Brutoformule + Opstellen
Geeft weer welke atomen voorkomen in een molecule en hoeveel atomen van elke soort er voorkomen in de molecule
Het aantal elementen van een atoomsoort in een molecule bepaalt de eigenschappen van de stof
Bij de naamgeving van moleculen wordt de index weergegeven net behulp van Griekse voorvoegsels
Tetra
Penta
Tri
Hexa
Di
Hepta
Mono
Octa
Deca
Nona
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Er bestaan verschillende soorten bindingen
De ionbinding
De covalente binding
De metaalbinding
Oxidatiegetallen
Het oxidatiegetal van een atoom in een verbinding geeft de lading weer die het atoom zou krijgen wanneer de verschuiving van de elektronen naar het meest elektronegatieve element volledig zou zijn.
Soorten
voor enkelvoudige stoffen: OG = 0, want er is geen verschuiving van elektronen.
voorbeelden:
OG(Fe) = 0
OG(O2) = 0
voor een neutrale samengestelde stof: OG = 0
voorbeelden:
OG(HCl) = 0
OG(P2O5 ) = 0
voor ionen: OG = ionlading, want de ionlading geeft aan hoeveel elektronen werden afgegeven of opgenomen.
voorbeelden:
OG(Cl- ) = -I
OG(Fe3+) = +III
OG(SO42-) = -II
OG(OH-) = -I
Soorten
voor elementen in een samengestelde stof:
Metalen uit groep Ia tot IIIa: OG = groepsnummer, voorafgegaan door een plusteken, want deze metalen hebben weinig valentie-elektronen en willen dus graag hun valentie-elektronen afgeven aan hun bindingspartner om de edelgasconfiguratie te bereiken. Omdat ze negatieve elektronen weggeven, krijgen ze een positieve lading, gelijk aan het aantal elektronen die ze weggeven.
voorbeelden:
OG(Na in NaCl) = +I
OG(Mg in MgO) = +II
Niet-metalen uit groep IVa tot VIIa: OG varieert, afhankelijk van de bindingspartner, tussen (groepsnummer - 8) en groepsnummer, want deze niet-metalen hebben veel valentie-elektronen en willen dus graag elektronen krijgen van hun bindingspartner om de edelgasconfiguratie te bereiken (bijvoorbeeld bij een binding met metalen) MAAR wanneer 2 niet-metalen binden, zal het niet-metaal met de laagste elektronegatieve waarde elektronen moeten afgeven aan het niet-metaal met de hoogste elektronegatieve waarde en past het zich dus aan aan deze bindingspartner.
Tips voor bepalen OG niet-metalen:
OG(F, in een samengestelde stof) = -I
OG(O, in een samengestelde stof) = -II
OG(H, in een samengestelde stof) = +I
voorbeelden:
OG(Cl in NaCl) = -I
OG(O in MgO) = -II
OG(N in N2O5) = +V
OG(N in NH3) = -III
Metalen uit groep Ib tot VIIIb: OG varieert, afhankelijk van de bindingspartner, want deze metalen passen zich aan aan de noden van hun bindingspartner.
voorbeelden:
OG(Fe in FeO) = +II
OG(Fe in FeCl3) = +III