mogelijk dat in sommige delen van Europa in de 7e en 8e eeuw boekwinkels bestonden voor deze functie
-
Unciaalschrift: het schrifttype dat algemeen in Europa werd gebruikt
- een laat klassiek handschrift geassocieerd met Rome
- Het bestaat uit hoofdletters met sierlijke gebogen lijen
Geletterdheid en geloof in een geschreven openbaring waren fundamenteel voor zowel
- Ierse als Romeinse christenen, en dus bezaten zij boeken
Hun tradities waren wel anders:
1. Ierse: geen unciaalschrift, maar in Iers majuskel en minuskel, en leidde tot nogal slordige boeken - die soms waren versierd met Ierse geometrische patronen.
De manieren waarop een Anglo-Saksische gemeenschap op het contintent boeken kon verkrijgen:
- vanuit de eigendommen van de stichter
- meegenomen door een missionaris
- zelf geschreven / gekopieerd
- manuscripten uit Engeland laten sturen
Het Romeinse unciaalschrift werd vervangen door:
- insulair schrift,
- dat was ontstaan in de Britse eilanden.
- ontstaan uit de 9e-eeuwse keltische invloeden
- de prikpunten die werden bedoeld om het vellum te liniëren werden aangebracht zowel de buitenste als binnenste rand
Boeken waren belangrijk genoeg om op zichzelf als relieken te dienen:
- zij werden tentoongesteld in schrijnen
- ze werden geassocieerd met wonderen
- de mensen die eraan hadden gewerkt, konden ook wonderen verrichten
Gospelboeken waren het belangrijkst voor, en werden het meest gebruikt door , missionarissen:
- Deze waren het meest beroemd
- Ze werden ook het meeste versierd - wat bij andere teksten bijna niet gebeurde
Aantal verklaringen:
- om de tekst in herkenbare stukken op te breken
- omdat de tekst het Het woord van God bevatte dat geëerd moest worden
- het symbool van het kruis diende als Talisman
- de versieringen maakten indruk op heidenen en gelovigen
-