Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
NL blok 3 (lezen (de kernzin bevat de belangrijkste informatie van een…
NL blok 3
lezen
de kernzin bevat de belangrijkste informatie van een alinea
de rest van de alinea bestaat uit toelichting en/of voorbeelden
een infographic is een combinatie van beeld en tekst
grammatica
bijvoeglijke bepaling (bvb)
is een deel van een ander zinsdeel
noemt een bijzonderheid, een kenmerk of een eigenschap van een zelfstandig naamwoord
kan voor of achter het zelfstandig naamwoord staan
bijstelling
is een deel van een ander zinsdeel
staat altijd tussen komma's, of na een komma achter het zelfstandig naamwoord
noemt dezelfde zaak of persoon nog een keer, maar dan met andere woorden
koppelwerkwoord (kww)
komt voor in het naamwoordelijk gezegde
de negen werkwoorden die koppelwerkwoord kunnen zijn: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen
over taal
tweelingfout
leggen - liggen
kennen - kunnen
te danken aan - te wijten aan
als - dan
rede - reden
omdat - doordat
mits - tenzij
blijkbaar - schijnbaar
met behulp van - met de hulp van
me - mijn
opvulwoorden en stopwoorden
taalvariatie
standaardtaal
dialect
regiolect
groepstaal
fictie
hoofdpersoon
de belangrijkste personage in een verhaal
heeft een belangrijk probleem of een opdracht
hij of zij heeft een duidelijk doel: het probleem oplossen of de opdracht volbrengen
personages beschrijven
uiterlijk
belangrijke kenmerken
karaktereigenschappen
relaties
spelling
meervoud
woorden die eindigen op -e hebben twee meervoudsvormen
woorden die eindigen op -s of -f moet je soms de laatste letter veranderen in z of v
woorden die eindigen op -ee of -ie kijrgen een trema. ligt de klemtoon op de laatste lettergreep voeg je -ën toe, anders een trema op de laatste e
woorden die eindigen op een klinker schrijf je een 's
woorden die eindigen op een onbeklemtoonde -el, -es, -ik of -it verdubbel de laatste medeklinker niet
woorden die eindigen op -man kunnen als meervoud ook -lieden of -lui
woorden die uit het Latijn komen, hebben Latijnse meervoudsuitgang
sommige woorden hebben alleen een enkelvoud of alleen een meervoud
wanneer schrijf je woorden met een n of alleen met een e op het einden
schrijven
afspraken en regels schrijven
voor woorden als maar en want zet je een komma
tussen twee werkwoorden uit verschillende werkwoordelijke gezegdes zet je een komma
verslag
een zakelijk en object verslag
persoonlijk en subjectief verslag
spreken, kijken en luisteren
communiceren
verbale communicatie = communiceren met taal
non-verbale communicatie = communiceren zonder taal