Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Dichtvormen deel 1 - Coggle Diagram
Dichtvormen deel 1
A) Ballade
Een lang gedicht waarin een romantisch verhaal wordt verteld, vaak met een tragische afloop. Alle strofen hebben eenzelfde eindvers.
De rederijkersballade: de laatste strofe begint altijd met 'Prince'. Een ander kenmerk van de (rederijkers)ballade is dat elke strofe eindigt op een (nagenoeg) gelijke regel.
B) Elfje
Een elf bestaat uit elf woorden en vijf regels waarbij de eerste regel één woord bevat, de tweede twee, de derde drie, de vierde vier en de vijfde opnieuw één.
C) Elegie (treurlied, klaaglied)
Het hoofdmotief van de meeste klaagliederen is de dood of het einde van de vreugde der liefde. Bekende elegieën zijn Vondels Kinder-lyck (n.a.v. de dood van zijn zoontje) en het middeleeuwse Egidius-lied. Een 20ste-eeuwer die een aantal elegieën schreef is J.C. Bloem.
D) Epigram
Een kort gedichtje met een spitse, geestige inhoud en een verrassend slot. Dit genre werd tijdens de renaissance veel
beoefend (Hooft, Huygens). Martialis is ook een bekende naam.
E) Haiku
Een haiku is een klein gedichtje dat in totaal bestaat uit zeventien lettergrepen, verdeeld in drie regels. De eerste regel heeft vijf lettergrepen, de middelste zeven en de laatste weer vijf. Een Haiku hoeft niet te rijmen en de natuur is vaak het onderwerp.
F) Hymne
In de klassieke oudheid was een hymne een lofzang ter ere van goden of helden. In het christendom werden hymnen aan God gewijd. Het genre werd in de renaissance veelvuldig beoefend, o.a. door Jan van der Noot en Joost van den Vondel
G) Limerick
Een vijfregelig gedichtje met het rijmschema a a b b a ; de regels 1,2 en 5 zijn langer dan de regels 3 en 4; de inhoud is meestal humoristisch. In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam. Voorts heeft een limerick vaak een wat dubbelzinnige inhoud, of kan zelfs zeer grof zijn. De laatste regel is een soort pointe of uitsmijter.
H) Poésie parlante
Poésie parlante is poëzie die wat woordkeus en zinsbouw betreft de spreektaal benadert (ook in het ritme). Deze dichtvorm wil zo begrijpelijk mogelijk zijn. Meesters van de poësie parlante zijn Martinus Nijhoff, E. du Perron, Remco Campert en Rutger Kopland.
I) Poésie pure
Poésie pure is poëzie waarbij het in de allereerste plaats gaat om klank en ritme; de ‘inhoud’ wordt voornamelijk door klank en ritme gesuggereerd. Poésie pure vindt men o.a. bij Van Ostayen, Lucebert en Hanlo.