Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
sociale zekerheid week 7 - Coggle Diagram
sociale zekerheid week 7
waarom internationaal zekerheidsrecht?
ontwikkeling (helpen opzetten/uitbouwen, bijv de IAO en de wereldbank)
uniformering (minimumbeschermingsniveau)
bescherming werkende migranten (voorkomen dat ze tussen wal en schip vallen)
gelaagde internationaal sociaalzekerheidsrecht
mondiale/europese grondrechten. 2. mondiale/europese normverdragen. 3. eu-recht. 4. bi- en multireale coordinatieverdragen
mondiale/europese grondrechten:
recht op sociale zekerheid: UVRM, IVESCR - art 9 vn, diverse verdragen. instructienorm: geen rechtstreekse werking! in nl geen toetsting aan gw art 120 gw, wel reflexwerking.
recht op prive-familie-gezinsleven: art 8 EVRM, bescherming voor mensen in extreme situaties. let op! geen rechtvaardiging verlenen voor bijstand
recht op gelijke behandeling: art 26 nr 3a bundel. verbod art 14 EVRM
rect op een eerlijk proces: art 6 EVRM. openbaar, onschuldpresumptie, zwijgrecht
recht op bescherming privacy art 8 EVRM. op gespannen voet met huisbezoek.
normverdragen sociale zekerheid:
garanderen minimumniveau, bijv: hoogte, duur uitkering
iao-conventie nr 102 (algemene SZ normen, muv bijstand
de europese code
internationale arbeidsorganisaties (iao) ontwikkelt ook normverdragen als bv: arbeidsongevallen, beroepsziekten enz.
opvolger van EG-verdrag, zie sheets voor verdere voorbeelden
europees burgerschap art 20 vweu
vrij verkeer van personen art 45 vweu
immigratiebeleid art 77 vweu
sociaal beleid art 152 vweu
coördinatie: doelstellingen
wetsconflicten vermijden
discriminatie nationaliteit verbieden
erkenning verworven rechten
geen breuken in loopbaan door grensoverschrijding
personele werkingssfeer art 2:
staatlozen en vluchtelingen die in lidstaat wonen
op wie het socialezekerheidsrecht van toepassing is geweest, en beschermt tegen nadelen die voortvloeien uit migratie tussen lidstaten
onderdanen lidstaten
materiele werkingssfeer art 3, welke rechten:
ziekte, moederschap, invaliditeit, ouderdom, nabestaanden, arbeidsongevallen en beroepsziekten, overlijden, werkloosheid. uitzondering art 3 lid 5 voor welke sociale voorziening er niet bij staat.
hoofdregel: werklandbeginsel indien werkende art 11 lid 3 sub a.
tenzij: detachering naar andere lidstaat, mits minder dan 24 maand: wetgeving oorspronkelijke ldistaat art 12. indien werkzaam meerdere lidstaten = woonland, mits daar substantieel uren werkt, anders zetel of domicilie onderneming.
of: indien onderneming meerdere vestigingsplaatsen heeft. zetel domicilie onderneming indien voornamelijk werkzaam. indien niet substantieel in woonland
ziekte/invaliditeit: inkomensdervingsuitkeringen door werkland versterkt art 21 lid 1. wel registratie bij woonland en valt onder controle van dat orgaan.
werkloosheid: verschil tussen volledige werkloosheid en gedeeltelijke. bij gedeeltelijke werkloosheid: werkland. bij volledige werkloosheid: woonland.
bijstand voor unieburgers:
5 jaar onafgebroken wonen in lidstaat, dan recht op bijstand (indien aan alle andere voorwaarden is voldaan)
langer dan 3 maanden: bij rechtmatig verblijf o.g.v. eu-recht: recht op bijstand
tijdens eerste 3 maanden alleen recht op bijstand voor unieburgers indien: die als wn of zelfstandige meer dan 50% van bijstandsnorm verdient of meer dan 16 uur per week werkt
geen bijstand voor andere situaties en verblijf minder dan 3 maanden