Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
DE STRUCTUURGERICHTE STROMING - MUNICHIN
lk gezin heft een bepaald…
DE STRUCTUURGERICHTE STROMING - MUNICHIN
lk gezin heft een bepaald repertoire aan structuren. Elk gezin heeft de neiging vast te houden aan bepaalde voorkeurinteractiepatronen. Deze creëren voorspelbaarheid en basiszekerheid (wie zorgt voor wat in het gezin)
De structurele hulpverlener bekijkt de structuur, de interactiepatronen, de ontwikkeling en de aanpassing (adv 5 assen)
-
ASSEN VAN MUNICHIN (5)
AS 1: Grenzen van een systeem
Mensen behoren tot verschillende systemen en subsystemen en kennen de regels omtrent deelnemen aan transacties, wat kan/niet kan
Rondom die (sub)syste(e)m(en) zijn er GRENZEN!
LOS ZAND GEZIN
Naar buiten toe zeer open grens; onder elkaar zeer strakke grenzen.
Onder elkaar weinig betrokkenheid, accent op zelfstandig gedrag.
-> Komt chaotisch over, iedereen is met buitenhuis vanalles bezig los van elkaar.
= Grote zelfstandigheid, sterke autonomie en sterke onafhankelijkheid!
-> Voedingsbodem voor 'acting-out' gedrag in vorm van zelfmoordpogingen, criminaliteit en verslavingsproblematiek door gebrek aan geborgenheid en affectieve banden.
-
KLUWEN GEZIN
Naar buiten toe een zeer gesloten grens! Onder elkaar weinig tot geen grenzen met grote onderlinge afhankelijkheid! 'Buitenwereld is slecht "wij" zijn goed'.
-> Geen autonomie of zelfstandigheid, geen privacy tussen leden; wel grote loyaliteit.
-> Voedingsbodem voor psychosomatische klachten, omwille van een sterke afhankelijkheid van elkaar, seksueel misbruik.
KLUWEN/LOS ZAND: Kunnen tegelijkertijd voordoen binnen een gezin (Vader sterk betrokken bij zoon (Kluwen) en staat veraf van dochter (loszand)
Kunnen elkaar ook afwisselen in periode (in crisissituaties) of tijd (met kinderen eerder kluwen en naarmate opgroeien verder los zand)
Lokalisatie van grenzen:
- Associaties: twee of meer heel intens met elkaar betrokken leden
- Coalities: twee of meer met elkaar betrokken leden tegenover een derde
Lokalisatie van de grenzen is vaak wisselend; kan zelfs variëren naargelang het onderwerp.
AS 2: FLEXIBILITEIT TOV RIGIDITEIT
Een gezin maakt constant verandering mee en kan hier anders mee omgaan.
Deze as betreft het aanpassingsvermogen van het gezin
HOMEOSTASE
Het gekende evenwicht handhaven, bij verstoringen van het systeem deze verstoringen proberen wegwerken.
Zorgt voor stabiliteit, voorspelbaarheid, zekerheid en structuur.
-> Overwicht aan Homeostase (morfostase) = rigide gezinnen. (Gezinnen die in therapie gaan blijven vaak in vroegere homeostase hangen).
-
MORFOGENESE
Gaat verandering promoten.
Het systeem zal zich aan de gewijzigde situatie aanpassen.
Verstoringen lijden tot een nieuw evenwicht.
Zorgt voor ontwikkelingsmogelijkheden, betere aanpassing aan de omgeving.
-> Overwicht morfogenetische tendens = flexibel gezin (maar bij teveel aan morfogenese mss onvoldoende structuur)
Vaak bij evenwichtsverstorende gebeurtenissen gaat en gezin in morfogenese en bereiken ze nadien homeostase
AS 3: LEIDINGEVENDE FUNCTIE: Hiërarchie
Minuchin stelt dat een gezonde gezinsstructuur een duidelijke hiërarchie heeft
- Wie beslist wat?/Verdeling van gezag
- Naarmate het kind ouder wordt verminderd de ouderlijke controle en groeit de autonomie van het kind.
- Er bestaan hier verschillende gezinsvormen met elk uitdagingen (tweepersoonsgezin (symbiose), driegeneratiegezin, gezin met adjudant, accordeongezin, fluctuerend gezin, ...)
AS 4: Conflict-oplossend vermogen
Deze as richt zich op hoe het gezin omgaat met interne spanningen en conflicten.
Idealiter: problemen oplossen binnen het subsysteem (kind-subsysteem of ouder-subsysteem).
VAAK: Kind als bliksemafleider = voorbeeld van een conflictoplossing op de verkeerde plaats!
-> Conflict zit tussen ouders, dus moet daar aangepakt worden.
-> Kind wordt gedwongen te kiezen en moet een coalitie aangaan (met vader of moeder)
-
ROL VAN DE MAATSCHAPPELIJK WERKER
- Hulpverlener is deel van het systeem
- Is directief, stelt zich actief op
-> Veel aandacht om vlug in positief en goed contact komen, vertrouwensrelatie opbouwen, joinen!
- Durft leiding nemen
- Aandacht voor sterktes!
HET GENOGRAM
- Belangrijk om alle betrokken van een bep systeem in kaart te brengen (met bijbehorende subsystemen, hiërarchie en aard van communicatie tss leden van het systeem).
- Helpt hypothesen te formuleren met zicht op sterktes van het systeem
- Problemen kunnen ontstaan als de voorkeurinteractiepatronen te rigide zijn, of net als er geen structuur is.
- De structuur is niet de realiteit, maar een verklaringsmodel; werkmodel.
-> dient om interacties binnen het gezin te begrijpen
- Verklaringen van het gezin en de leden zijn heel belangrijk! Hun visie op het probleem speelt een belangrijke rol bij mogelijke oplossingen