Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Handboek risicogedrag in de adolescentie (Trauma (Invloed traumatisering…
Handboek risicogedrag in de adolescentie
Korte GS:
MORELE MODEL: mensen moeten worden opgesloten vanwege morele zwakte
FARMACOLOGISCH MODEL = schuld is bij sterke verslavende stof
SYMPTOMATISCH MODEL: verslaving is symptoom onderliggende persoonlijkheidsstoornis
ZIEKTEMODEL: ziekte verslaving, fundamentele/biologische verschillen
LEERMODEL: verslaving gezien als onaangepast geleerd gedrag
- BIOPSYCHOSOCIALE ONTW MODEL= slechts relatieve verschillen (niet)verslaafden, vloeiende overgang gebruik. INTERACTIE AANGEBOREN KWETSBAARHEID, PERSOONLIJKE ONTWIKKELING EN LEERERARINGEN, OMSTANDIGHEDEN
Classificatie stoornissen in middelengebruik
Sociologisch: problemen door het gebruik (cultuurgevoelig)
Medisch-somatisch: mate gebruik en lichamelijke gevolgen (hooggezette drempel, pas heel laat probleemidentificatie)
Psychiatrisch: afhankelijkheidssyndroom, afhankelijkheid, misbruik en schadelijk verbruik.
Lichamelijke afhankelijkheid
psychische afhankelijkheid
controleverlies
lichamelijke en/of sociale gevolgen ongecontroleerd gebruik
Invloed ouders en peers op roken en drinken
Ouders
middelspecifieke opvoeding (expliciete handelingen tegengaan of ontmoedigen)
gezag moet erkend worden, dan heeft effect!
algemene opvoeding: steun, warmte en controle. (steunwarmte:minderroken, controle:minderZUIPENbitch)
ouders onderschatten heel erg, vaders nog slechter, vooral bij jonge kinderen, INSPANNING IS BELANGRIJKE VOORWAARDE VOOR GOEDE SCHATTING
roken: vaak geen invloed, alleen positieve constructivistische manier
direct:
sociale leertheorie (Bandura)
ouders fungeren als rolmodellen
indirect: ouders die roken/drinken al minder regels stellen. ouders drinken> meer agressief> slechtere opvoeding.
theorie van gepland gedrag (Ajzen)
, invloed op de 3 cognities die gedrag voorspellen. Attitude, sociale normen en eigen effectiviteit (ik kan dit) > intentie gedrag > gedrag
Peers
Ouders invloed: - direct = aanmoedigen ontmmoedigen vriendschappen - indirect = kiezen school buurt vrijetijdsbesteding
twee processen ter beinvloeding op elkaar
selectie en deselectie
Invloed
qua gebruiken vooral door selectie dan invloed
Twee motieven rookprototypen en roken van jongeren verklaring
self-consistency: jongeren roken door denken dat kenmerken van peers die roken, overeenkomen met hun zelfbeelden (selectie-achtig)
self-enhancement: jongeren denken door roken over dezelfe eigenschappen te beschikken als peers die roken en die ze positief beoordelen, ze zijn bijv. cool (invloed)
verklaart maar een klein deel
De rol vd maatschappij
probleemdefinities van ALCOHOLgebruik
moreel individueel: verslaving 'uitvinding', is gewoon morele zwakte bish
moreel-maatschappelijk: drank oorzaak maatsch ellende en econstagnatie, ALCOHOL TERUGDRINGEN
ZIektemodel: bepaalde individiuen kwetsbaar
populatiemodel: omgevingsfactoren determinanten van ziekte, Ledermanns: richten op vermindering en verkrijgbaarheid alcohol
Harm reduction= weinig strafvervolging en veel medische hulp met zo min mogelijk voorwaarden
Samenhang met middelengebruik
Statusrollen: sociale verwachtingen op die kenmerk van individu die hij/zij zelf moeilijk kan veranderen. Zijn bepalend en voorschrijvend voor leefwijze persoon.
