Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
3v4 Zoë van Kessel (Paragraaf 2: (Internationale conflicten (Conflict dat…
3v4 Zoë van Kessel
Paragraaf 2:
Internationale conflicten
Conflict dat zich tussen twee of meer staten afspeelt.
Voorbeeld: Strijders van de Taliban hebben in de provincie Wardak, in het oosten van Afghanistan, zeker tien politiemensen gedood.
Gewapende conflicten
Een aanhoudende strijd waarbij in een jaar in totaal minstens 25 doden vallen.
Voorbeeld: Tweede Wereldoorlog
Interne conflicten/Burgeroorlogen
Conflict tussen bevolkingsgroepen binnen de grenzen van een land.
Voorbeeld: De Colombiaanse burgeroorlog is een burgeroorlog die woedt in Colombia sinds 1964.
Terrorisme
Geweld om een politiek doel te bereiken.
Voorbeeld: IS, zij strijden voor een nieuwe staat, de islamitische staat.
Regionaal conflict
Conflict dat begint als een intern conflict of burgeroorlog, maar zich uitbreidt tot voorbij de landsgrenzen.
Voorbeeld: Het conflict tussen Saoedi-Arabië en Iran verspreidt zich naar de omgelegen landen als Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten. Verschillende landen hebben een kant gekozen en ook Rusland en China zijn zich met de kwestie gaan bemoeien.
Territorium
Het woongebied van een volk.
Voorbeeld: Wolven hebben hun eigen territorium.
Staat
Gebied met eromheen een internationaal erkende grens (land). Binnen een staat gelden wetten en regels.
Voorbeeld: Texas, die hoort bij de Verenigde Staten.
Soevereiniteit/Zeflbeschikking
Zelfbeschikking: de staat oefent zelf de macht uit en andere staten mogen zich niet met binnenlandse aangelegenheden bemoeien.
Voorbeeld: De Spaanse nationale regering en de Catalaanse regioregering staan lijnrecht tegenover elkaar, en Madrid draait de duimschroeven de laatste dagen steeds verder aan. Zo heeft het de macht over de Catalaanse uitgaven overgenomen.
Volk
Groep mensen die zich bij elkaar voelen horen door taal, geloof of doordat ze een gemeenschappelijke geschiedenis hebben.
Voorbeeld: De Zoeloes. Dat is een groep mensen die dezelfde taal spreken en wonen in Zuid-Afrika.
Etniciteit
De identiteit van een volk.
Voorbeeld: Twee mensen kunnen hun etniciteit identificeren als Amerikaans, maar hun races kunnen zwart en wit zijn.
Regionalisme
Een volk houdt, binnen een staat, sterk vast aan de eigen geschiedenis en cultuur.
Voorbeeld: De afscheiding van Catalonië.
Nationalisme
Een volk streeft naar onafhankelijkheid en het stichten van een eigen staat.
Voorbeeld: In de Tweede Wereldoorlog vochten alle nationalisten voor hun eigen land.
Separatisme
De wens van een volk om zich van een staat af te scheiden.
Voorbeeld: De Brexit. Europa is eigenlijk een soort superstaat en Groot-Brittannië wilt zich er vanaf scheiden.
Autonome regio
Regio in een land met zelfbeschikking over bijvoorbeeld onderwijs, belastingen of de politie.
Voorbeeld: Er zijn in China vijf autonome regio's: de Tibetanen in Tibet, de Zhuang in Guangxi, de Oeigoeren in Sinkiang, de Mongolen in Binnen-Mongolië, en de Hui in Ningxia.
Paragraaf 3
Jeugdbult
Een groot aandeel van 15- tot 29-jarigen in de bevolking.
Voorbeeld: In landen met oneerlijke verdeling van macht, het gevoel van achterstelling en armoede, zoals Syrië zie je vaak jeugdbulten.
Natuurlijke hulpbronnen
Rijkdommen die van nature voorkomen in of op aarde.
Voorbeeld: Aardgas, steenkool, zilver en goud.
Paradox van de overvloed
In een land met veel brandstoffen of mineralen is de kans op gewapende conflicten veel groter dan in een land zonder dergelijke rijkdommen.
Voorbeeld: In Peru werd de leider van een dorpsprotest tegen een goudmijn vermoord, in Canada waren demonstranten tegen fracking tot tanden begewapend.
Autoritair regime/Dictatuur
De macht in een land ligt bij één persoon of een kleine groep.
Voorbeeld: Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Hitler met zijn groep als enige de baas van Duitsland en later andere landen.
Failed state/Mislukte staat
Een staat met een overheid die vrijwel geen controle heeft: overal is corruptie, misdaad en economische chaos, veel mensen zijn op de vlucht.
Voorbeeld: Syrië, Somalië, Myanmar, Nigeria, Irak, Jemen, Turkije, Democratische Republiek Congo, Centraal-Afrikaanse Republiek, Rwanda, Liberia, Joegoslavië, Libanon, Afghanistan, Soedan, Zuid-Soedan.
Paragraaf 4
Babyboom
Opmerkelijk groot geboortecijfer in een bepaald jaar.
Voorbeeld: Post-World II baby boom. Na de Tweede Wereldoorlog was een hevige babyboom.
Asielzoekers
Vluchteling die in het land waar hij zijn toevlucht heeft gezocht, een aanvraag tot verblijf heeft ingediend.
Voorbeeld: In Nederland zijn veel asielzoekers, vooral kinderen.
Ontheemd
Aanduiding voor een vluchteling die in zijn eigen land blijft.
Voorbeeld: Iemand die geen huis heeft. Bijn een miljoen Europeanen zijn ontheemd.
Genocide
Vernietiging van een volk, een ras of een groep mensen of een poging daartoe.
Voorbeeld: De genocide van de Joden in de Tweede Wereldoorlog.
Paragraaf 5
Veiligheidsraad
Onderdeel van de VN dat over vredesmissies besluit. Permanent lid met vetorecht zijn China, de VS, Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Internationaal Strafhof
Strafhof dat genocide, misdaden, tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden berecht.
Voorbeeld: Het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen