Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Biologie Hoofdstuk Waarnemen - Coggle Diagram
Biologie Hoofdstuk Waarnemen
Prikkels waarnemen
Prikkel
Informatie uit je omgeving
Zintuig
Iets in je lichaam dat reageert op prikkels
impuls
elektrisch signaal
Hersenen
Reageerd op impulsen door nieuwe impulsen te creëren
Reactie
Antwoord op prikkel door je lichaam
Ogen
Zien
oogbal platter met uitzoomen
oogbal boller met inzoomen
Staafjes en Kegeltjes
Staafjes
Zwart, Wit en Grijs
Kegeltjes
Rood, Groen en Blauw
Scherp zien
Gele vlek, vooral kegeltjes
licht
Te veel licht → je netvlies kan beschadigd raken.
Bij veel licht:
Kringspiertjes trekken samen zodat je pupil kleiner wordt.
Te weinig licht → je kan niet goed zien.
Bij weinig licht:
Lengtespiertjes trekken samen zodat je pupil groter wordt.
Scherp zien
Het is mogelijk door de kringspier die om de lens heen zit = straallichaam.
bolle lens -> dichtbij scherp zien
Het veranderen van de vorm van de lens heet accommoderen.
Platte lens -> veraf scherp zien
bril
Redenen voor het slecht zien:
Lens kan niet goed plat of bol gemaakt.
Oogbol heeft geen goede vorm → vaak de oorzaak bij jonge mensen.
Opbouw
!
Straallichaam
Lens
Pupil
Iris
Hoornvlies
Lensbandjes
geluid
Hertz
Aantal trillingen per seconde = toonhoogte (Hertz = Hz) → Meer trillingen, hogere toon
Decibels
Hoe hard een geluid is = geluidsniveau (Decibels = dB)→ Meer decibels, hardere toon
3 trillingen per seconde = 3 Hz
Horen
Slakkenhuis is waar de gehoorzintuigcellen zijn.
Kan horen tussen de 20 Hz en 20,000 Hz.
Begin slakkenhuis: hoge tonen (20,000 Hz);
Buis van Eustachius
Buis dat verbindt de trommelholte met de keel-neusholte.
Proeven
Reukzintuigen
Reukzintuigen in je neusslijmvlies.
Geurstoffen = Prikkels
Geurstof in neusholte → Reukzintuig vangt geurstof → Impuls → Hersenen (nu pas ruik je de geurstof).
Smaakzintuigen
Je tong is ruw omdat het smaakpapillen heeft.
In de groeven van de smaakpapillen zijn de smaakzintuigen die op smaakstoffen reageren.
5 soorten smaakzintuigen:
Zoet, zout, zuur, bitter, umami (hartige smaak).
Om te proeven gebruik je je tong en je neus. Daarom kun je onderscheid maken tussen verschillende voedsels.
Voorbeeld:
Appel en sinaasappel
Tong: allebei zijn zoet;
Neus: geuren zijn anders;
Hersenen: combineert impulsen van neus en tong en begrijpt wat je eet.
Hersenen
Grote hersenen: waar de hersencentra liggen; geheugen.
Kleine hersenen: coördinatie (bewegingen goed uitvoeren).
Hersenstam: dingen die onbewust gebeuren (vanzelf).
Delen
Leren
Nieuwe verbindingen ontstaan tussen zenuwcellen in je hersenen.
Veel oefenen → beter handeling.
Bijv: leren lopen; leren schrijven; leren praten; etc.
Op een gegeven moment lijken de bewegingen automatisch te gaan.
Geheugen
Korte Termijn: max. half uur vast.
Bijv: boodschappenlijst.
Lange Termijn: belangrijk informatie die je voor een langere tijd wilt onthouden.
Bijv: je eigen telefoonnummer
Vaak herhalen
Hersens bij andere dieren
Ongewervelde
Geen of eenvoudig hersenen.
Eenvoudig hersenen om te bewegen en om zintuigen te kunnen gebruiken.
Gewervelde dieren
Ongeveer hetzelfde als bij mensen