Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Social and emotional development in early childhood (identity development,…
Social and emotional development in early childhood
Socialization: het proces waar kinderen standaarden, waarden en kennis van hun maatschappij krijgen.
Personality formation: Het proces waarbij kinderen hun eigen unieke patronen van voelen, denken en gedragen ontwikkelen.
identity development
Sex-role identity
Gender segregation: de preferentie om met jongens of meisjes te spelen.
Psychodynamic view (Freud)
Phallic stage: tussen 3 en 4 jaar krijgen kinderen plezier van hun genitaliën
Oedipus complex: Jongens hebben behoefte om hun vader weg te krijgen om hun moeder voor zichzelf te hebben.
Electra complex: meisjes geven hun moeder de schuld van hun geslachtsdeel en hebben hun vader lief.
Social learning view
Modeling: kinderen observeren en imiteren anderen.
Differential reinforcement: Het proces waarbij kinderen beloont worden voor het juiste gender gedrag.
Cognitieve-developmental view (Kohlberg)
Basic sex-role identity
Stability
Sex-role constancy
Gender schema view
Gender schema: een mentaal model die informatie bezit over mannen en vrouwen die gebruikt word om gender relevante informatie te verwerken.
Cultural view
Gender categories are tools of culture.
identification: een psychologisch proces waarin kinderen proberen te lijken op, voelen en zijn als hun belangrijke personen.
Ethnic identity: Dat iemand zich voelt toebehoren aan een etnische groep
Ethnic socialization: berichten gebaseerd op etniciteit gericht op kinderen
Cultural socialization
Preparation for bias
promotion of ethnic mistrust
egalitarianism
Personal identity
Hoe iemand zich ziet (i-self) en persoonlijke karakteristieken die objectief waargenomen kunnen worden (me-self).
Morals
Cognitive-developmental view
Kinderen definieren moraliteit in termen van objectieve consequenties en leggen extern controles op.
Psychodynamic view
Superego: Het representeert de autoriteit van de ouders.
Ego: bemiddelt tussen id en sociale wereld, zodat kindern hun gedrag kunnen controleren en reguleren
Id: onbewuste van plezier en bevrediging zoeken.
Social domain view: het morale, sociale conventionele, en persoonlijke domein hebben distinctieve regels.
Developing self-regulation
Self-regulation: Het vermogen om je gedachten, emoties en gedrag te controleren.
Regulating though and action
Effortful control: de remming van een actie die al onderweg is.
Self-regulation and play: kind heeft hiervoor controle nodig.
Sociodramatic play: fantasiespel waarin deelnemers verschillende sociale rollen spelen.
Regulating emotions
controlling emotion
Controlling and understanding emotion expressions
Display rules: informele conventies over welke emoties waar en waneer mogen worden getoond.
Socioemotional competence
Influence of culture on emotion regulation
Agression
The development of agression
Hostile agression: agressie die gericht is op het pijn doen van anderen.
instrumental agression: Agressie die gericht is om iets te bereiken.
relational agression is indirect en gericht op iemand zijn vriendschap stuk te maken.
Causes and controls of agression
Biological: een competitie voor bronnen en hierarchie
Social and cultural: imitatie van gedrag van volwassenen
Emotional and cognitive: negatieve gevoelens hoeven niet tot agressie te leiden. Kinderen die hun emoties begrijpen zullen zich niet agressief gedragen.
Developing prosocial behaviors
Prosocial behavior: Gedrag zoals delen, helpen, zorgen en compassie tonen.
Empathy: iemands ander zijn emoties en gevoelens delen
Global empathy
egocentric empathy
third stage
fourth stage
Sympathy: Gevoelens van verdiet of bezorgdheid voor een ander.
Personal distress: zelf-gerichte emtionele reactie op iemand zijn bezorgdheid.