Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
VERSLAVINGSKWETSBAARHEID - Coggle Diagram
VERSLAVINGSKWETSBAARHEID
HOE WERKT VERSLAVING
Verslaving =
chronische hersenaandoening
Hersenen maken
dopamine
aan
Alcohol/ drugs stimuleert
beloningssysteem
en zorgen ook voor aanmaak dopamine
Lichaam gaat dit zelf minder aanmaken
Je wordt
afhankelijk
van alcohol, drugs, ... voor die dopamine
Steeds meer nodig voor
hetzelfde effect
en gebruik wordt een
gewoonte
waardoor je
grip verliest
op je gebruik.
Last van
ontwenningsverschijnselen
als je wil stoppen of minderen en je voelt een
sterke drang
om te gebruiken
PROBLEMATISCH GEBRUIK
VS. VERSLAVING
Problematisch gebruik
:
Negatieve gevolgen (thuis, school, werk, ...)
Verslavend gebruik wort gesteld op ongepaste of gevaarlijke momenten (bv: tijdens het autorijden)
Nog geen dwangmatig gebruik
Verslaving
:
Niet meer kunnen functioneren zonder
Kenmerken: controleverlies, automatisatie, tolerantie, onthoudingsverschijnselen en craving
FACTOREN DIE VERSLAVING
BEÏNVLOEDEN
Mens
: genetische aanleg, psychische stoornissen, trauma, ...
Middel
: verslavingsgraad, gebruikspatroon, ...
Milieu
: sociale omgeving, opvoeding, stressfactoren, ...
RISICOFACTOREN
Verslavingskwetsbaarheid in de familie
Genetische aanleg
Psychologische factoren, omgeving en trauma
Gebrek aan sociale connectie
VERANDERTAAL
Noodzaak
: druk of urgentie -
"Ik moet echt iets veranderen, anders raak ik mijn baan kwijt."
Vastbeslotenheid
: uitspreken om daadwerkelijk te veranderen -
"Ik heb beslist om vanaf volgende maand te minderen."
Vermogen
: mogelijkheden zien -
"Ik denk dat ik het misschien wel zou kunnen met hulp."
Stappen zetten
: concrete gedragsverandering - *"Ik heb al contact opgenomen met een hulpverlener."
Redenen
: motieven vinden -
"Mijn kinderen hebben er last van als ik drink."
Verlangen
: willen -
"Ik zou wel willen stoppen met drinken."
BERSCHERMENDE
FACTOREN
Aanwezigheid en ondersteuning ouderlijk toezicht en vrienden
Aanwezigheid breed sociaal netwerk en steun
Veilige gehechtheid
Veel zelfvertrouwen
Goede coping-vaardigheden
Grote zelfredzaamheid
Goede ontwikkeling cognitieve en sociale vaardigheden
STADIA VAN
VERANDERING
3) Preparatie
:
persoon is bereid om tot actie over te gaan en te veranderen
4) Actie
:
de eerste stappen naar verandering worden gezet
2) Beschouwing/ contemplatie
:
er is enig besef van het probleem en ambivalentie maar nog geen actie
5) Handhaving/ stabilisatie
:
nieuwe levensstijl volhouden en terugval voorkomen
1) Voorbeschouwing/ precontemplatie
:
persoon ziet zelf nog geen probleem
DOORVERWIJZING
Huisarts
Drughulp eerstelijn
Online hulp (chat, e-mail)
MSOC
Zelfhulpgroepen (zoals AA)