Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
WO 3: digitale geletterdheid: 4. digitaal burgerschap - Coggle Diagram
WO 3: digitale geletterdheid: 4. digitaal burgerschap
digitaal burgerschap
actief burgerschap
kennis van ethiek en democratie: normen en waarden
participeren in de samenleving: comunniceren e debatteren
sterke eigen identiteit
in relatie tot de omgeving en de maatschappij
weerbaar is voor negatieve invloeden
ondersteunt sociale integrate en tolerantie ten opzichte van andere groepen, wanneer we hier op jonge leeftijd op inzetten
digitaal burgerschap helpt leerlingen te participeren, een eigen identiteit op te bouwen en die van anderen te verkennen, ook online. het helpt bij het onwikkelen van normen en waarden, ook online.
mediawijsheid
digitalegeletterdheid
van wereldburgerschap naar digitaal burgerschap
pluralistische samenleving
media brengt de wereld tot in de huiskamer
sociale vaardigheden
21ste eeuwse vaardigheden: inspelen op maatschappelijke tendensen
kinderen worden steeds vroeger geconfronteerd met de neuwe wereld (grotendeels online) -> daarom is digitaal burgerschap cruciaal
door een geïntegreerde aanpak komen we tot digitaal burgerschap, dat kinderen veel mogelijkheden biedt tot het ontplooien van culturele en creatieve vaardigheden, en dat de vaardigheden ondersteunt die nodig zijn voor de toekomstige arbeidsmarkt
door een geïntegreerde aanpak , over alle lesvakken heen, kunne we kinderen ondersteunen in hun digitale ontwikkeling, met nodige aandacht voor zowel levensbeschouwelijke aspecten als sociale vaardigheden
digitaal burgerschap gaat over meer dan enkel het gebruik van media
digitale burgers nemen actief deel aan de samenleving via digitale technologie, e bezitten de nodige vaardigheden o op een veilige en effectieve manier de voordelen van die technologie te plukken.
(A)sociale media
op steeds jongere leeftijd actief op social media
Europa legt minimum leeftijd op
landen kiezen zelf
13 jaar (bv belgie)
16 jaar (bv nederland)
helpt niet
waar beschermen we onze kinderen tegen?
belangrijk dat we negatieve en positieve aspecten in kaart brengen. zonder alle media te benoemen of te kennen
media = communicatiekanalenen en informatiedragers waarlangs inhoud, kennis en informatie worden verspreid
traditionele / analoge media
tv
radio
kranten
dragers van vandaag/ digitale apperatuur
laptops
smartphones
tablets
onlinemedia = alle media die verbonden zijn via het internet.
verzamelnaam voor
app's
fora
blogs
onlinegames
socialenetwerksites
voor jonge gebruikers meestal de eerste born waarmee ze opzoek gaan naar kennis en informatie
sociale media
verzamelnaam voor apps die je gebruikt om
online via tekst, beeld en spraak zaken te delen
om in contact te staan met anderen
te communiceren
relaties aan te gaan
vaak met een acount waar je moet op inloggen om deel te kunnen nemen
niet altijd noodzakelijk (bv Youtube)
positieve aspecten
positieve identiteit ontwikkelen
aanmaken van een profiel leert hen zichzelf te presenteren en hun zelfbeeld te versterken
door online vriendschappen te sluiten, ontdekken ze de waarde van relaties en vriendschappen
sociale media laten hen toe samen te werken en te communiceren
kinderen leren creatief omgaan met beelden en woorden, om hun gevoelens enideeën te delen
ze leren ook informeel en vaak onbewust leren, net als hoe ze kunnen reflecteren over de mediawereld en zichzelf in relatie daarmee
online games
niet altijd veilig
vaak aangegeven als educatief of creatief
laten kinderen vaak toe om via de chatfunctie te communiceren met mensen die ze niet noodzakelijk kennen
graadmeter
begeleiding vandaag de dag vaak gericht op negatieve aspecten van social media
acties vooral gericht op het bestrijden van pest gedrag
inperken van schermtijd
verbieden van deelname
verandering -> ons openstellen voor de digitale wereld waarin onze kinderen leven
mekijken over hun schouder
meegaan in deze nieuwe wereld
opent perspectieven
beter te begeleiden
zelf veel bij te leren
we zijn ons niet bewust van wat kinderen online beweeg en waar ze aan deelnemen
onvoldoende focus op positieve aspecten
daarom gericht op mogelijke gevaren
oefeningen als opstellen graadmeter openen het gesprek rond social media
kinderen hebben ook angst voor die media
daarnaast ook angst om er niet bij te horen.
bespreken met kinderen welke apps ze gebruiken en welke niet
grote verschillen tussen kinderen
vaak als 'gluurders' / passief aanwezig
niet enkel kijken wat ze gebruiken maar oook hoe ze dat doen
bekijken wat anderen doen die enkel het mooiste tonen kan een grote impact hebben op zelfbeeld en welbevinden
Mediawijsheid in het onderwijs
komt terug in leerlannen secundaire scholen
lagere scholen ijveren er voor hier aandacht aan te geven
dynamische model
gebruikt in verschillende leerplannen
speelt in op snelle ontwikekling van de media
onderscheidt 10 competenties om deel te nemen aan de mediasamenleving
we spreken hier van mediasamenleving NIET van van digitale samenleving!
