Hoofdstuk 4: Steekproeftelling
Onderzoekselement
op wie of wat heeft het onderzoek betrekking (paren, individu, groepen, collectiviteit …).
operationele definitie van populatie.
Populatie
= geheel van onderzoekselementen die in aanmerking komen voor onderzoek.
Context !!! -> we doen onderzoek naar elementen in een bepaalde context.
kenmerken onderzoekselementen
inclusie- en exclusiecriteria.
meetbaar.
= totaal aan mogelijke onderzoekseenheden.
Implicaties voor de conclusies -> externe validiteit !!!
Steekproef
selectie van 'n' elementaire eenheden uit de populatie
n = steekproefeenheden
N = totaal aantal van de populatie
Steekproef en generaliseren
doel = generalisatie naar populatie (inferentie).
vereist: representatieve steekproef & aselecte trekking.
Steekproefomvang
Hoe groot moet de steekproef zijn? (populatie grootte en response rate)
variabiliteit in metingen (Sx).
vertrouwen in de uitkomsten (betrouwbaarheid).
foutenmarge (betrouwbaarheidsinterval BI).
BI= gem. +/- t x (Sx : n kwadraat)
Steekproef zo groot mogelijk.
Grootte steekproef hangt af van het doel en praktische overwegingen.
Steekproeftechnieken
Enkelvoudige aselecte steekproef (EAS)
Systematische steekproef (aselect)
Gestratificeerde steekproef (aselect)
Clustersteekproef (aselect)
Twee-en meertrapssteekproef (aselect)
Niet-aselecte steekproef
N=1 steekproef en case-study (niet-aselect)
proportioneel
niet-proportioneel
primaire en secundaire eenheden
Stratificatie op elk niveau mogelijk.
Aselecte steekproef trekken op primair en secundair niveau