Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Samengestelde zinnen: zin die uit twee of meer zinnen bestaan…
Samengestelde zinnen: zin die uit twee of meer zinnen bestaan
Nevenschikking:
Twee gelijksoortige zinnen die naast elkaar zijn geplakt. Bijvoorbeeld: Karel is timmerman en Fatima is kapster
Samentrekkingen:
Nevenschikkingen waarbij overeenkomende zinsdelen worden weggelaten: Karel is timmerman en Fatima kapster.
Balansschikking
: Bijzin die altijd door een hoofdzin met een ontkenning worden voorafgegaan en altijd ingeleid worden door het woord
of.
Balansschikkingen hebben de functie van bijwoordelijke bepaling of voorzetselvoorwerp.
Onderschikking:
Bijzin die fungeert als zinsdeel binnen de gehele zin
Complementszin: Bijzin met de functie van
argument
(woordgroep die
vereist
wordt)
Onderwerpszin: bijzin met als functie het
onderwerp
in de zin
Lijdendvoorwerpszin: bijzin met als functie het
lijdend voorwerp
in de zin
Meewerkendvoorwerpszin: bijzin met als functie het
meewerkend voorwerp
in de zin
Voorzetselvoorwerpszin: bijzin met de functie van het
voorzetselvoorwerp
Voorlopig voorzetselvoorwerp: woorden als 'ervan' en 'erop' die een bijzin inleiden
Oorzakelijk voorwerpszin
Adverbiale zin: Bijzin met de functie van
adjunct
(woordgroep die
niet vereist
wordt)
Bijwoordelijke bijzin: bijzin met als functie de
bijwoordelijke bepaling
in de zin. Bijvoorbeeld:
Toen we thuiskwamen
, begon het te regenen.
Predikaatzin: Bijzin met de functie van
predikaat
Gezegdezin: bijzin met als functie het
naamwoordelijk deel van het gezegde
in de zin
Relatieve zin: Bijzin met de functie van adjectief oftewel
bijvoeglijk naamwoord
Bijvoeglijke bijzin: bijzin met de functie van een
bijvoeglijke bepaling
bij dat zinsdeel. Bijvoorbeeld: De auto
die daar staat
, is van onze buurman; Hier is het boek
dat ik je beloofd heb
; Het bericht
dat Kenny vermoord was
, schokte de gehele wereld.