Furr, R.M. & Bacharach, V.R. (2014). Psychometrics: An introduction. Second Edition. Hoofdstuk 3

Begrippen

Formules

Covariantie

Correlatie

Std. deviatie/Variantie

Variabiliteit

Verschillen binnen een set scores

intra-individuele verschillen

interindividuele verschillen

afwijking van een gemiddelde

Kunnen nooit kleiner zijn dan 0

Interpretatie afhankelijk van meeteenheid

Maat van associatie tussen 2 distributies

Richting(+/-) en sterkte belangrijk

Loopt van -1 naar +1

index voor een lineaire associatie

Geeft richting en sterkte/grootte weer

Soorten scores

Binaire items

Standaardscores (Z-scores)

Gestandariseerde scores

Percentiel scores

Geeft betekenis aan ruwe scores

Z-score = x aantal std. dev. van gemiddelde

Zegt niks over niveau van prestatie

Z-scores omzetten naar een andere schaal

Ander gemiddelde + Std. Dev. toekennen aan scores

%-scores die onder een waarde zitten

Normaliseerde scores

Ja/Nee items

Gemiddelde gelijk aan proportie positieve antwoorden

cxy = ∑(X−X ̅)(Y−Y ̅) / N

rxy = cxy / SxSy

s = √s2

z = X−X ̅ / s

s2 = ∑(X−X ̅)2 / N

T = Z(snew)+X ̅new