Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Economie Hoofdstuk 4 (Paragraaf 4.1 - Wat kost dat? (De kostensoorten zijn…
Economie Hoofdstuk 4
Paragraaf 4.1 - Wat kost dat?
Omzet
bestaat uit de hoeveelheid verkochte producten maal de prijs van één product
Bedrijfskosten
: Wat het gekost heeft om een product of dienst in te kopen en te verkopen
Bruto winst
: Verkoopprijs - inkoopprijs
Brutowinst
: Omzet - inkoopwaarde van de omzet
Verkoopprijs boek: €19,95
Inkoopprijs boek: €12,95
Brutowinst = €7,-
Omzet: €199,50
Inkoopwaarde: €129,50
Brutowinst = €70,-
Inkoopwaarde
: Inkoopprijs * aantal verkochte producten
De brutowinst kun je uitdrukken in een percentage. Je kunt de brutowinst uitdrukken in een percentage van de
verkoopprijs
(of omzet) of in een percentage van de
inkoopprijs
(of inkoopwaarde van de omzet)
Zie blz 82/83
De
kostensoorten
zijn afhankelijk van de soort onderneming:
Loonkosten
: Voor salarissen van het personeel
Huisvestingskosten
: Huur, energie
Verkoopkosten
: Kosten van reclame, verzendkosten
Algemene kosten
: Een soort restpost voor kosten die niet in een andere categorie zijn onder te brengen
Rentekosten
: Voor rente die betaald wordt over geleend geld dat nodig is voor het bedrijf
Afschrijvingskosten
: Kosten die te maken hebben met productiemiddelen zoals machines
Jaarlijkse afschrijfkosten
: aanschafwaarde - restwaarde / aantal gebruiksjaren
€100.000 (aanschaf machine) - €20.0000 (restwaarde) / 8 gebruiksjaren = €10.000
Lineair, iedere periode zijn de afschrijvingen gelijk, zie blz 84
Constante/vaste kosten
: Kosten die in principe niet afhangen van de omvang van de productie of van de afzet van het aantal producten
Of de eftelin 0 of 1000 bezoekers heeft, de afschrijfkosten van hun attracties bijlven constant
Variable kosten
: Kosten die wel afhangen van de omvang van de productoe of afhangen van de omvang van de afzet
Bij
proportionele kosten
nemen de variabele kosten evenredig per verkocht of geproduceerd product toe. De variabele kosten per product blijven hetzelfde
Bij
niet proportionele kosten
veranderen de totale variabele kosten niet evenredig. De variabele kosten per product kunnen dalen of zelfs stijgen.
Degressieve variabele ksoten = dalende kosten
Progressief variabele kosten = stijgende kosten