mannen drinken meer dan vrouwen, rijke mensen meer doordeweek
Positierollen: normatieve verwachtingen gekoesterd op grond positie die iemand inneemt in organisatie/sociale institutie. Zoals samenwonend of alleenstaand, zonder partner werk
Leertheoretische modellen verslavingsgedrag
Instrumenteel conditioneren
= leren associatie handeling en consequentie van deze handeling. bekrachtigen en vrminderen. - Wet van effect (thorndike) relatie gedrag en gevolg - indd zo dat drugs stemming beinvloed, dus voor goede stemming drugs bekrachtigen voor weer goed gevoel
maar: faalt in verklaren van in stand houden gebruik/verslaving. want op den duur groeien nega gevolgen en zwakken posi gevolgen af
Verklaring 1: is automatishe GEWOONTE geworden en niet langer gecontroleerd door gevolgen van dit gedrag
Verklaring 2: door sterke dwingende motivatie om drugs of alcohol te gebruiken (craving ondermijnt rationele keuzen)
Pavloviaans conditioneren
: leren associatie tussen twee stimuli
Cure-reactiviteit: hoeveel associaties in omgeving
door drugs verstoort intent fysiologisch balans, lichaam wil dit herstellen =
compensatoire respons
> lichaam gaat zich voorbereiden op effecten van dezde middelen. Lijkt sterk op onthoudingsverschijnselen > hierdoor craving
geconditioneerde beloingsmodel
(Stewart, de Wit)
:cues krijgen associatie positieve beloning, belonende waarde > affectieve toestand > ervaren als craving
Verslaving als gewoonte
Tiffany
: Cues reactiveren volgens hem een geïnternaliseerd drug-actieschema: een representatie van alle noodzakelijke handelingen om te gebruiken. Dit wordt op gegeven moment gedachteloos uitgevoerd. Als niet uitgevoerd kan worden: CRAVING
Modellen
Automatisch-gewoontevorming: eerst bekrachtiging belangrijk, daarna gebruik niet bepaald door gerelateerde stimuli uit omgeving: associatie met gebruik daarom uitgevoerd> automatische stimulusrespons
Sensatiemodel: drugsstimuli verwerven bij regelmatig gebruik INCENTIVE SALIENCE = prikkels worden begerenswaardig en men ontwikkelt sterke aandachtsbias
Tweefactorenleermodel: Pavloviaans-instrumentele overdracht = horen van iets, zal een handelingen doen toenemen. Door pavlov leren zullen drugsstimuli INCENTIVE SALIENCE krijgen en craving ontlokken.
Beter: leer copingsvaar, want cue-exposure groot uitval en nare ervaring, vaak contextspecifiek
Automatische en controlerende processen en ontstaan verslaving
Verslaving als...
Rationele keuze
Rationeel beslismodel: mensen maken normaal gesproken rationele keuzes, in dit geval niet omdat KT effecten > LT effecten
Controlerende processen
Vermogen te reguleren. afhankelijk van executieve functies, is verschillend bij mensen.
Motivatie te reguleren. vermogen ontwikkelt zich pas in latere verslavingsfase, bij problemen. hierdoor al beinvloed en verzwakt
irrationeel gedrag
Verslavingsgedrag ten dele veroorzaak door automatische/impliciete processen, niet altijd bewust/toegankelijk
Automatische processen
Aandachtsbias. aandacht door stimuli gevat en vastgehouden, onderzoeken door Emotionele Strooptest/Dot-Probetaak: verslaafden reageren sneller als puntjes op plek van middel staan
Automatische geheugenassociaties. gebruiker zal automatisch stimuli of gerelateerde associeren met gevoelens. met met associatietest: hoeveel woorden geasscoieerd/IAT
Automatische actietendensen. Twee soorten: toenadering en verwijdering, automatisch proces bij stimuli. gemeten door IAT/AAT/poppetjestest
Verstoorde balans automatische/controlerende processen
(duaal)
gedrag beinvloed door bewust/rationeel mar ook door auto, onbewuste processen
controlerende = langzaam, kosten veel moeite, niet veel tegelijk, bij leren. Automatisch = gaan snel en veel tegelijk, als je vaardigheid eenmaal hebt aangeleerd
verstoorde balans in auto processen die voor impuls zorgen wanneer door cues al geactiveerd, en controlerende provessen die LT gevolgen meenemen in beslissing.
Impulsieve processen versterkt door motivationele behoeften: craving, terwijl controlerende processen verzwakt worden
Trauma
Psychotrauma= psychische verwonding door een of meer ingrijpende traumatische gebeurtenissen
type
1: enkelvoudige schokkende gebeurtenis
type
2: bij chronische, kunnen pers stoornissen opkomen, regulatie affectie en impulsen zelfbeeld aandacht al verslechterd doordat in jeugd begonnen
Trauma en verslavingsproblemen: causale
factor
verslaving
Verklaringen hiervoor
Trauma> PTSS/depressie/fobie>Verslaving (zelfmedicatietheorie): traumatische klachten vooraf, impulsregulatie, zelf troosten
Vroeg Trauma > Chemische dissociatie > (alcohol)verslaving: mensen nemen afstand van zichzelf, id, bewustzijn. Mentaal afstand doen
Vroeg Trauma> ontregelde stressreactie> onderontw prefr cortex> Verslaving: ontregelde normale stressrespons, meer kans impulsief gedrag
Invloed traumatisering op waard/ernst verslaving
Verwerkingsproblemen na trauma
vorm trauma invloed op soort middelverslaving
relatie ontregelde stressreactie en vroege uitval voor behandeling verslaving
Diagnostiek en behandeling. eerst psycho-educatie > zelfcontrole versterken. steun bij CGT.
