Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Aardrijkskunde 4.1 (Lengteprofiel (De benedenloop: dicht bij de monding…
Aardrijkskunde 4.1
Lengteprofiel
De benedenloop: dicht bij de monding waar de rivier door een riviervlakte stroomt. De stroomsnelheid is laag en hierdoor neemt de sedimentatie toe. Laag verval + verlang, hoog debiet, wisseling regiem.
-
De bovenloop: hoog in de bergen, waar de rivier ontspringt. Door het grote hoogteverschil stroomt de rivier snel en is de erosieve kracht groot. Hoog verval, laag debiet, wisselend regiem.
Wat voor rivier?
Een regenrivier wordt gevoed met regenwater, met een hoge waterafvoer in de natte maanden van het jaar. De Maas is een echte regenrivier.
Een gemengde rivier krijgt zijn water voor een deel van smeltwater en voor een deel van regenwater. De Rijn is zo’n rivier.
Een gletsjerrivier wordt gevoed met smeltwater dat vooral vrij komt in het voorjaar, wanneer de gletsjers in de bergen afsmelten.
Stroomgebieden
Verzamelgebied van een rivier waarbinnen alle neerslag en grondwater via de zijrivieren uiteindelijk in de hoofdrivier stroomt.
-
-
Waterscheiding
De grens tussen de stroomgebieden die gevormd wordt door gebergten of andere verhogingen in het landschap.
-
-