Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
H3: actie en actiecontrole - Coggle Diagram
H3: actie en actiecontrole
Interne regulatie
parasympatisch zenuwstelsel
preganglionische zenuwen van ruggenmerg tot parasympatische ganglia
aangestuurd door craniale zenuw c
aangestuurd door sacrale zenuwen
Hormonen - traag
neurotransmitters - snel
reflexen
Kniepeesreflex
aanspanning kniepees genereert een rekking van bovendijspier
trekking genereert sensorische zenuwimpuls die het ruggenmerg automatisch de motorneuronen activeert due de bovenspier doen samentrekken
Reflexboog altijd
sensorisch
interneuron
motorisch
extinctie
= herhaaldelijk aanbieden van geconditioneerde stimulus zonder ongeconditioneerde stimulus
terugval extinctie
= er vond opnieuw conditionering plaats , heracquisitie CS , respons zal veel sneller optreden
Thorndike : law of effect
reinforcment : selectief bekrachtigen van gewenst gedrag en weglaten hiervan bij ongewenst gedrag
shaping : criteria voor beloning steeds dpecifieker gedrag - training huisdieren
habituatie : afnemen reflexmatige respons
Sensitisatie
= toename van reflexmatige respons , doordat een sterke stimulus na verloop van tijd steeds sterker wordt
Sokolow
= habituatie niet gevolg van vermoeid raken organisme maar omdat iedere verandering in een repetitieve reeks stimulusaanbiedingen resulteert in dishabituatie
Het motorsysteem
Effectorsystemen
= spieren & spiergroepen die we gebruiken om de beweging uit te voeren
Zenuwbanen: planning van beweging op hiërarchische wijze
globale beweging wordt gepland door de cortex
details van het actieplan worden uitgewerkt door groot aantal subcorticale gebieden
via motorische zenuwbanen, spieren die beweging moeten uitvoeren
2 motorische zenuwbanen die spieren met brein verbinden
laterale pad (cellichamen in primaire motorische cortex)
mediale pad
EMG:
spier samentrekking kan gemeten worden
twee neurale systemen
plannen actie, voorbereiden in frontale corticale gebieden
uitvoeren actie in subcorticale gbieden (basala ganglia, cerrebellum)
Planning van beweging gebieden
primaire motorcortex
premotorcortex
supplementaire motorcortex
grontal eye fields
inferieure frontale cortex
anterieure cingulate cortex
pariëtale cortex
uitvoering actie subcorticale gebieden
cerebellum : timing en planning
basale ganglia : problemen met initiëren van bewegingen
Tms
korte geconcentreerde magnetische puls , functioneren van deel van cortex beïnvloeden
causale verbanden leggen
overmatige plasticiteit
focale handdystonie (handkramp)
Motorequivalentie
= hetzeflde doel op verschillende manieren bereiken
vb schrijven , met pen hand mond of tenen
motorische controle
Ideomotortheorie - Herbart
= acties gedefinieerd worden door het waarneembare effect ervan, voorstellen van een actie resulteert in uivoering van actie
wiliam james, gedachte aan consequenties, al voldoende om actie zelf te initieren
greenwalds ideomotortheorie
1.stimulus
respons
effect, sensorische feedback
object waarnemen, alle mogelijke motorische handelingen worden automatisch in brein geactiveerd
Theorie of event coding
= idee dat interne mentale representaties gedeeld worden door perceptuele en motorische processen
bindingsprobleem : hoe worden deze direct aan elkaar gelinkt
object file: verbinden semantische kennis
event file : meer alg versie van object file, perceptuele en motorische eigenschappen
Simon taak
twee specifieke dimensies zoals kleur en locatie
gevraagd om maar op 1 te reageren (vb kleur of en letters)
Breidheidspotentiaal : langzame opbouw motorische activiteit = langzame opbouw van een negatieve elektrische potentiaal
Kornhuber & Deeke
op knop duwen zodra je drang voor voelt (spontaan)
readyness potential = negatieve elektrische potentiaal spanning
= motorcortex al ver voor indrukken knop actief , activatie hierbij ook in pariëtale cortex, thalamus en cerebelum
Glover planning- controlemodel
planningssysteem : preparatie
controlesysteem : uitvoering
acties reguleren
voorwaartse modellen
inverse modellen
maar zelf gegenereerde activatie niet genoeg om model aan te passen
Wet van fits
= tijd die nodig is om snel een beweging uit te voeren naar een doellocatie , kan worden bescreven als functie van ratio tuss afstand tot de locatie en de doorsnee van het doel
Optimale feedback controle
motorische gedrag
mechanica van ledematen
neurale controlemechanismen
Optimale feedbaccontrole mechansime (harris & wolpert)
doel: nauwkeurige bewegingen door combo van voorspellignen en feedback
werking: primaire motorcortex corrigeert bewegingen bij verstoringen
voorwaartse kopie (voorspelling + sensorische feedback (snelle aanpassingen)
zorgt voor snelle en preciese bewegingen
Verschil tussen voorwaartse modellen & generatieve modellen
Voorwaartse modellen voorspellen enkel de gevolgen van een beweging.
Generatieve modellen (predictieve coding) gaan verder: ze voorspellen én verwerken predictiefouten (verschillen tussen verwachting en realiteit).
Hoe werkt predictieve coding
top-down voorspellingen → De visuele cortex stuurt verwachtingen naar lagere hersengebieden.
Neerwaartse signalen → Motorische commando’s zijn eigenlijk voorspellingen van wat het lichaam zal doen.
Feedback & correctie → Als de werkelijkheid niet klopt met de verwachting (predictiefout), wordt dit teruggekoppeld naar de motorcortex.
zorgt voor vloeiende interactie tss bedoeling en actie
simpele reflexen helpen predictiefouten minimaliseren
mismatch tss verwachting en realiteit - lichaam past beweging aan
procedureel leren
impliciet
expliciet
5 assumpties impliciet leren
nauwlijks beïnvloed door leeftijd of ontwikkelingsniveau
vaardigheden voor impliciet leren onafh van iq
niet beïnvloed door stoornissen die expliciet wel beinvloeden
minder individuele verschillen in imp dan exp
imp leerprocessen terug te vinden in meeste diersoorten
Veel procedures combo delaratieve en impliciete kennis
Procedureel leren neit beperkt tot motorische vaardigheden leren
Leren van gewoontes
Motorische en cognitieve vaardigheden