Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
ruimtelijke ordening en planologie - Coggle Diagram
ruimtelijke ordening en planologie
wat is het?
hoofddoel: een zo goed mogelijke
leefomgeving
fig 1.1
ruimtelijke ordening
geeft het praktische weer. VB het bestemmen van de grod voor bouwgrond zodat er huizen op gebouwd kunnen worden.
planologie
is de wetenschap die daar voor de kennis aanreikt. VB kan er op deze grond wel een huis gebrouwd worden? wat moet er gebeuren zodat er op de grond gebouwd kan worden?
waarom is het belangrijk?
wederzijdse aanpassing van maatschappij en leefomgeving
het is een proces wat niet af is
niet alleen de behoefte van nu, maar ook die van de komende generaties moeten in acht genomen worden
welke kennis hebben planologen nodig om de ruimte te verbeteren?
wat wordt verstaan onder:
wat
: het
ruimtegebruik
wat bij het
gebied
past
ruimtelijke functies
(wat wordt er gedaan in het gebied?) belangrijkste zijn: wonen, werken, recreatie (of voorzieningen) en vervoer
gebruiksfuncties
in de brede zin, dus ook waterhuishouding ect.
ruimte vraag
meer vraag dan aanbod van ruimte. in een dicht bevolkt land moet je dus functies mengen
hoe
: er wordt een
plan
gemaakt om het
ruimtegebruik
aan te passen.
planning, realisatie en beleid
gebaseerd op de
doelstellingen
beleid en sturingsmiddelen
om met de verschillende
doelstellingen
rekening te kunnen houden en het
plan
in goed banen te leiden worden er regels en weergeving gegenereerd om alles is goede banen te laten lopen.
prikkels
belonen of ontmoedigen van bepaald gedrag VB goede fietspaden om fietsen te stimuleren.
waarom
: de
rede
dat her
ruimtegebruik in het
gebied* aangepast wordt.
doelboom
abstracte problemen of vraag concreet maken (fig 1.3)
door doelstellingen duidelijk te maken wordt het duidelijk wat het gebied nodig heeft. hierop kan het
plan
gebaseerd worden, een goed ontwerp verwerkt de meeste doelstellingen
schaalniveau en tijdsbestek
zijn erg belangrijke factoren, bepalen tot hoe ver in detail een plan gemaakt moet worden
waarmee
: de kennis en
tools
die de planoloog zal gebruiken om het
plan
uit te voeren.
rol planoloog
: het maken en realiseren van ruimtelijke plannen met als doel: ingrijpen in de leefomgeving
activiteiten van een planoloog
ruimtelijke plannen maken
het proces managen zodat het plan ontworpen en uitgevoerd wordt
wie zijn de investeerders voor dit plan? hoe krijgen we de milieubeweging, landbouw en burgers tevreden met het inrichten van een nieuw recreatie gebied?
onderzoek doen:
wat vinden
actoren
? met welke studies en
gebiedskenmerken
hebben we te maken? ect.
wie
: de mening van de verschillenden
actoren
over het
plan
en hebben zij nog ideeën om het beter te maken?
actoren
individuen die de maatschappij vormen
dé overheid bestaat niet: er zijn meerdere secties die op verschillende manieren werken en die voor bepaalde
sectoren
nodig zijn.
waar
: het
gebied
schaalniveau
hoog: toekomst gericht en gegeneraliseerd
laag: gedetailleerd en uitgemeten
gebiedskenmerken
wie zijn er bij betrokken en wat is de rol van de planoloog?
maatschappij
maakt de ruimte, planologen en ruimtelijke ontwikkelaars luisteren naar de maatschappij
architecten, (steden) bouwkundigen
houden zich bezig met de daadwerkelijke tekeningen
planlogen leggen kaders vast in een
programma van eisen
(hoeveel huizen, kantoren of natuur ergens moet komen)
er werken nog veel meer disciplines mee:
geografen, sociologen, economen, ecologen
ect. planologen weten genoeg van ieder vakgebied om met hen te kunnen communiceren.
hoe is het vakgebied ontstaan en op welke wijze heeft het zich ontwikkeld?
