Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
11 D SPRAAK ALS COMMUNICATIE (2 GRICEAANSE STELREGELS (Co-operatieve…
11 D SPRAAK ALS COMMUNICATIE
1 INLEIDING
Hand me the bag please
2 GRICEAANSE STELREGELS
Co-operatieve principe:
Sprekers en luisteraars moeten proberen om samen te werken
De Kwantiteitsstelregel:
De spreker dient zo informatief als noodzakelijk te zijn, maar niet meer dan dat
De Relatiestelregel:
De spreker dient dingen te zeggen die relevant zijn voor de gegeven situatie
De Kwaliteitsstelregel
: De spreker dient de waarheid te spreken
De gemanierdheidsstelregel
: De spreker dient zijn of haar bijdragen zo verstaanbaar mogelijk te maken
3 WISSELEN VAN SPREKERS
Twee sprekers die elkaar overlappen is relatief zeldzaam
Door het kijken naar de luisteraar geeft de spreker een uitnodiging af om van rol te wisselen
Sprekers kunnen met handgebaren of door middel van betekenisloze geluiden aangeven of ze willen doorgaan
4 GEMEENSCHAPPELIJKE GROND
Het initieel ontwerpmodel
: Spraak wordt gepland op basis van de kennis van de luisteraar
Het monitor- en aanpassingsmodel
: Spraakplannen worden aangepast om rekening te houden met de kennis van de luisteraar
Audience Design & Common Ground
Audience design: Sprekers stemmen hetgeen ze zeggen af op de specifieke noden van hun publiek
Globale assumpties: Taal, algemene kennis van de luisteraar
Lokale assumpties: Specifieke kennis, aandacht van de luisteraar
5 INTERACTIEVE UITLIJNIGSMODEL
Sprekers en luisteraars hebben vaak een gebrek aan verwerkingskracht om de gemeenschappelijke grond te maximaliseren
Diverse automatische processen veroorloven de relatief moeiteloze verwerking van de gemeenschappelijke grond
Problemen treden op wanneer: Sprekers verwachten dat de andere persoon het probleem wel oplost
6 GEBAREN
De spreker neigt ernaar om diverse gebaren te maken
Gebaren zijn groter en expressiever in één-op-één conversaties
Maar, het is niet ongebruikelijk dat kleinere gebaren worden gemaakt wanneer je in jezelf spreekt of aan de telefoon
7 PROSODISCHE CUES
Ritme, nadruk en intonatie: Maakt het de luisteraar gemakkelijk om sprekers te verstaan
Sprekers zijn minder genegen om deze cues te gebruiken wanneer ze hardop voorlezen dan wanneer ze spontaan spreken
Sprekers overschatten het begrip van luisteraars m.b.t. het gebruik van prosodische cues
8 DISCOURS MARKERINGEN
Discours markers
Well”, “you know”, “oh”, “but anyway”
Doel
Ze helpen met focus of veranderingen in onderwerp
Ze bagatelliseren inter-persoonlijke problemen