Neurobiologie
Beloningssysteem
Verslaving = stoornis beloningsysteem brein. afhankelijkheid/verslaving gekenmerkt door CRAVING: trek of zucht in/naar een middel en verlies van controle over het gebruik. BEL systeem betrokken bij overleving/voortplanting,drugs werken hierop. Hierin valt VTA, NA, prefr cor en limbische structuren (amygdala en HC)
Biologische kwetsbaarheid = niet bepaalde gen, maar verschillen in kwetsbaarheid tussen mensen die genetische patronen hebben> bepalen kwetsbaarheidsdrempel.
Lage drempel: relagtief geringe belastende omgevingsfactoren kunnen al de kwetsbaarheid uiten
Mate kwetsbaarheid - Verschillen in gevoeligheid beloningssysteem. (verslaafden minder gevoelig) minder DOPA D2 receptoren > verlaagde dopaminedichtheid > minder gevoelig (geworden) > vinden stimulantia lekkerder. DIT KAN OOK DOOR OMGEVING GEBEUREN (TRAUMAAA)
Neurobiologische theorie Volkow: NA verantwoordelijk voor ervaren beloning, OFC voor motivationele aspecten (craving), amygdala en HC geheugeneaspecten (cues), PFC voor impulscontrole.
VERSLAVING IS VERSTORING HIERVAN.
vooral verlies controle & toename drive
Lichamelijke afhankelijkheid
= zodanige verandering in normale fysiologiscvhe toestand van hersenen door langdurige blootstelling aan middelen, dat staken ervan >onthoudingsverschijnselen
Afhankelijkheid door: langdurige UPregulatie, toename receptoren, hierdoor gewenning, wanneer stof uitwerkt blijven die receptoren, deze nu tekort en merk je weer in teveel hersenprikkells: onrustig, dysforie
Verslaving, craving en terugval
langdurige blootstelling drugs > stapeling deltafosB > motorische onrust en toegenomen drugs zoek gedrag. MODEL VOOR TERUGVAL. ook structurele verandering in hersenen
CRAVING= hunkering/verlangen, ontstaat tijdens verhoogde motivationele toestand
te maken met bekrachtiging
sommige mensen meer aanleg, DOPA D4
Conditioneringsmodellen hunkering
Operant: Verlangen(behoefte) vooral verklaard door consequenties drugs. voelt zich kut > neemt lekker droggas
Klassiek: cue-reactiviteit na waarnemen stimulus, zo subjectieve belevingsaspect van geconditioneerde fysiologische respons
cognitieve modellen hunkering
Expectancy-associatiemodellen: verwachting positief resultaat na inname drugs.
informatieverwerkingsmodellen: mate hunkering - mate aandacht voor middel > aandachtsbias
Biologische mechanismen
Neurale en gedagsmatige achtergronden
Processen bij verslavingsgedrag
Motivationele sensitatie
: (Robinson&Berridge)** verhoogde gevoeligheid van de systemen in hersenen betrokken bij motivatie. verandering hersencircuits die invloed motivationele factoren tot stand brengen.
BELANGRIJKE VERANDERING: hersenen motivationeele eigenschappen van drugs worden versterkt (door motivationele versterkt maar ook gevoeligheid voor de drug)
MAAR: soms bij een enkele blootstelling als gedragssentisatie, hoort pas na langere tijd. EN andere natuurlijke beloners hebben dat effect niet per se en drugs kan dit zelfs in de weg staan
Gewoontevorming
: wordt ingesleten patroon, in gang gezet door cues. Devaluatie bij gewoontevorming lastiger (alcohol is kut voor je).