periode voor 1901
BELANGRIJK:
woningwet
wordt ingevoerd in 1901
het begin van de planning: 1901 - WOll
woningwet
in eerste instantie een gezondheidswet waar regels in staan over licht lucht en ruimte in woningen
uitbreidingsplan
vanaf 1924 moeten gemeenten eerst een plan laten zien voor een gebied. dit is de voorloper van het
bestemmingsplan
survey before planning
stad wordt als levend orgaan gezien. bewoners krijgen meer inspraak
vanaf 1930: op grotere schaal naar stad en natuur kijken (einhoven)
1934: uitbreidingsplan in Amsterdam door van Eesteren. eerste plan met vooruitblik naar de toekomst met verschillende schaalniveaus
Le Corbusier: cityforming: leefbare stad (amsterdam West naast Rembrandt park)
1933
handvest van Athene
scheiden van functies (met name wonen en werken)
bloei periode: WOll - '80
kritiek op de effectiviteit en vraag naar uitvoering: '80 - '10
de nieuwe werkelijkheid: '10 - nu
sinds krediet crisis ('08 - '12) heeft het vak een verandering doorgemaakt: het rijk besteed meer uit aan gemeentes, er is minder geld over, er vindt een decentralisatie plaats waar de
wie
steeds belangrijker wordt.
integratie en bundeling op rijksniveau
2011:
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
(SVIR) al het beleid rond mobiliteit en ruimtelijke ordening moet in één nota gebundeld worden. doel: een concurrerend, bereikbaar, veilig en leefbaar NL.
verbeterde
omgevingskwaliteit
VB geluidsoverlast of vervuiling
de omgevingswet
doel: bevorderen van een goede en gezonde fysieke leefomgeving.
het invullen van de ruimte zal steeds meer bij de actoren komen te liggen
is NL echt beter af met al die ruimtelijke plannen?
kritiek op
cityforming
(jane jacobs)
mc louchlin: een stad is geen orgaan maar een systeem met zelforganiserende burgers
1988:
vierde ruimtelijke nota
ruimtelijke kwaliteit wordt voor het eerst gedefinieerd:
Het ruimtelijk beleid is er op gericht de gebruikswaarde van een gebied te vermeerderen, de belevingswaarde te verhogen en de toekomstwaarde te vergroten. De concrete invulling van die ruimtelijke
kwaliteit zal daarbij van geval tot geval verschillen.
+ het hoeft niet alles omvattend te zijn:
regio's op eigen kracht
plannen worden gemaakt maar niet uitgevoerd door privatisering en dat de overheid minder geld heeft. hierdoor is hun invloed steeds kleiner geworden en kunnen de plannen niet worden gerealiseerd.
ROM-gebieden (ruimtelijke ordening en milieu)
VINEX- wet en wijken als antwoord op de groeiende vraag naar woningen
ABC- locaties worden ingevoerd
ecologische hoofdstructuur in NL en de natura 2000 gebieden op Europese schaal
begin '90
vijfde nota
NL is te klein om ruimte claims te maken, functies moeten mengen (ruimte voor de rivieren)
is niet doorgevoerd!!
2006:
nota ruimte
met "ontwikkelingsplanologie" als verzet tegen "toelatingsplannologie"
BELANGRIJK: 2008 krediet cisis
'40-'45: Duitse bezetter stelt
basisbesluit
in wat in de jaren '60 vervangen werd door
de wet op de ruimtelijke ordening
deze verscheen samen met de eerste ruimtelijke nota's
basisbesluit
betekend centralistische planning op drie schaal niveaus: rijk, provincie, gemeente
decennia na WOll staan in het teken van wederopbouw en verdeling van schaarse grondstoffen
nationaal plan
voor wonen, werken, recreatie en verkeer
1960:
eerste nota
groei van de steden in de Randstad gaat ten kosten van de rest van het land, congestie moet worden tegengegaan
wet op ruimtelijke ordening
(WRO) wordt in 1965 ingevoerd
1966
tweede nota
naar aanleiding van onderzoek dat NL 20 miljoen inwoners zou tellen --> er was ruimte nodig voor die mensen.
gebundelde deconcentratie
werd ingezet door middel van
groeikernen
BELANGRIJK: besef dat je de toekomst niet kan vastleggen:
planologie heeft een binnenkant (planning en beleid) en een buitenkant (inrichting)
1983
derde nota
inzicht dat verschillende gebieden andere oplossingen nodig hebben + het tegen gaan van verloederde steden:
compacte stad
kleinschalige projecten, nog geen echte planning
bouwverordening
1531 in Amsterdam: woningen moeten veilig zijn
rond 1600: groei van NL steden, planmatigheid in het ontwikkelen van steden ontkiemt
vanaf 1800:
industriële revolutie
bevolking begint weer toet te nemen en trekken naar de steden. particulieren bouwen de steden. uit op maximale winst: smalle straten, ondiepe huizenblokken, hoogbouw, weinig groen
reactie op kleine huizen in 1898:
garden city
voor 1600 niet in steden maar in
waterhuishouding
al erg gestructureerde projecten: droogleggen van meren ect.
1824: discreet 1810 van Napoleon. welke effecten hebben de fabrieken op de omwonenden?