3.1 Eigenschappen van water

Structuur

Polariteit en H-brugvorming

Kristalrooster van ijs en H-brugvorming

Ionisatie van water

individuele watermolecule

zuurstof

covalente binding met 2 waterstofatomen

centrale atoom

quasi tetrahedrale structuur

blijven 2 elektronenparen over

dus het zuurstofatoom het centrum van de tatraëder vormt, waterstofatomen en de 2 vrije elektronenparen nemen de hoekpunten in

watermolecule = daardoor niet lineair, 2 O-H bindingen maken onderlinge hoek van 104 graden

door grotere elektronegativiteit

zuigt gemeenschappelijke elektronenparen uit covalente binding met H naar zicht toe

ontstaan partiële ladingen

click to edit

water = sterk polaire molecule

waterstofbinding/waterstofbrug

naburige watermoleculen hebben neiging zichzelf te schikken

positief geladen waterstofatomen interageren met vrije elektronenparen van zuurstofatomen

zwakke interactie = energie geassocieerd met waterstofbinding is 20 kJ/mol

betrokken zijn in 4 waterstofbindingen

2 waterstofatomen die kunnen interageren met vrije elektronenparen

kristallijne vorm van water

ijs

zeer regelmatige roosterstructuur

gaat gedeeltelijk verloren wanneer het ijs smelt

in vloeibaar water

molecule nog steeds 4 bindingen aangaan

MAAR slechts levensduur van 10-12s

structuur constant in beweging

watermoleculen draaien rond, buigen, heroriënteren => waardoor H-bruggen voortdurend herschikt worden

transiënt

niet permanent

spontaan kleine clusters vormen zoals 6-ringen

zeer cohesief

dit verklaart fenomeen = oppervlaktespanning

auto-ionisatie

beschikt het vermogen om te ioniseren

producten van deze dissociatie zijn waterstofion of het proton en een hydroxide-ion

zuiver water = beperkte neiging ioniseren, resulterende concentratie aan H+ en OH- vrij klein zijn

basisch

neutraal

zuur

oplossing met een hogere protonconcentratie

oplossing waar concentratie aan protonen en hydroxide-ionen gelijk is

pH < 7

oplossing met een lagere protonconcentratie

pH > 7

buffersystemen

mengsels van een zwak zuur met geconjugeerde base respecteren een zwakke base met zijn geconjugeerd zuur

zo'n systeem kan protonen en hydroxylionen onwerkzaam maken

bij toevoeging zuur/base = zal de pH dan ook niet sterk stijgen, resp. dalen

het verschil aan proton- of hydroxide-concentratie zal 'opgevangen' worden door de bufferbestandsdelen