Geconditioneerde responsen
: subjectieve effecten geassocieerd met middel en zn stimuli
Motiverende gespreksvoering en motiverende interventies
clientgericht, directieve methode, verhogen intrinsieke motivatie
empathie, discussie vermijden, selfefficacy versterken, nondirectief en directief, verandertaal
Controleverlies
Belangrijkste kenmerk verslavingsgdrag. controleverlies = onvermogen weerstand te bieden aan de zucht en verder gebruiken ondanks negatieve gevolgen
Duale procespathologie
: eerste dimensie neurobiologische mechanismen, verantwoordelijk overmatige waarde aan gebruik middelen en stimulie. Tweede dimensie: processen die een rol spelen bij onder controle houden van impuls tot actie
Impulsiviteit
gedragspatroon van onaangepast gedrag als een onvermogen om onaangepaste acties te onderdrukken. kunnen moeilijk responsen inhiberen, voorkeur directe beloning, berlaagde gevoeligheid bestraffing
Neurocognitieve dimensies van zelfcontrole en rol bij verslaving
Errormonitoring: vroege foutsignalering
Besluitvorming: verslaving gedefinieerd als pathologie van verkeerd keuzegedrag. stoornis in consequentie-evaluatie
Impulscontrole: 2 vormen: perceptueel (vermogen om aangeleerde ideeen/denken te inhibieren) en motorisch (inhibitiemechanismen bij gedrag en aandacht
Controleverlies rol in verslavingsproblemen
stoornissen in zelfcontrolemecha kunne mensen kwetsbaar maken en om vroeg te experimenteren, drugs ook effecgt op die machanismen, verslechteren
Preventie
Primair: voorkomen ziekte door wegnemen oorzaken, populatie nog geen aandoening
Secundair: vroegtijde opsporing en behandeling, populatie al wel aandoening maar diagnose nog niet gesteld
Tertiar: voorkomen van gevolgen vd aandoening, pop heeft de aandoening en gevolgen beheren
Universeel
: op algemene bevolking -
Selectief
: popu met hogere risico, ontwikkelen preventie -
Geindiceerd
: voldoen niet aan diagn criteria maar wel al symptomen die er vooraf gaan.
handig: wetenschappelijk aangetoond, interactief, sociaal invloedmodel, normen beinvloeden, peers als begeleider, life skills krijgen
Motivatie tot behandeling en stadia van verandering
Transtheoretische model
precontemplatie (NIET denken aan verandering in periode)
Contemplatie (overwegen te veranderen)
Voorbereiding (plannen van veranderen, vaak al faalpogingen)
Actie (voor 1 dag verandering aangepast)
Volhouden (handhaven van de verandering gedurende 6 maanden)
Cognitief> motivatie: bewustzijn verhogen, cathartische ervaring, herwaardering omgeving, sociale bevrijding & verandering zelfwaardering
Gedrag> self-efficacy: omgevingscontrole (vermijden cues), sociale steun, alternatieven leren, belonen & zelfbevrijding
kritiek, doorlopen niet ineens, soms in meerdere fasen, geen wet bewijs, leunt erg op beslissingen, definities niet duidelijk
Verslavingsmechanismen bij excessief eetgedrag en obesitas
overeenkomsten middelen: KT bevrediging maar op LT schadelijk voor psychosoc en fysiek functioneren. Bij beide moeite doorbreken gewoonten en voorkeuren en intens verlangen naar substantie en verlies controle
Stoornis motivatie = kan je overal krijgen, was wat je in leven hield vroeger. maar wel verschillen in gevoeligheid hiervoor
Neurobiologie
Dopa: meer oz voor nodig - Opioden = natuurlijke feelgoed, toename sensitiviteit verlangen en toename genotsrespons. - Prefr Cor: te veel kijken naar voedsel en inhouden
Kwetsbaarheid
impulsiviteit
beloningsgevoeligheid
Conditioneringsmodel ook mogelijk kans, en verwerking van voedselgeraleteerde info = aandachtsbias
Gokken MENNN
karakteristieken bepalen verslavingkans
korte uitbetaling, hoogte inzet, suggesgtie zelf invloed uitkomst spel, toegankelijkheid spel
vaak complexe gedragsstoornis waari n interactie bio psy soc
minder dopa (beloning), serotonine afwijkingen (inhibitie gedrag), nora (bevordert impulsief en roekeloos gedrag)
Psychoanalytisch: onbewuste intrapsychische conflicten. Leertheoretisch: oorzaak onregelmatig intermetterende bekrachtiging. Cognitieve psychologie: cognitieve misvattingen of irrationele gedachten komen vaak voor. gevoel van controle terwijl die er niet is
Internetverslaving
6 zelfde elementen als in verslaving
belang gekregen om te doen, mood modification, tolerantie, onthoudingsverschijnselen, conflict, terugval
waarom zo verleidelijk: directe bevrediging
controle, competitie, status, aandacht, erkenning, sociale contacten
relatie laag sociaal welbevinden en internetverslaving, misschien ook anhedonie