Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Aardrijkskunde hoofdstuk 5 par 1 t/m 4 + topo - Coggle Diagram
Aardrijkskunde hoofdstuk 5 par 1 t/m 4 + topo
par 1
De Indonesische archipel
natie = een volk dat in een staat woont
staat = een gebied met duidelijke grenzen en een eigen bestuur dat eigen baas is (soeverein)
klimaatdiagram = lijnen = temperatuur, staafjes = neerslag
cultuur = alles wat je hebt aangeleerd
volk = een groep die al eeuwenlang samenwoont en dezelfde cultuur heeft
Archipel = een eilandengroep
stijgingsregen
regen die onstaat door opwarming van de lucht, waardoor die lucht gaat stijgen en afkoelen
Nat - verdamping - stijgingsregen - droge dalende lucht - droog
par 2
De cultuur van Zuidoost-Azie
staat = een gebied met duidelijke grenzen en een eigen bestuur dat eigen baas is (soeverein)
kolonien = gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een europees land
etnische groep = deel van een volk dat in een ander land bij elkaar woont
multicultureel = mensen uit verschillende culturen die met elkaar samenleven
schiereiland = een gebied dat aan 3 kanten is omringd door zee
cultuurgebied = gebied met overeenkomsten in cultuur
par 3
Snelle economische veranderingen
arbeidsintensief = bedrijf dat veel arbeid nodig heeft
arbeidsextensief = bedrijf dat weinig arbeid nodig heeft
monocultuur = het verbouwen van een product
secundaire sector = werk waarbij producten uit de primiare sector (landbouw) worden bewerkt (industrie)
plantage = landbouwonderneming waar op grote schaal een bepaald gewas wordt verbouwd
assemblage = het in elkaar zetten van een product
irrigatie = het kunstmatig nathouden van landbouwgronden
tertiare sector = Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten, in het bijzonder commerciele dienstverlening (diensten)
sawa = rijstakker die door irrigatie onder water staat
informele sector = ongeschoold en slecht betaald werk in de dienstensector
primiare sector = werk waarbij producten regelrecht uit de natuur worden gehaald (landbouw)
beroepsbevolking = mensen die betaald werk (willen) doen
par 4
Verstedelijking
geboorteoverschot = als er in een jaar meer mensen worden geboren dan dat er mensen sterven
overbevolking = als er in een gebied meer mensen zijn dan de middelen van bestaan toelaten
urbanisatietempo = de snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt
urbanisatiegraad = het percentage mensen dat in steden woont
primate city = een stad die veel groter en belangrijker is dan elke andere stad in het land
bevolkingsdichtheid = het gemiddelde inwoners per vierkante kilometer
stedelijk gebied = gebied met steden
sociale bevolkingsgroei = verandering van het bevolkingsaantal door vestiging min vertrek
krottenwijken = een zelffbouwwijk met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners of ze er mogen blijven wonen
natuurlijke bevolkingsgroei = bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterftes
topo
https://www.topomania.net/map/201/play/126f5058ef906fbc0911792e7ab064b0