mediawijsheid in 1 adem genoemd met digitale of ICT-vaardigheden
toch andere betekenis
mediawijsheid = het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemediatiseerde wereld. (2005)
defenitie toen nog niets te maken met social media en de gevaren die er mogelijk mee verbonden zijn
wat is mediawijsheid?
mediatisering van de samenleving
bewust zijn van en inzicht hebben in de medialisering van de maatschappij.
effect daarvan vanuit verschillende perspectieven kunnen belichten
Media en beeldvorming
bewust zijn en inzicht hebben in de manier waarop media de werkelijkheid kleuren
rol herkennen die media kunnen vervullen bij beeldvorming en overdracht van normen en waarden, beseffen welke invloed die daarbij uitoefenen
Media, ICT-(basis)vaardigheden en informatievaardigheden
moeten kunne omgaan met apparaten en softwaretoepassingen
nodige kennis en vaardigheden om toepassingen te kunnnen gebruiken die privacy en veiligheid waarborgen
basisvaardigheden bezitten voor het achterhalen van de bron van informatie, en voor het kritische gebruik van die info
creëren en publiceren van media-inhoud
begrijpen hoe media gebruikt worden
zelf media-inhoud kunnen produceren en creeren
daarmee doelen kunnen realiseren en daarop reflecteren
Media, participatie en identiteit
moeten doelbewust kunnen participeren in sociale netwerken samen met anderen en daarop kunnen reflecteren
de veiligheid, privacy en participatie van zichzelf en anderen kunnen bewaken en beschermen
kanttekeningen bij de modellen
in grote tegenspraak met overheids richtlijnen omtrent het gebruik van sociale media
beschrijven expliciet dat leerlingen moeten participeren in sociale netwerken en dat ze moeten reflecteren over hun media gebruik
staat haaks op europese maatregelen, opleggen van minimuleeftijd
digitale geletterheid, what's in a name?
draagvlak binnen onderwijs steeds breder geworden
digitale geletterheid omvat alle vaardigheden die kinderen nodig hebben om zich in de digitale samenleving staande te houden en zichzelf te ontwikkelen
opgedeeld in
ICT-basisvaardigheden
wat we nu reeds al vinden in de basisscholen
'knoppenkennis' - het gebruik van
kritische houding ten opzichte van technologie
omvat
basisbegrip ICT
leerlingen moeten die functies van computers en computernetwerken kunnen benoemen
infrastructuur
ze moeten apparaten (hardware) en programma's (software) kunnen benoemen, aansluiten en bedienen. informatie toegankelijk maken en die opslaan
standaardtoepassingen
ze moeten kunnen omgaan met standaardkantoortoepassingen en andere softwareprogramam's voor internet, beeldbewerking, samenwerking en betalingsverkeer
veiligheid
op de hoogte zijn van en kunnen omgaan met beveiliging en privacyaspecten met betrekking tot persoonlijke en financiële gegevens
deze vaardigheden zijn niet echt toekomstgericht
computational thinking
vaak in 1 adem genoemd met coderen
bereidt het aanleren van programmeertaal onze kinderen wel voor op de digitale toekomst?
houdt in dat we een probleem zodanig kunnen formuleren dat onze kinderen het met een computer of ander digitaal gereeedschap kunnen oplossen
gaat over
gegevens verzamelen
relevante informatie kunnen verzamelen uit verschillende bronnen
gegevens analyseren
gegevens logisch kunnen ordenen en analyseren, de info begrijpen, er patronen in vinden, er conclusies uit trekken, grafieken evalueren en statische medthodes toepassen
gegevens visualiseren
moeten gegevens kunnen wergeven in grafieken, tabellen, woorden, plaatsjes, en daarbij de meest doeltreffende voorstelling kiezen
problemen ontleden
een taak kunnen opdelen in kleinere, overzichtelijke taken, zoals de opdracht uit een lange lijst onderverdelen naargelang het type opdracht
project plannen, door het opt te splitsen in deelprojecten
abstratie
problemen minder complex kunnen maken, om tot de kern ervan te komen
algoritmes
(en procedures)
ze moeten een probleem kunnen oplossen of op bepaald doel bereiken door middel van een serie geordende stappen
automatisering
belangrijk dat ze zichzelf herhalende of eentonige taken toevertrouwen aan een computer, om tot deo plossing van een probleem te komen
simulatie en modelering
moeten ene model of een proces visueel kunnen weergeven om vervolgens op basis daarvan een experiment uit te voeren
multitasken
moeten meerdere taken gelijktijdig kunnen uitvoeren, om meerdere doelen tegelijk te bereiken
= creatieve en probleemoplossende vaardigheden
meer dan enkel coderen
coderen
= specifieke vorm van programmeren
instructies formuleren met behulp van computertaal
we meoten niet alleen computertalen leren aan onze kinderen maar ook de vaardigheden die nodig zijn om een computertaal te leren
informatievaardigheden
bij zichzelf een informatiebehoefte kunnen signaleren en analyseren, en op basis daarvan relavante infor kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken
omvat
informatieproblemen formuleren
informatieprobleem kunnen vastleggen
kunnen nagaan welke informatie en gegevens ze nodig hebben om het probleem op te lossen
zoekstrategieën
stageieën kennen en kunnen gebruiken om informatie op te zoeken
mogelijke bronen selecteren en de beste bron kiezen
verwerven en selecteren van informatie
informatie kunnen verzamelen op basis van zoek- en selectiecriteria
info selecteren op basis van de bruikbaarheid en de betrouwbaarheid ervan