Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
11 A TAALPRODUCTIE (2 SPREKEN EN SCHRIJVEN: VERSCHILLEN (Sprekers kennen…
11 A TAALPRODUCTIE
2 SPREKEN EN SCHRIJVEN: VERSCHILLEN
Sprekers kennen publiek vaak
Sprekers krijgen vaak feedback
Sprekers hebben vaak minder tijd om te plannen
Schrijvers hebben directe toegang tot hetgene ze tot dan toe geschreven hebben
3 FLEXIBILITEIT PLANNING VAN SPRAAK
De hoeveelheid planning voorafgaande aan spraak is:
– Flexibel
– Varieert afhankelijk van wat de situatie vereist
-Enige planning vind plaats voorafgaande aan het spreken:
Alleen datgene wat haalbaar is gegeven de beschikbare tijd
-Verdere planning vind plaats tijdens het spreken
Snellere sprekers neigen er naar minder vloeiend te zijn: Suggereert dat er minder tijd wordt besteed aan planning
4 BASALE EIGENSCHAPPEN VAN GESPROKEN TAAL
Gemakkelijker maken van Spraakproductie
Preformulatie
70% van alle spraak bestaat uit reeds eerder gebruikte woordcombinaties
Onderspecificatie
Gebruik van gesimplificeerde expressies waarin de volledige betekenis niet expliciet in uitgedrukt is
Spraakfouten
Woordverwisselingsfouten
Spoonerismen
: Komt voor wanneer de initiële letters van twee woorden worden verwisseld
Semantische substituties
: Het correcte woord is verwisseld met één met een vergelijkbare betekenis
Freudian slips
: Onthullen de spreker’s werkelijke verlangens
Morfeem verwisselingsfouten
Nummerovereenkomstfouten
: Enkelvoudige werkwoorden worden foutief gebruikt
Foutdetectie
Perceptual Loop
Sprekers luisteren naar zichzelf en detecteren mismatch tussen eigen uitspraak en intentie
Perceptueel- en begripsysteem
Conflict-Based error detection
Verschillende uitspraakvormen gelijktijdig actief
1 SPREKEN EN SCHRIJVEN: OVEREENKOMSTEN
Initiele fase
Het bepalen van de gehele betekenis communicatie
Productie
Snelheid productie gelijk