Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
3.1 Zuidoost-Azië en de buitenlandse handel (Negatieve ontwikkelingen…
3.1 Zuidoost-Azië en de buitenlandse handel
De keuze voor exportoriëntatie gaat vaak samen met het bevorderen van
exportvalorisatie
. Dat wil zeggen dat een ruwe grondstof, bijvoorbeeld boomstammen, natuurrubber of katoenpluis, industrieel wordt bewerkt om het product daarna uit te voeren. Deze aanpak biedt 2 grote voordelen:
Handelsbalans
maakt deel uit van de betalingsbalans van een land. Aan de ene kant staan de ontvangsten van de export en aan de andere kant de uitgaven van de import.
Er is sparke van directe buitenlandse investeringen (DBI), ook wel
foreign direct investments
(FDI), wanneer geld direct in productiesectoren in andere landen wordt gestoken.
Belangrijkste handelsstromen lopen via Noord-Amerika, Europa en Japan
ASEAN is in opkomst
Dankzij technologische vooruitgang, zoals grote e goedkope transportmiddelen, satellietverbindingen, internet en telefoon, is de wereld heel klein geworden.
Arbeid verschuift voortdurend. Zo heeft er een verschuiving van de handel plaatsgevonden aan weerszijden van de Atlantische Oceaan naar het gebied rondom de Stille Oceaan. (
Pacific Rim
)
De verschuiving van economische zwaartepunt van de Atlantic Rim naar de Pacific Rim wordt
global shift
genoemd.
Uit de handelsbalans valt dus op te maken hoe sterk een land verbonden is de met wereldeconomie. Dat geldt ook voor de
samenstelling van het exportpakket
. Kenmerkend voor ontwikkelingslanden was altijd een eenzijdige gerichtheid op de uitvoer van landbouwproducten en delfstoffen. Een meer ontwikkeld land heeft dit uitvoerpakket plaatsgemaakt voor een veel breder assortiment.
Om het belang van de invoer en de uitvoer voor een land te meten, berekent men vaak de importwaarde en de exportwaarde als % van het BNP.
Een land ontvangt meer inkomsten uit het buitenland (deviezen) dankzij de hogere toegevoegde waarde van de exportproducten.
De bewerking van grondstoffen, of het nu delfstoffen zijn of landbouwproducten, levert werkgelegenheid op.
Financiële instituten die meer gericht zijn op beleggen van kapitaal, doen daarentegen vaak indirecte investeringen, zoals het kopen van grond, aandelen of obligaties.
Aantrekkelijk voor investeringen:
Export processing zones
(EZP)
In deze kleine, duidelijk begrensde gebieden zijn de vestigingsvoorwaarden gunstiger dan in de rest van het land. Deze voordelen gelden voor exportgerichte bedrijven en hebben vooral betrekking op douane-regelingen. Op de invoer van grondstoffen, onderdelen en halffabricaten worden geen invoerrechten geheven, terwijl ook de kant-en-klare eindproducten bij uitvoer niet belast worden.
Speciale economische zone
(SEZ) Hier wordt niet alleen geïnvesteerd in de industrie, maar ook in de dienstensector. In dit soort zones wordt vrijhandel gestimuleerd. Deze kunnen grensoverschrijdend zijn.
Dankzij EZP's en SEZ's ontstaan
groeidriehoeken
: aangewezen gebieden waar ten minste drie naburige landen hun comparatieve voordelen willen uitbuiten tot economische groei. Voorbeelden van groeidriehoeken zijn de Singapore-Johor-Batam groeidriehoek en de Greater South China Economic Zone.
Er is weinig contact tussen een groot aantal landen in de Aziatische regio. Dit kan komen door slechte infrastructuur, de verschillende politieke systemen en het gebrek aan complementariteit.
Veel gebieden produceren hetzelfde (laagwaardige) assortiment. Ze vullen elkaar niet aan.
Negatieve ontwikkelingen leiden tot ruimtelijke afwenteling: het afschuiven van nadelige milieueffecten van het menselijk handelen op andere gebieden. In het westen zouden fabrieken moeten voldoen aan allerlei milieueisen en arbeidswetgevingen. Het is makkelijker om in landen te produceren waar nog niet zoveel eisen gesteld worden.
Landen gaan ver om buitenlandse investeringen binnen te halen. Hier kan goed mee verdiend worden en het zorgt voor veel arbeid voor veel mens. Multinationals eisen dat er geen sociale onrust is in een land. Daarom wordt in sommige zones de nationale arbeidswetgeving versoepeld. Arbeiders mogen geen lid worden van een vakbond, moeten vaak 's nachts werken, de lonen zijn lager dan het wettelijk minimum. Bij protest, kan ontslag volgen. De werkomstandigheden zijn slecht voor de gezondheid en het arbeid is zwaar.
Ook het afvalexport van elektronica is ruimtelijke afwenteling. Afval van de elektronica-industrie leidt is giftig afval met gevaarlijke stoffen. Dit wordt vaak illegaal geëxporteerd naar ontwikkelingslanden. Dit levert problemen op, want de verwerking in de ontwikkelingslanden gebeurt lang niet altijd volgens de veiligheidseisen.